VARKENSHOUDERIJ COLUMN
Doe eens lief! D
e overheid stelt als eis bij immigranten dat deze basis-Nederlands kunnen spreken. Jon- geren hebben hun eigen digi-taal en mensen uit de provincie hebben een dialect. En zelfs met dove mensen kunnen we goed communiceren. Toch krijg ik steeds vaker de indruk dat ik niet dezelfde taal spreek als degene met wie ik in gesprek ben. Onze grote (oud-)coöperaties zoals ForFarmers en Friesland- Campina hebben de mode om vergaderingen in het Engels te doen. Ook internationale bouwondernemin- gen en grotere agrarische bedrijven moeten Engels als voertaal gebruiken om redenen als internationale betrokkenheid of betere onderlinge communicatie. Ik heb de laatste tijd het gevoel dat we als boeren vaak niet dezelfde taal spreken. Mensen blokkeren elkaar op sociale media. Zelfs een gerespecteerd dagblad als NRC hanteert lijsten met namen van mensen, waaronder boeren, met wie het blad niet wil communiceren. De SIRE-campagne #doeslief komt misschien een beetje betuttelend over maar slaat wel de spijker op de kop. Negatieve taal is iets anders dan de letterlijke taal- barrière. De letterlijke taalbarrière is schijnbaar prima te overbruggen. Elkaar benadelen en bestoken met irritante en negatieve opmerkingen komt soms hard aan en ook binnen agrarisch Nederland zie ik onderling verschillende ‘taalbarrières’. Kunnen we ook hier niet iets liever tegen elkaar zijn?
IK ZIE ONDERLING VERSCHILLENDE ‘TAALBARRIÈRES’ Erik Stegink, varkenshouder in Bathmen (Ov.)
Lokale bestuurders en woordvoerders die het goed met de landbouw voorhebben, worden soms door ons als leden of afnemers bestookt op een manier waar de honden geen brood van lusten. Respecteer hun (vaak vrijwillige) inbreng! Als we ze negatief blijven benade- ren, houden we helemaal geen goede vaandeldragers meer over. Of wil jij het graag van hen overnemen? Misschien moeten we allemaal eens Engels gaan praten. Persoonlijk heb ik ervaren dat het een verrijking is wanneer je eerst na moet denken wat je nu eigenlijk precies wilt zeggen. Ik hoor je al denken ‘ik kan niet goed Engels spreken’. Dat begrijp ik, maar misschien kan je wel eens lief doen. Als we nu eens een compli- ment maken naar mensen die het goed voor hebben met de landbouw, dan zijn we samen al positief bezig. Taalbarrières zijn er om letterlijk en figuurlijk te over- winnen.
Maar ook ‘dezelfde taal’ willen spreken kost energie.
We worden iedere verjaardag of visite wel belaagd met vragen en opmerkingen omtrent de agrarische sector. Dit is niet altijd leuk. Denk aan opmerkingen als ‘goh, het stinkt verschrikkelijk nu al die boeren weer aan het bemesten zijn’, ‘al die grote trekkers rijden de bermen stuk’, ‘al die modder op de weg’, ‘de melkwagen staat daar elke nacht weer te grommen’.
Ik daag je uit om met liefde aan de slag te gaan met deze taalbarrière.
42
BOERDERIJ 104 — no. 24 (12 maart 2019)
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84