search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
ONDERNEMEN INTERVIEW ‘Organische mest vaak overschat’


De werking van dierlijke mest wordt vaak overschat, zegt onderzoeker Renske Hijbeek. In vergelijking met kunstmest geeft organische mest geen hogere opbrengst.


Door Johan Oppewal H


et effect van bemesting met or ganische stof wordt vaak overschat. Dat concludeert Renske Hijbeek van de WUR


uit een overzichtsstudie van experimenten wereldwijd. Volgens haar zijn geconstateer- de opbrengstverhogingen meestal toe te schrijven aan de voedingsstoffen N, P en K die in de organische mest zitten en worden de meeste onderzoeken daarvoor niet ge- corrigeerd. Met als gevolg een wijdverbreid misverstand dat organische meststoffen de opbrengst altijd meer zouden verhogen dan kunstmest met dezelfde meststoffen. Verder is volgens haar nooit aangetoond dat het gebruik van kunstmest op de lange duur de bodemvruchtbaarheid aantast, zoals vaak wordt beweerd. Integendeel, de combinatie van kunstmest en dierlijke mest geeft de beste opbrengsten.


U zegt dat het effect van organische meststoffen zoals dierlijke mest vaak is overschat. Hoe wijdverbreid is het misverstand dat u constateert? “Dat misverstand is heel wijdverbreid. Ik heb meer dan 1.000 experimenten met organische bemesting wereldwijd geanaly- seerd. In bijna de helft daarvan werd geen correctie toegepast voor de N, P en K die met de organische meststof meekwam in


advertentie


Renske Hijbeek (35) promoveerde aan Wageningen UR op een studie over de werking van organi- sche meststoffen.


‘De combinatie


van kunstmest en dierlijke mest geeft de beste benutting’


de bodem. Opbrengstverhoging werd daar- door vaak ten onrechte toegeschreven aan bodemverbetering door organische mest- stof. En dat zijn dan de wetenschappelijke rapporten. In de algemene pers kwam die nuancering meestal helemaal niet door.”


Zegt u eigenlijk dat organische meststof niks doet?


“Nee, dat zeg ik niet. Maar het effect wordt


gewasopbrengst hoort daar alleen niet altijd bij, blijkt uit mijn onderzoek. Door een versimpeling van de onderzoeksresul- taten is de boodschap vaak té positief voor organische meststoffen.”


vaak overschat. Er zijn allerlei voordelen aan organische of dierlijke mest. Zoals verhoging van het organischestofgehalte in de bodem, structuurverbetering en het mogelijk vastleggen van CO2


. Een hogere


Er is nog een voordeel aan gebruik van dierlijke mest: het is beschikbaar. Het past in de kringlooplandbouw. “Waar het is, moet je het ook gebruiken, vind ik. In Nederland is veel mest. Maar eni- ge nuancering is wel goed. Kunstmest zou niet passen in de circulaire landbouw. Maar dat kun je ook zeggen van de grootschali- ge import van veevoer in Nederland. Mijn analyse van het effect van mestgebruik op bodemvruchtbaarheid en gewasopbrengst wijst uit dat je net zo goed kunstmest kunt gebruiken als organische meststoffen.”


Hoor ik dat goed, kunstmest werkt even goed als dierlijke mest? Dat klinkt op- merkelijk in een tijd waarin iedereen af lijkt te geven op kunstmest. “Ik heb een meta-analyse gemaakt van de resultaten van bemestingsproeven die tientallen jaren duurden in verschillende landen. Nergens blijkt een vermindering van gewasopbrengst als gevolg van meer- jarig kunstmestgebruik. Mijn conclusie is dat de bodemvruchtbaarheid niet lijdt onder het gebruik van kunstmest.”


20 BOERDERIJ 104 — no. 12-13 (18 december 2018)


FOTO: KOOS GROENEWOLD


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108  |  Page 109  |  Page 110  |  Page 111  |  Page 112  |  Page 113  |  Page 114  |  Page 115  |  Page 116  |  Page 117  |  Page 118  |  Page 119  |  Page 120  |  Page 121  |  Page 122  |  Page 123  |  Page 124  |  Page 125  |  Page 126  |  Page 127  |  Page 128  |  Page 129  |  Page 130  |  Page 131  |  Page 132  |  Page 133  |  Page 134  |  Page 135  |  Page 136  |  Page 137  |  Page 138  |  Page 139  |  Page 140  |  Page 141  |  Page 142  |  Page 143  |  Page 144  |  Page 145  |  Page 146  |  Page 147  |  Page 148  |  Page 149  |  Page 150  |  Page 151  |  Page 152  |  Page 153  |  Page 154  |  Page 155  |  Page 156  |  Page 157  |  Page 158