Die zeven trekkermerken hadden we toch bij elkaar voor een grote multi-trekkertest. Dat was dus een uitgelezen kans om van ieder merk de Isobus-functies aan de tand te voelen. Een behoorlijk software-tech- nisch verhaal. Lang verhaal kort: het werkt bij iedere trekker voldoende, grootste verschil zit ‘m in de schermweergaves. Een test.
I
n ’t kort: Deutz-Fahr en John Deere komen, wat Isobus betreft, het beste uit de bus. Dat komt omdat beide merken veel functies ondersteu- nen, die ook daadwerkelijk goed functioneren
én ze dit slim hebben geïntegreerd in het scherm of trekker. Het werkt fijn. Claas slaagt ook met een ruime voldoende. Kan veel, werkt fijn, maar kan (nog) niet met Isobus werken in de eigen trekker- terminal. New Holland en Case IH ondersteunen ook veel Isobus-functies, maar deze worden relatief moeilijk weergegeven in de schermen. Tot slot Val- tra en Massey Ferguson, deze liepen tijdens de test nog achter op de concurrentie. Inmiddels heeft Agco een flinke update doorgevoerd. Langzaam- aan worden alle zeven trekkers zo even compleet.
Drie taken Eigenlijk verwachten we in de praktijk drie dingen van Isobus. Ten eerste: dat de trekker een signaal verstuurt naar het werktuig met informatie zoals rijsnelheid en hefhoogte, et cetera. Ten tweede: een universeel beeldscherm in de trekker, waar een werktuig zijn eigen gebruikersinterface in- laadt. En tot slot: een goed functionerende Task Control- ler die om kan gaan met documentatie en taken voor precisielandbouw, zoals sectiecontrole. We testten samen met onze Scandinavische collega- vakbladen én Finse Isobus-specialisten Timo Oksa- nen, Raimo Linkolehto en Juha Backman wat wél werkt, en wat niet. We hadden zeven trekkers: een Case IH Puma 220 MCE, Claas Axion 810 Hexashift, Deutz-Fahr 6215 RCshift, John Deere 6195R DirectDrive, Massey Fer- guson 7722 Dyna-6 Efficient, New Holland T7.245 PCE en een Valtra T214 Versu SmartTouch. Alle ze- ven zijn Isobus-geschikt.
De basissignalen Beginnen bij een basisfunctie: Tractor ECU. Hierbij geeft de trekker een signaal vanuit de CAN-bus door aan het werktuig, zoals rijsnelheid op basis van draaiende wielen en een radarsignaal, aftakas- snelheid en -inschakeling, hefhoogte en andere
53 TREKKER OKTOBER 2019
info. Volgens de huidige ISO 11783-standaard mag Tractor ECU voldoen aan niveau 1, 2 of 3. Het ver- schil daartussen is de hoeveelheid beschikbare signalen. Het minimale niveau is 1, en dat is wat Claas hanteert. De meeste trekkers beschikken over niveau 2, wat naast die basissignalen óók communiceert over trekkracht (sensor van de hef- inrichting) en de status van elektronische hydrau- liekventielen. New Holland en Case IH hebben Tractor ECU ni- veau 3. Op dát niveau mag het werktuig functies van de trekker bedienen, zoals de hefinrichting of hydrauliekventielen. Bij Case IH kost die optie € 763, en als het werktuig ook het stuurwiel aan- stuurt € 379 extra. Helaas konden we die niveau 3-signalen niet tes- ten, omdat daarvoor een speciale ontkoppeling nodig is tussen trekker- en werktuigfabrikant, we- gens veiligheids- en verantwoordelijkheidsbepa- lingen. Die hadden we niet.
Geen radar aanwezig Het signaal dat de Tractor ECU verstuurt bestaat uit een pakket van informatie. Uit de test blijkt dat alle trekkers die info netjes versturen volgens de standaard. Sommige informatie is echter gedefini- eerd als ‘niet beschikbaar’. Dan mist er een sensor. Die ‘niet beschikbaar’-waarde komt vooral voor in het rijsnelheidssignaal, waarbij dit signaal indi- ceert dat er geen radar aanwezig is om wielslip te bepalen. Een voorbeeld: in de Deutz-Fahr is er wél een juist signaal van de radar, maar wordt de data een-op-een gekopieerd van de draaisnelheid van de wielen. Dat klopt niet. En in de Massey Fergu- son wordt de radarsnelheid wel eruit gestuurd, maar is-ie niet-nul (oneindig klein). Alleen in de Claas en de Valtra werkt de snelheidsradar zoals verwacht. De fronthef van de John Deere blijkt overigens een verkeerde digitale schaal te hebben: die loopt van 0 tot 40%, in plaats van tot 100% zoals zou moe- ten. Het zijn dit soort foutjes, wat het lastig maakt om blindelings op de werkbaarheid van isobus te vertrouwen.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92