014 Interview
klachten: zijn zij ongeschikt voor het vak? “Nee. Maar ik denk wel dat als je tijdens de opleiding al veel klachten hebt, je jezelf de vraag moet stellen: wil ik dit wel? Want het wordt later heus niet minder zwaar.” Misschien wordt het wel minder zwaar met
de keuze voor een bestaan als waarnemer en/ of werken in deeltijd. “Voor mijn promotieon- derzoek heb ik 55 huisarts opleiders geïnter- viewd. Zij zien over het algemeen professionele aiossen die zich ontwikkelen van medische probleemoplossers tot dokters die de hele mens zien, maar ze maken zich ook zorgen. Over die burn-outachtige klachten, over wat ze steeds ‘de negen-tot-vijf-mentaliteit’ noemen, over de ‘waarneemmentaliteit’: pik er maar uit wat je leuk vindt, een dagje waarnemen hier, een dienstje daar. Ik deel die zorgen deels met die opleiders. Als je voor dit vak kiest, dan is alleen brandjes blussen niet genoeg. Het huisart- senvak gaat over meer, over meelopen met de mensen, over soms meer doen dan van je gevraagd wordt, over de vraag áchter de vraag willen zien, over ingaan op het appel dat op je wordt gedaan. Veel mensen willen geloven dat het gewoon een baan is, maar mijns inziens is dokter zijn iets wat je identiteit bepaalt. Je bent 24/7 dokter, dus ook buiten de spreekkamer.”
Sociaal contract De deeltijdfactor in de huisartsenzorg is gemid- deld 0,74 fte, maar in die driekwart-werkweek werken huisartsen wel gemiddeld 44 uur. “Mooie uren. Als dokters hebben we een sociaal contract met de maatschappij. De samenleving investeert veel in ons. Het is een dure opleiding en dokters verdienen genoeg. Het is bon ton om daarover te klagen, maar als je het bij één partner, één huis en één auto houdt, dan kun je als dokter goed rondkomen. Daarnaast hebben wij nog steeds veel autonomie. We mogen tot op zekere hoogte ons eigen vlees keuren, zelf standaarden maken, we mogen grotendeels zelf weten hoe we de praktijk managen, hoe we de spreekuren doen. Maar die vrijheid houdt ergens op. De vraag is, als we zo veel van de maatschappij krijgen, hoever van de kern van het vak afdrijven nog acceptabel is. Misschien moeten de opleidingskosten naar rato worden terugbetaald door wie zich niet vestigt?” Zegt een huisarts die zelf twee dagen in de
week werkt en de rest van de tijd besteedt aan onderzoek en onderwijs. “Dat is waar, mijn ouders zeggen dan ook: ‘Wanneer ga je nou eens een échte huisarts worden? In Oost- Groningen hebben ze huisartsen nodig en jij zit daar maar te flierefluiten op die universiteit.’ Ik probeer dan uit te leggen dat onderwijs en wetenschap ook bijzonder nodig zijn. Dat ik daar zo hard werk als ik maar kan. Maar het
klopt dat ik met die twee dagen in de week in de praktijk niet de huisarts kan zijn die veel mensen zich wensen. En ook die ik zelf zou wil- len zijn; ik voel mezelf daarin vaak tekortschie- ten. Zaten er maar veertien dagen in een week, dan kon ik zeven dagen huisarts zijn en zeven dagen onderzoek en onderwijs doen.” Of Barnhoorn ook een leven buiten zijn
werk heeft? “Zeker, mijn vrouw en ik hebben drie zoons, tieners inmiddels, maar wij zijn geen curlingouders, wij zijn hier in huis van de liefdevolle verwaarlozing. Ik vind vooral veel voldoening in mijn werk. Daar heb ik mooie ontmoetingen, daar kan ik het leven van mensen soms ietsjes lichter maken. Ik voel me bevoorrecht dokter te mogen zijn. Buiten werk- tijd zijn er ook leuke dingen, maar mijn leven begint niet pas na 17.00 uur. Ik werk niet om te leven, ik leef om te werken.”
CURRICULUM VITAE
Pieter Barnhoon (1977) geboren in Haulerwijk
1996-2003 geneeskunde,
Universiteit Leiden 1997-1998
propedeuse psychologie, Universiteit Leiden 2006-2008
specialisatie seksuologie, RINO Amsterdam 2006-2009 specialisatie
huisartsgeneeskunde, Universiteit Leiden 2009-heden
praktiserend huisarts 2009-heden
docent en onderzoeker
(huisarts)geneeskunde, LUMC
2016-2023
PhD, afdeling PHEG, LUMC
2018-heden voorzitter werkgroep
professionaliteit, NVMO 2019-heden
voorzitter commissie
professionaliteit, LUMC 2022-heden
voorzitter commissie Studium Generale, Universiteit Leiden
Over normen praten Daar denken veel dokters inmiddels toch echt anders over. Is die opvatting over leven om te werken niet achterhaald? “Opleiders hebben bepaalde normen en aiossen hebben er moeite mee dat er niet echt over die normen kan worden gepraat, heb ik geleerd tijdens mijn promotieonderzoek. Ik hoop echt dat we dat gesprek tussen hen op gang kunnen krijgen. Maar persoonlijk zou ik het alle collega’s gunnen om meer te genieten van het werk zelf. Moet je voorstellen wat voor geluk je dan hebt. Dan ga je om 8.00 uur aan het werk en denk je: verdikkeme, ik ben aan het leven. Terwijl als je om 8.00 uur met tegenzin aan je werk begint en om 17.00 uur start het leven pas, dan heb je toch een vervelende dag.” Maar zo zwart-wit is het toch niet? Je kunt
toch ook bevlogen zijn en voldoening uit je werk halen én een goede werk-privébalans nastreven? “Ik zeg niet dat je een slechte dokter bent als je het gewoon als baan ziet van 8.00 tot 17.00 uur, maar ik geloof dat je extra plezier in je vak én privé ervaart als je niet zo bezig bent met die balans. In balans zijn, het klinkt geweldig, maar het impliceert iets wat je onder controle zou kunnen en moeten hebben. Ik denk dat juist die hang naar controle mensen weleens overbelast kan doen raken. Als je jezelf wat minder hoge standaarden oplegt, wat minder bezig bent met grenzen stellen en de balans bewaken en niet bang bent om het eens lekker uit de hand te laten lopen, dan kunnen er weleens mooie dingen gebeuren. Laat het wat meer los.” Barnhoorn stuift nog een keer de trap op en
komt terug met een ingelijste ets met een tekst: Relax. Nothing is under control. “Heb ik voor mijn promotie van goede vrienden gekregen. Ik zou het iedereen gunnen. Als je je hele leven onder
<
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84