search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Onroerendgoedrecht


Toch verdelen Hebben de erfgenamen van A een andere mogelijkheid om dit probleem op te lossen? In de literatuur (Wegwijs in de Overdrachtsbelasting 2020, par. 3.4.17) wordt een drietal suggesties gedaan: 1. Charlotte en Sander verkopen de onroerende zaak aan de gezamenlijke erfgenamen B, C, E, F en G). Dit moet uitdrukkelijk geen economische verkrijging in de zin van art. 2 lid 2 WBR inhouden, maar moet slechts tot gevolg hebben dat de gezamenlijke erfgenamen een recht op levering van de onroerende zaak verkrijgen. Het gevolg hiervan is dat de erfgenamen enerzijds jegens Charlotte en Sander recht op levering hebben en anderzijds jegens Charlotte en Sander tot levering verplicht zijn. Hierdoor gaan de verplichtingen over en weer door vermenging teniet.


2. Charlotte en Sander verkopen en cederen het recht op levering aan de gezamenlijke erfgenamen. Na deze cessie hebben de gezamenlijke erfgenamen het recht op levering van de juridische eigendom van de onroerende zaak en zijn zij verplicht deze te leveren. Door vermenging gaan dit recht en deze verplichting teniet.


3. Charlotte en Sander doen (om baat) afstand van ‘uitsluitend het recht op levering’. Doordat afstand is gedaan van het recht op levering, hebben de gezamenlijke erfgenamen geen leveringsverplichting meer.


Alle drie deze mogelijke oplossingen hebben tot doel om de leveringsverplichting en het recht op levering door vermenging teniet te doen gaan. De bedoeling hiervan is dat de erfgenamen vervolgens de juridische eigendom van de onroerende zaak wél kunnen verdelen en ter zake sprake is van een uitgezonderde verkrijging.


Alle drie deze oplossingen zijn in feite ‘juridische trucjes’ om het gewenste resultaat te bereiken. Hetzelfde geldt overigens voor het voorwaardelijk afstandslegaat en dat bleek ook een legitieme manier om het gewenste resultaat te bereiken. Met name met betrekking tot de oplossing hiervoor onder 1. beschreven kan men zich echter afvragen of het werkt zoals beoogd. Charlotte en Sander verkopen de onroerende zaak en sluiten daarmee een nieuwe overeenkomst. Het lijkt niet juist dat het ontstaan van het recht op levering van de volle eigendom voor de gezamenlijke erfgenamen voortvloeiend uit deze overeenkomst, ertoe leidt dat de leveringsverplichting die is ontstaan op basis van de overeenkomst van 1 maart 1995 tenietgaat. De tweede en derde oplossing zijn meer


34 Externe bronnen • •


J.W. Zwemmer, Economisch tijdens leven, juridisch na overlijden, FBN 1997/9


R.T.G. Verstraaten en M.J.A. van Mourik, Overdrachtsbelasting en de afwikkeling van economische eigendomsoverdrachten van vóór 1 april 1995, WFR 1998/1834


• HR 10 augustus 2007, ECLI:NL:HR:2007:AY9435, BNB 2007/310, met noot van I.J.F.A. van Vijfeijken


• •


• • B.M.E.M. Schols, Het voorwaardelijk afstandslegaat, FBN 2014/41


L.J.F. Seerden en J.W.A. Rheinfeld, Een kwart eeuw economische eigendom: medicijn met bijwerkingen, WFR 2020/54


Van Straaten, Schoenmaker en Rozendal, Wegwijs in de Overdrachtsbelasting, SDU 2020, par. 3.3.2 en 3.4.17


Gassler, Van Kempen, Van Laren en Verbaan, Cursus Belastingrecht, Belastingen van Rechtsverkeer, Wolters Kluwer 2020, BvR.2.1.5.C.c





Vakstudie – Belastingen van rechtsverkeer, Commentaar op art. 3 [Uitgezonderde verkrijgingen]


zuiver, omdat in die situaties het bestaande recht op levering wordt overgedragen aan de gezamenlijke erfgenamen en daardoor de daar tegenover staande leveringsverplichting door vermenging tenietgaat respectievelijk de leveringsverplichting door afstand teniet gaat.


Desalniettemin is het in een dergelijke situatie verstandig de voorgenomen route vooraf af te stemmen met de Belastingdienst. Vanwege de wens om deze langslepende discussie te beëindigen ligt het in de lijn der verwachting dat de Belastingdienst zal instemmen met de hiervoor onder 2 of 3. vermelde route. Gebeurt dit niet, dan ligt het gevaar van verdere ‘versplintering’ van de juridische eigendom op de loer.


Idealiter komt men echter helemaal niet toe aan deze discussie en wordt voor het overlijden van de oorspronkelijke juridische eigenaar het toekomstige probleem geconstateerd en ondervangen. Het notariaat kan hierin een belangrijke rol spelen door de beproefde route van het voorwaardelijk afstandslegaat te adviseren.


PE Notariaat 2021/4


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44