Personen- en familierecht
De benoeming van een executeur: een vergelijking tussen oud erfrecht en het huidige erfrecht
De benoeming van een executeur kan men terugvinden in een codicil, in een bijzondere notariële akte en - uiteraard - in een uiterste wil (testament). Benoemingen bij codicil en bijzondere notariële akte betreffen noodzakelijkerwijs benoemingen onder het oude erfrecht. Hoe ontwaart men tegenwoordig de benoeming van een executeur en hoe stelt men vervolgens zijn bevoegdheden vast? Nu het nieuwe erfrecht alweer bijna 20 jaar in werking is, is het goed om te inventariseren waar men in het kader van executeursbenoemingen zoal tegenaan kan lopen. Dit alles met een sterke nadruk op het oude erfrecht.
mr. E.A. (Eric) de Jong heeft in Utrecht Notarieel Recht gestudeerd (1995) en is notaris te Eersel. Hij houdt zich bezig met erfrecht in brede zin en de afwikkeling van nalatenschappen in het bijzonder. Daarnaast is hij buitenpromovendus bij de Radboud Universiteit en onderzoekt hij de rechtspositie van de vereffenaar van nalatenschappen.
Bron: PE Notariaat e-learning (voorheen ELN), nr. 30 | Personen- en familierecht
1. De benoeming van een uitvoerder van de uiterste wilsbeschikking, de executeur- testamentair of de executeur
Onder het oude erfrecht kon men bij uiterste wil, bij codicil en bij ‘eene bijzondere notariële akte’ een of meer uitvoerders van zijne uiterste wilsbeschikkingen aanstellen (art. 1052 Boek 4 OBW). De uitvoerder van de uiterste wil werd onder het oude erfrecht ook wel aangeduid met de titel ‘executeur- testamentair’ en ‘executeur’. Tegenwoordig kan men alleen nog bij uiterste wilsbeschikking een executeur benoemen (art. 4:142 lid 1 BW), dat wil zeggen bij uiterste wil (art. 4:42 lid 3 BW). Onder het huidige BW kennen we ook alleen nog de titel executeur, hoewel de oude titel executeur-testamentair nog regelmatig wordt gebruikt (zie ook B.M.E.M. Schols, ‘Executele’ (diss.) 2007, p. 20 e.v.). Voor de leesbaarheid wordt hierna de term ‘executeur’ gebruikt.
Overgangsrecht
In het erfrechtelijke overgangsrecht is geregeld dat de executeursbenoeming bij codicil of bijzondere notariële akte geldig blijft (art. 79 en art. 127 ONBW). Voor het overige geldt de onmiddellijke werking van afdeling 4.5.6 BW (Executeurs), voor zover de executeur het recht van bezit is toegekend en geen andersluidende bepalingen in de uiterste wil zijn opgenomen (art. 133 ONBW). Op dit moment moet men dus nog steeds alert zijn op de benoeming van een executeur bij codicil of bijzondere notariële akte van vóór 1 januari 2003.
Benoeming bij codicil
Met een codicil is in dit geval bedoeld een enkele onderhandse, door de erflater geheel geschreven, gedagtekende en ondertekende verklaring als in art. 982 Boek 4 OBW (jo art. 1052 lid 1 Boek 4 OBW). Op grond van het bepaalde in art. 4:97 BW is de benoeming van een executeur bij codicil sinds 1 januari 2003 niet meer mogelijk (vgl.
24 PE Notariaat 2021/4
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44