FOTO: MICHEL VELDERMAN
FOTO: MICHEL VELDERMAN
RUNDVEEHOUDERIJ
Maaien, harken en oprapen is een logische combinatie van werk dat de loonwerker heel efficiënt en dus con- currerend kan uitvoeren. Schudden doen boeren, zowel grote als kleine bedrijven, toch vaak zelf. De financiële positie van het bedrijf is van invloed op de keuzes die de veehouder maakt, maar ook liefhebbe- rij speelt een rol. “Wij zien geen grote veranderingen in het loonwerk in de voederwinning”, laat ook Loonbedrijf Van Eijck in Alphen weten. Wordt pa wat ouder, maar heeft die wel lol in trekker rijden met mooi weer, dan wordt er toch weer een nieuwe machine gekocht. Het zijn persoonlijke keuzes waar economie in meespeelt, maar de vraag waar de ondernemer plezier in heeft en wat hij zich financieel kan permitteren geeft dan toch vaak de doorslag. Alex Poland doet veel loonwerk in de kop van Noord-Holland en ziet in zijn klantenkring dat de grote veehouders er toch vooral voor kiezen om zich te con- centreren op het werk in de stal. Ze kunnen het werk op het land ook arbeidstechnisch er gewoon niet meer bij hebben.
Duidelijke keuze maken
De beschikbare arbeid op het bedrijf, maar ook de vraag waar de veehouder liefhebberij in heeft zijn de twee factoren die bepalen of het verstandig is om de loonwer- ker te bellen of ervoor te kiezen om het werk zelf te doen stelt Sjon de Leeuw, specialist mechanisatie en adviseur management en bedrijfsstrategie bij PPP Agro Advies. Als het gaat om het economische resultaat kun je niet stellen dat de bedrijven die vrijwel alles zelf doen het beter doen dan de bedrijven die vooral uitbesteden, weet De Leeuw uit meer dan 20 jaar ervaring. Het belangrijkste is dat de veehouder moet weten
waar hij goed in is, en daar ook duidelijke keuzes in maakt. Eigen mechanisatie aanhouden en dan af en toe de loonwerker bellen wanneer het niet goed uitkomt om het werk zelf te doen, is financieel gezien geen goede keuze. In de akkerbouw is schaalvergroting nog wel eens een reden om bijvoorbeeld toch weer zelf een rooier aan te schaffen, in de veehouderij zie je vaker dat een flinke uitbreiding betekent dat er juist weer meer naar de loonwerker wordt geschoven. Dat gebeurt onder andere omdat arbeid dan vaak een beperkende factor wordt,
‘Heb je er geen liefebberij in, begin er dan maar niet aan’
De gebroeders Theo (56), Ger- hard (57) en Jan (52) Meijerink hebben in het Gelderse Neede een melkveebedrijf met zo’n 130 stuks melkvee, een kleine varkenstak en ook nog zo’n 50 hectare akkerbouw. Ze doen alles zelf.
Broer Henk heeft ook wel plezier in trekker rijden en helpt ’s avonds of in het weekend ook nog wel eens mee en er is voor twee dagen per week nog een vaste kracht in dienst. De Meijerinks hebben een
uitgebreid machinepark en zowel voor de akkerbouw als de veehouderij doen ze al jaren lang alles in eigen beheer. “En we zijn van plan om dat ook nog een hele tijd te blijven doen”,
30
vertelt Theo, die in zijn jonge jaren ook een opleiding als landbouwmonteur volgde. Ze hebben er plezier in en doen ook veel onderhoud zelf, maar je moet het ook arbeidstechnisch rond kunnen zetten. Hakselen doen ze ook zelf, maar dan moet je minimaal met zijn vieren zijn. Dan springt er ook nog wel eens een buurjongen bij. Dorsen doen ze nog wel eens wat in loonwerk, en door de droge zomer heeft dit jaar de loonwerker bij uitzonde- ring wat gras doorgezaaid. De meeste werktuigen worden nieuw of jong-gebruikt gekocht en onderhoud doen ze overwegend zelf. Trekkers die 500 uur per jaar draaien, kopen ze nieuw en omdat je dan voor het onderhoud zonder laptop
130 melkkoeien
40-45 ha gras
5-10 ha mais
Theo, Gerhard en Jan (v.l.n.r.) Meijerink doen al jaren alle machinewerk in eigen beheer.
ook al niet veel meer begint, komt dan het mechanisatiebe- drijf er nog wel eens aan te pas. “De loonwerker is niet altijd op afroep beschikbaar, en zolang
50 ha akkerbouw
we er nog plezier in hebben blij- ven we dat zo doen”, stelt Theo namens de broers. “Maar heb je geen liefebberij in machines, begin er dan maar niet aan.”
BOERDERIJ 104 — no. 12-13 (18 december 2018)
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100 |
Page 101 |
Page 102 |
Page 103 |
Page 104 |
Page 105 |
Page 106 |
Page 107 |
Page 108 |
Page 109 |
Page 110 |
Page 111 |
Page 112 |
Page 113 |
Page 114 |
Page 115 |
Page 116 |
Page 117 |
Page 118 |
Page 119 |
Page 120 |
Page 121 |
Page 122 |
Page 123 |
Page 124 |
Page 125 |
Page 126 |
Page 127 |
Page 128 |
Page 129 |
Page 130 |
Page 131 |
Page 132 |
Page 133 |
Page 134 |
Page 135 |
Page 136 |
Page 137 |
Page 138 |
Page 139 |
Page 140 |
Page 141 |
Page 142 |
Page 143 |
Page 144 |
Page 145 |
Page 146 |
Page 147 |
Page 148 |
Page 149 |
Page 150 |
Page 151 |
Page 152 |
Page 153 |
Page 154 |
Page 155 |
Page 156 |
Page 157 |
Page 158