Van wie is de koopprijs op de notariële kwaliteitsrekening?
Het gaat om twee elementen: 1. De levering moet hebben geresulteerd in de overdracht van het goed vrij van alle bijzondere lasten en beperkingen, met uitzondering van die welke de koper uitdrukkelijk heeft aanvaard. Dat betekent in ieder geval dat bij de narecherche in de openbare registers niet mag blijken van: (i) onbekende hypotheken of beslagen ten laste van de verkoper,
(ii) eerdere inschrijvingen als bedoeld in art. 7:3 BW; of (iii) andere onbekende goederenrechtelijke rechten die aan de koper kunnen worden tegengeworpen. 2. Er mag ook niet blijken van ‘andere beletselen’ (HR 16 april 2021, r.o. 3.1.6). Daaronder moet worden begrepen dat geen complicaties zijn opgetreden met betrekking tot (i) de overdrachtstitel; of (ii) de beschikkingsbevoegdheid van de verkoper.
• ad (i) als blijkt dat geen geldige titel aan de overdracht ten grondslag ligt, is er geen overdracht tot stand gekomen. In dat geval mag de notaris niet tot uitbetaling overgaan. Anders zouden immers zowel het goed als de koopprijs in het vermogen van de verkoper terecht komen. Overigens hoeft de notaris niet uit eigen beweging nader te onderzoeken of de titel op het moment van uitbetaling nog steeds geldig is.
• ad (ii) een faillissement maakt de verkoper beschikkingsonbevoegd. Aangezien een faillissement terugwerkt tot 00.00 uur, kan pas op de dag na de levering worden vastgesteld of de levering is verricht door een beschikkingsonbevoegde. Alleen die levering leidt immers tot overdracht (art. 3:84 lid 1 BW).
dat de overdracht is bewerkstelligd. Hij hoeft niet uit eigen beweging te onderzoeken of op het moment van uitbetaling die veronderstelling nog steeds juist is.
Tot slot
Naar het oordeel van de Hoge Raad van 16 april 2021 trof de notaris die de koopprijs had teruggestort naar de koper, toen bleek dat de overdracht was mislukt, geen blaam. Toch lijkt de notaris er in het algemeen verstandig aan te doen om in complexe situaties niet te snel tot uitbetaling van de koopprijs aan de ene of andere partij over te gaan. De rechtsverhouding tussen verkoper en koper is bepalend voor het antwoord op de vraag aan wie de koopprijs toekomt en wie uitbetaling van de koopprijs kan verlangen. De notaris zal niet in alle gevallen die rechtsverhouding volledig kunnen overzien. De veiligste optie is dan om ‘op het geld te blijven zitten’ en partijen naar de rechter te verwijzen. Art. 6:37 BW voorziet hierin; dit wetsartikel bepaalt dat de schuldenaar bevoegd is de nakoming van zijn verbintenis op te schorten, indien hij op redelijke gronden twijfelt aan wie de betaling moet geschieden.
• • •
• •
HR 16 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:588 Conclusie A-G bij HR 16 april 2021, ECLI:NL:PHR:2020:800
HR 12 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9441 (Koren q.q./ Tekstra q.q.)
HR 30 januari 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4140 (Baarns beslag)
Beleidsregel ‘Tijdstip uitbetaling van gelden’, vastgesteld door het bestuur van de KNB, gepubliceerd op 2 juni 2006 en uitgebreid bij besluit van het bestuur van 12 december 2007, gepubliceerd op 18 december 2007
Externe bronnen
www.fbn.nl/pe-notariaat
11
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44