search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
069


tiedrang en is er niets mis met hard werken. Volgens de aios is het grootste probleem de infl exibiliteit en ongezon- de competitie van het systeem. Wat nu als beiden gelij k hebben? Wat


nu als het klopt dat je niet ziek wordt van hard werken en dat er inderdaad teveel registratie is, maar ook dat het systeem te infl exibel is en er ongezonde competitie is? Er is hier sprake van van ‘parallel conversation’: beiden hebben hun standpunt, maar lij ken het stand- punt van de ander niet echt te hebben verkend. Wat zou er gebeuren als zij elkaars perspectieven onderzoeken en door werkelij k naar elkaar te luisteren gezamenlij k tot een wezenlij ke oplos- sing komen? Marjolein van de Pol, Geneeskundeopleiding Nij megen


Van Ranst (4) Met veel belangstelling heb ik het interview met viroloog Marc van Ranst (Arts en Auto 01) gelezen. Hij zegt hierin dat de pandemie op haar laatste benen loopt omdat ‘we nu alleen nog varian- ten van Omikron zien ontstaan’. Helaas besteedt hij in het interview geen aandacht aan de pandemie binnen de pandemie, namelij k Long COVID (ook Omikron kan Long COVID veroorzaken bij zowel volwassenen als kinderen). Dat vind ik een gemiste kans, aangezien Long COVID veel meer is dan een zware verkoudheid. Nicole Landsbergen, dierenarts


Dementiezorg (2) In Arts en Auto 01 schrij ft specialist ouderenzorg Mirjam Koenen in deze rubriek dat hoogleraar Anne-Mei The ten onrechte het woord dementerend noemt in het interview dat u eerder met haar had. Dit omdat ‘je ook niet spreekt van infl uezerend of pneumonerend’. Infl uenza en pneumonie zij n echter voorbij gaande ziekten en dementie is een glij dend proces dat voortduurt waarbij de vermogens van de patiënt steeds verder verminderen. ‘Demente- rend’ is hierbij dus mij ns inziens wel degelij k de juiste uitdrukking. Ook ‘ver- pieteren in een verpleeghuis’ is helaas een veel gezien feit, veroorzaakt door de afschaling van zorg en het steeds minder tij d beschikbaar hebben van


zorgmedewerkers voor het welzij n van de bewoners. Dat is geen onjuist beeld maar helaas in veel verpleeghuizen de trieste werkelij kheid. Al zou men graag anders willen. Marian Uppelschoten, fysiotherapeut


Behandelrelatie In Arts en Auto 01 wordt het beëindigen van een behandelrelatie besproken.


020 Open brief


‘Er lijkt niets veranderd’


Beste arts-assistent en coassistent,


Onder vijf pseudoniemen en zijn eigen naam publi- ceerde voormalig huisarts, auteur en kunstenaar Ignace Schretlen zeven boeken en honderden artikelen, columns en blogs over zijn alledaagse ervaringen in de praktijk. Toen hij zelf patiënt werd en met verschillende aan- doeningen te maken kreeg, werden deze ervaringen hier ook bij betrokken. Anatomie van het gevoel, dagboek van een coassis- tent, geschreven onder het pseudoniem Alexander van Es, veroorzaakte grote commotie in de medische wereld. Vijfenveertig jaar later schrijft Schretlen een open brief aan allen die nu als arts-assistent of coassistent werkzaam zijn.


Zou het kunnen dat wij elkaar hebben gezien? Nou ja, ik zag jou, maar jij zag mij vermoe- delijk niet. Ik zat in de ruime wachtruimte van een poli van een academisch medisch centrum. Jij liep over de gang die deze ruimte doorkruist. Ik kon niet inschatten of je arts-assistent of coassistent was. Half voor jou zette een specialist er stevig de pas in. Jullie kwamen van rechts, hielden vlak bij de plek waar ik zat even in – werd één van beiden opgeroepen? – en liepen toen weer gehaast verder. Want ja, zo lopen dokters door het zieken-


huis: altijd net iets sneller dan patiënten en bezoekers maar vooral een stuk zelfverzeker- der. En let vooral eens op hun blik. Ze maken louter oogcontact met anderen die een witte jas dragen. Ik moest drie kwartier wachten en observeerde dokters die patiënten uit de wachtruimte kwamen halen. Sommigen schreeuwden een naam en draaiden non- chalant wat met hun hoofd op en neer om te kijken of iemand reageerde. Onder de titel ‘Noem de co bij z’n naam’


schreef Pim den Boon eerder dit jaar in Medisch Contact: ‘(...) Vanaf heden wil ik de naamloosheid die de coassistent soms beschoren is achter me laten. En ik heb dat voorrecht; als voorzitter van De Geneeskunde student is het zelfs mijn taak alle geneeskundestudenten van een gezicht en een stem te voorzien. (...) Iedere student heeft een naam (...). Vaak zit er een interes- sant persoon aan vast, met grootse plannen en veel initiatief.’ Ik las deze regels en moest direct terugden-


ken aan een passage uit het dagboek* dat ik vijfenveertig jaar geleden heb bijgehouden tij- dens mijn coschap interne geneeskunde: ‘Van- middag zat ik in de assistentenkamer, toen de kar met koffie en thee voorbijkwam. Het


meisje dat voor deze kar zorgt, deed de deur open, keek mij even aan, klapte toen de deur weer achter zich dicht en riep waarschijnlijk tegen iemand die de koffie en thee inschenkt: ‘Niemand’... en zo voel ik mij inderdaad.’ Misschien had ik toen even mijn witte jas


uitgetrokken. Als huisarts heb ik er nooit een gedragen, maar in een ziekenhuis zou het dan één grote warboel worden. In mijn dagboek komt hierover een zekere dokter De Wael aan het woord: “Wanneer ik die witte jas uittrek, stoot iedereen aan alle kanten tegen mij op. Heb ik hem aan, dan splijt de meute zich als de Rode Zee in twee groepen uit elkaar.” Elders vermeld ik dat ‘collega’s’ mij niet groeten wanneer ik zonder witte jas eet. Terug naar Pim: ‘Hoe mythisch de studie


(geneeskunde) in de gedachten van menig middelbare scholier is, zo zwaar blijkt de studie uiteindelijk te zijn. En dan bedoel ik niet alleen de studielast. Nee, de bachelor en de coschappen missen de menselijke maat. Ze missen de interactie tussen leermeester en gezel, tussen mentor en student. Tijdens de studie mis ik vaak het vertrouwen van supervisors (...). Ik mis de betrokkenheid en interesse in de persoon achter de student.’


Er lijkt niets veranderd. In mijn dagboek schreef ik vijfenveertig jaar geleden: ‘Hoe vaak krijg je niet te horen dat een patiënt in wezen ‘een uniek individu’ is (en) dat je hem niet mag beschouwen als ‘een nummer’ (...). Maar ondertussen (...) ben je zélf als student niet veel meer dan ‘een nummer’, op zijn hoogst kent men je achternaam. Dit laatste geldt helaas vaak ook voor de periode waarin je als coassistent werkt. Het komt zelden voor dat iemand echt in je geïnteresseerd is.’ In de geneeskunde barst het van para- doxen. Dat begint al met het academisch


Tekst: Ignace Schretlen 021


centrum waar ik jou mogelijk zag. Het megalomane complex oogt als een mix van een winkelcentrum, luchthaven en chique kantoor van een multinational. Maar planten ontbreken en juist die mis ik. Ik ben bang: wat hangt mij boven het hoofd? De anticlimax is een raamloos, kaal


kamertje. Daar staat de dokter mij te woord. Er staan een bureau, een paar stoelen, een onderzoeksbank en wat medische spullen. In de wachtruimte zelf zijn de stoelen


vervangen door fauteuils. Schuin voor mij hangt een scherm. Elke vijf minuten word ik aangemaand om met de behandelaar te over- leggen over het beleid, want het ziekenhuis is ‘persoonsgericht’. Nonsens, ik was twintig jaar huisarts en ben twintig jaar patiënt. Het zijn twee universums die los van elkaar staan. Ik twijfel niet aan het nut van richtlijnen, standaarden en protocollen, maar wanneer deze als dogma’s fungeren, wordt de afstand nog groter. Heb jij gelezen over het Integraal Zorg-


akkoord? Dit gaat over de toekomst van de zorg. Huisartsen moeten meer tijd voor patiënten krijgen? Maar tegelijk neemt van alle kanten de druk op hen toe. Hoe moet deze paradox worden overbrugd? Van patiënten wordt verwacht dat zij vaker websites als Thuisarts.nl raadplegen, maar hoe verant- woord is dit? Verder is een grote toekomst weggelegd voor het videoconsult. Lichamelijk onderzoek lijkt op deze wijze een stille dood te sterven. Met mijn blik volgde ik jou en de specialist


met wie je meeliep tot jullie waren verdwenen. Twee jaar na mijn coschap interne geneeskun- de schreef ik in een nabeschouwing over mijn dagboek: ‘Ik ben mij ervan bewust dat elke specialist vroeger ook assistent en coassistent is geweest. Misschien hebben ze toen dezelfde gedachten geopperd als die ik heb verwoord. En toch... een aantal van hen is – hoe dan ook – blijkbaar zo geworden als ze toen vreesden.’ Ik stuurde Pim mijn dagboek. Hij schreef


mij: ‘De situaties die jij in drie maanden tegenkwam, zijn voor mij nog heel herken- baar. Natuurlijk is er veel veranderd in de dagelijkse praktijk, maar de overleggen, de manier van begeleiden, de inhoudelijke rede- naties en de gevoelens van een coassistent tegenover de indrukken van al die patiënten kan ik goed plaatsen. En je dagboek geeft me een mogelijkheid te relativeren, want ik kan


veel positiever kijken naar dat ik nú studeer, en niet toen.’ Jij bent jong en staat nog aan het begin van


jouw loopbaan. Op jouw leeftijd waren mijn ervaringen als patiënt beperkt tot kleine chi- rurgische ingrepen. Ik sta nu aan de andere kant van het leven. Wanneer ik met angst de toekomt tegemoet ga, dan speelt vooral het gebrek aan het vertrouwen in het zorgsys- teem (dus niet jou!). De ironie wil dat jij en ik beiden met zieken hebben te maken. Maar voor jou gaat het om patiënten en bij mij om gezinsleden, familie, vrienden en kennissen. Levenslang voel ik mij betrokken tot


ontwikkelingen binnen de geneeskunde. Het is niet aan mij om te oordelen. Ik probeer slechts te observeren en te luisteren. Er is écht geen enkele reden om te veronderstellen dat dokters beter of slechter zijn geworden maar misschien wel anders. Dat anders heeft vol- gens mij alles te maken met de wijze waarop zij leren, c.q. geleerd hebben om hun vak uit te oefenen; de werkomstandigheden en trends in onze samenleving. De meest gehoorde klacht over medische zorg is gebrek aan betrokkenheid. Het klinkt


‘Menig arts lijkt moegestreden en functioneert in


overlevingsmodus’


misschien wrang, maar waarom zou je als dokter veel tijd en energie moeten investe- ren in patiënten wanneer het beleid toch grotendeels wordt bepaald door richtlijnen, protocollen en standaarden? Een blik buiten jouw werkveld werpen kan riskant zijn. Wanneer ik reageer dat betrokkenheid zowel de patiëntenzorg als de arbeidsvreugde ten goede kan komen, worden prioriteiten vaak toch elders gelegd. Wat mij keer op keer verbaast, is een tame-


lijk fatalistische houding. Menig arts lijkt moegestreden, voelt zich lamgeslagen en functioneert in een overlevingsmodus. Met het enthousiasme is ook de strijdlust ver- dwenen. Ik ben ervan overtuigd dat vrijwel élke arts wel weet hoe de zorg op zijn of haar eigen vakgebied beter, zinvoller en misschien


ook zuiniger kan, maar tegenkrachten dwingen tot zwijgen. De geneeskunde heeft behoefte aan reflectie van binnenuit, maar de fut ontbreekt. Voor jou is geneeskunde zonder richtlijnen,


standaarden en protocollen misschien zoiets als verkeer zonder regels. Ga eens na hoe deze zijn ontstaan. De basis wordt gevormd door evidence-based medicine: niet de autoriteit van de professor, maar betrouwbaar weten- schappelijk onderzoek vormt het fundament van medisch handelen. Bij de toepassing moet je jezelf echter kritisch opstellen en richten op de patiënt. Richtlijnen mogen nooit verder reiken dan de grenzen van hun fundament. Soms lijkt het of dokters geen vertrouwen


meer in hun eigen capaciteiten hebben. Ellen- lange vragenlijsten die voor het bezoek aan de specialist ingevuld moeten worden vervangen deels de anamnese. Steeds vaker zien dokter en patiënt elkaar pas nadat routinematig peperduur onderzoek is aangevraagd. Bij binnenkomst ligt er dan al vaak een diagnose (of is er niets aan de hand). De richtlijnen bepalen het beleid. Aan jou de vraag: oefent de dokter wel of geen ambacht uit? Het wezen van patiënt-zijn is echter niet


veranderd. Daarom blijf ik heilig geloven in persoonlijk contact tussen hulpvrager en hulpverlener. En ik sta niet alleen. Tal van initiatieven bevestigen de noodzaak hiervan. Nog één vraag aan mijzelf: zou ik als patiënt behandeld willen worden zoals ik patiënten behandelde? Ja, dolgraag! Maar dan volgt een laatste paradox: word vooral nooit zo’n dokter als ik want dan knap je vroeg of laat af. Hoe dan wel? Een mooie vraag voor Pim en ook voor jou!


Hartelijk dank aan Pim den Boon voor zijn medewerking aan deze publicatie.


* Het enkel nog tweedehands te krijgen dagboek van Ignace Schretlen is uitgegeven onder de titel Anatomie van het gevoel en verscheen onder het pseudoniem van Alexander van Es. De zevende en laatste druk dateert uit 2006.


Brief aan jonge artsen (2) In Arts en Auto 12 (2022) schreef oud-huisarts, publicist en kunstenaar Ignace Schretlen een brief aan (aanko- mend) artsen.


Ik moet de stelling van de huisarts Ronald Engels in deze rubriek van Arts en Auto 01 (2023) beamen. ‘Het medisch denken blij ft vereist


en is nodig voor zorg en onderzoeken op maat. Protocollen mogen hooguit ondersteunend zij n’. Daar zou nog de aanvulling op kunnen zij n dat het persoonlij k contact met de mens zeer belangrij k blij ft. Dat is dan ook de re- den dat ik met een schuin oog kij k naar de online dokter. In de plaats waar mij n fysiotherapiepraktij k was gevestigd, ontmoette ik een huisarts die als één van de eersten overschakelde naar een online praktij k. Hij stuurde een stapel blanco aanvraagformulieren (onder- tekend) voor behandelingen naar o.a. mij n praktij k. Dit was bedoeld om hem te ontlasten en de mogelij kheid voor de patiënt te scheppen om direct mij te kunnen raadplegen. Ook sprak hij mij bij een ontmoeting aan met de vraag of ik het ook zo druk had. Geïrriteerd ant- woordde ik dat ik het graag druk had omdat ik per behandeling werd betaald. Dit alles kwam weer bij mij boven


afgelopen weekend toen ik mij n neef ontmoette die zich erover verbaasde dat ik nog fysiek een huisarts kon bezoeken. Hem was gevraagd door zij n huisarts om een digitale foto te sturen om zij n klachten te beoordelen. Jan de Lange, gepensioneerd fysiotherapeut


De omgekeerde wereld. Heel Nederland spreekt afgrij zen uit als een presentator verbaal agressief is naar medewerkers. Terecht. Echter als de partner van een patiënte verbaal agressief de orthodon- tist als professional bejegent, wordt van de orthodontist als zorgverlener geëist dat deze de patiënt twee keer verzoekt het gedrag te veranderen, met een (schriftelij ke) waarschuwing dat hij / zij de de behandelovereenkomst kan beëindigen. Plus een opzegtermij n van een maand, plus de verplichting om acute orthodontische hulp te blij ven leveren tot de orthodontist een andere orthodontist heeft gevonden! Verder dient de orthodontist te onderzoeken hoe de ‘vertrouwensrelatie’ kan worden hersteld. De grootste schreeuwers krij gen hun


gelij k, wordt hier maar weer beves- tigd. Ik tolereer geen verbaal geweld, niet naar mezelf en zeker niet naar de medewerkers binnen onze praktij k. Als mensen niet bereid zij n om daarvoor excuses uit te spreken, kunnen ze zelf op zoek gaan naar een andere huisart- senpraktij k. Direct helder onze grenzen aangeven zou veel duidelij kheid geven in de zorg, als ook in de hele samenle- ving. Frank Greeven, huisarts


Heilige koe In de Arts en Auto 01 stond het artikel ‘Heilige koeien met menselijke trekjes’, met daarin afbeeldingen van kunstenaar Olaf Mooij.


In het artikel staat: ‘het is opmerkelij k dat er in heel Nederland tot nu toe niet zo’n gedenkplek voor verkeersslachtof- fers is’. Deze passage is niet helemaal juist: in Nederland zij n namelij k diverse monumenten voor verkeersslachtoff ers, waaronder in Wassenaar. Zie: Monu- menten voor verkeersslachtoff ers in Nederland van de Vereniging Verkeers- slachtoff ers. Reinier van Gent, senior verkeerskundige


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84