search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
De benoeming van een executeur: een vergelijking tussen oud erfrecht en het huidige erfrecht


art. 4:142 lid 1 BW). De benoeming van een executeur bij onderhandse, al dan niet handgeschreven akte is nog wel mogelijk op grond van het bepaalde in art. 4:94 BW, maar dat is geen codicil.


Een codicil wordt in beginsel niet bewaard door een notaris. Het boven water komen van een codicil hangt er met name van af of men het codicil vindt en dan ook wil presenteren. Art. 4:114 BW bepaalt dat een uiterste wilsbeschikking die geldig bij een onderhands en niet in bewaring gegeven stuk is getroffen, wordt herroepen wanneer de erflater dit stuk vernietigt. Is het stuk vernietigd, dan wordt dit vermoed door de erflater te zijn geschied. De gelegenheid maakt dan al snel de dief.


Benoeming bij bijzondere notariële akte


Onder een bijzondere notariële akte verstond men onder het oude erfrecht een akte die niets anders inhield dan beschikkingen ter zake des doods. De wet verhinderde zo dat in een notarieel koop- of huurcontract een executeur kon worden benoemd (P.W. van der Ploeg, ‘Asser-Meijers-Van der Ploeg’ 1992, p. 458). Bovendien kon men volgens sommige schrijvers onder de bijzondere notariële akte ook de akte van huwelijkse voorwaarden begrijpen (G. van der Burght, ‘Pitlo/ Van der Burght, Erfrecht’, 1991, p. 268).


2. Bevoegdheden van de uitvoerder van de uiterste wilsbeschikking, executeur- testamentair en executeur


Tegenwoordig gebruiken we het door B.M.E.M. Schols ontwikkelde en hierna te bespreken sterrensysteem om met


triviale namen handig een indicatie te kunnen geven van de bevoegdheden van de executeur. Onder het oude recht waren de bevoegdheden veel minder helder. De erflater kon aan de executeur het zogeheten recht van bezit, de bezitneming van alle goederen van de nalatenschap of van een bepaald gedeelte daarvan geven (art. 1054 lid 1 Boek 4 OBW). Daarnaast kon de erflater de bevoegdheden en verplichtingen van de executeur uitbreiden en inkrimpen (Van der Ploeg, 1992, p. 460). Hij kon de executeur zo tot ‘boedelberedderaar’ maken. Hoewel dat leest als een royale regeling, werd de toenmalige regeling van de executele als hoogst gebrekkig en onvolledig beoordeeld (vgl. Parl. Gesch. Vaststellingswet Boek 4 Erfrecht, 2002, p. 828). Zo was bijvoorbeeld niet bekend wat de bevoegdheden van een boedelberedderaar waren en wat bezit in dit verband exact inhield.


Hierna volgt een overzicht van de verschillende soorten executeurs, zowel naar oud recht als naar huidig recht.


Executeur zonder bezit (onder oud erfrecht)


Om te beginnen is er dus de oude executeur zonder bezit of bezitneming. Die werd in de literatuur als een meelijwekkende figuur afgeschilderd: ‘een individu zonder enig nut’ (Van der Ploeg, 1992, p. 465) en ‘een ladder zonder sporten’ (Van der Burght 1991, p. 270). Het is van belang om dat te onderkennen wanneer een codicil van vóór 2003 opduikt, waarin bijvoorbeeld niet meer is vermeld dan dat de erflater een persoon benoemt of aanwijst als executeur-testamentair.


De regeling van art. 133 ONBW is hier van belang. Op de benoeming van deze executeur blijkt afdeling 4.5.6 BW


www.fbn.nl/pe-notariaat 25


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44