Personen- en familierecht
volgens deze regeling namelijk niet van toepassing te zijn. Titel 4.13 OBW blijkt dan nog steeds wel van toepassing te zijn, in het bijzonder art. 1056 Boek 4 OBW (verzegeling in bepaalde gevallen), art. 1057 Boek 4 OBW (boedelbeschrijving) en art. 1058 Boek 4 OBW (uitvoering van de uiterste wil). In de praktijk komt het erop neer dat de executeur een boedelbeschrijving maakt en met vingerwijzingen, raadgevingen en vermaningen moet zorgen dat de wil van de erflater ten uitvoer wordt gelegd (vgl. Van der Burght, 1991, p. 270). Hij herinnert de erfgenamen aan hun verplichtingen en de legatarissen aan hun rechten (Van der Ploeg, 1992, p. 463).
Ook vandaag de dag is het oude erfrecht (zoals dat luidde vóór 1 januari 2003) nog van belang in het kader van benoemingen
Executeur met bezit (onder oud erfrecht)
De oude executeur met bezit lijkt op onze huidige executeur. Volgens het bepaalde in art. 133 ONBW is namelijk afdeling 4.5.6 BW wel van toepassing op deze executeur. Interessant is in dit verband wat de Hoge Raad onder meer over deze executeur met bezit heeft gezegd (HR 21 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD5985):
‘4.2 De executeur aan wie, zoals hier het geval is, het bezit van de goederen van de nalatenschap is toegekend en die is aangesteld tot beredderaar van de boedel, is bevoegd met uitsluiting van anderen het beheer over de goederen van de nalatenschap te voeren. (…) Hij is bevoegd om goederen van de nalatenschap te verkopen ten behoeve van de afwikkeling van de nalatenschap, bijvoorbeeld teneinde een schuld uit een legaat of een (andere) schuld van de nalatenschap te voldoen.’; en
‘4.5 Naar huidig recht – waarin de executeur, voor zover de erflater niet anders heeft beschikt, van rechtswege is belast met het beheer van de goederen der nalatenschap (art. 4:144 lid 1 BW) – geldt het hiervoor overwogene eveneens.’
Het is met name van belang dat de Hoge Raad het hier heeft 26
over de aanstelling als beredderaar van de boedel. De term ‘beredderaar’ komt niet in de wettekst van Boek 4 BW zoals die luidde voor 1 januari 2003 voor, maar werd wel veel in testamenten gebruikt (aan de hand van een toenmalige modelclausule van de KNB, met kenmerk BTE27C). Vervolgens overweegt de Hoge Raad in gemeld arrest onder 4.5 dat de huidige executeur dezelfde bevoegdheden heeft als de oude executeur met bezit die ook als boedelberedderaar is aangesteld. Art. 133 ONBW heeft het echter alleen over de executeur met bezit op wie de huidige executeursafdeling (4.5.6 BW) van toepassing is. Goed beschouwd volgt daaruit dat de aanstelling tot boedelberedderaar, anders dan onder het oude recht, tegenwoordig niets meer toevoegt aan de bevoegdheden van de executeur (zie ook uitgebreid Schols 2007, p. 453 e.v.; en de Hoge Raad 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:39).
Eén-sterexecuteur (huidig erfrecht)
De executeur met één ster is de executeur van afdeling 4.5.6 BW van wie de testateur het beheer heeft ontnomen (art. 4:144 lid 1 BW). Hij wordt ook wel ‘begrafenisexecuteur’ genoemd en is vergelijkbaar met de executeur zonder bezit onder het oude erfrecht. Of hij de begrafenis mag of moet regelen, hangt af van de bepalingen van de uiterste wil. De begrafenisexecuteur kan ook verplichtingen hebben op het gebied van erfbelasting (art. 72 SW).
Twee-sterrenexecuteur (huidig erfrecht)
De executeur met twee sterren is de executeur van afdeling 4.5.6 BW. Volgens de bepalingen van die afdeling heeft de executeur het beheer van de nalatenschap (art. 4:144 lid 1 BW; zie ook art. 4:145, art. 4:146, art. 4:147 en art. 4:150 BW). De concrete invulling van de bevoegdheden van een twee-sterrenexecuteur vindt plaats aan de hand van de bepalingen van de executeursafdeling en uiteraard de uiterste wil (denk bijvoorbeeld aan het wel of niet regelen van de begrafenis).
Drie-sterrenexecuteur (huidig erfrecht)
De executeur met drie sterren is niet alleen (twee-sterren) executeur, maar ook bewindvoerder van de nalatenschap (afdeling 4.5.7 BW inzake testamentair bewind). Omdat de bewindvoerder de nalatenschap (verder) afwikkelt, wordt hij ook wel afwikkelingsbewindvoerder genoemd. Twee belangrijke punten moeten hierbij worden vermeld. Ten eerste dient in de uiterste wil een bewind te worden ingesteld
PE Notariaat 2021/4
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44