Tekst: Martijn Reinink
Financiën
Anticiperen op nieuwe renseigneringsverplichting
De nieuwe renseigneringsplicht betekent voor praktijkhouders die met niet-rechtspersonen – zoals zzp’ers – werken, nog meer administratie. Daarom is er een lobby gestart om voor de zorg een uitzondering te maken. Maar tot duidelijk is of die iets gaat veranderen, kunnen werkgevers beter tijdig op deze verplichting anticiperen.
De nieuwe renseigneringsverplichting – sinds 1 januari 2022 van toe- passing – houdt voor werkgevers in dat zij na afloop van elk kalender- jaar verplicht informatie aan de Belastingdienst moeten verstrekken over Uitbetaalde Bedragen aan Derden (UBD) die geen btw in rekening hebben gebracht. “Hiermee wil de fiscus beter zicht krijgen op het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden”, zegt VvAA-adviseur Erik van Dam. “Deze generieke regeling raakt de zorg extra, omdat veel werkzaamheden die bijvoorbeeld zzp’ers doen onder de medische vrij- stelling voor btw-heffing vallen. Dat iedereen belasting moet betalen, zal niemand betwisten. Maar of het aan praktijkhouders is om daar als een soort politieagent achteraan te zitten? Ik vind dit een te zwaar middel, dat ook nog eens bovenop alle andere administratieve druk komt.” Voor 1 februari 2023 moesten werkgevers voor het eerst digitaal
informatie doorgeven over zzp’ers met btw-vrijstelling die zij in 2022 hebben betaald. Daarbij gaat het niet alleen om bedragen; de Autoriteit Persoonsgegevens heeft ook goedkeuring gegeven voor het opvragen en aanleveren van geboortedata en bsn’s. “Dat zijn geen gegevens die een waarnemer standaard op de factuur zet, dus daar moet de praktijk- houder achteraan. Als je met verschillende zzp’ers hebt gewerkt, kan dat veel tijd kosten.” Vanwege deze administratieve lasten dringen diverse eerstelijnsorga-
nisaties bij het kabinet aan op een uitzonderings positie voor de zorg. Maar zolang niet duidelijk is of deze lobby iets teweeg gaat brengen, drukt Van Dam praktijkhouders op het hart te anticiperen op deze ver- plichting: “Hou er in de administratie rekening mee en vraag bij inhuur van waarnemers direct op zorgvuldige wijze de benodigde gegevens op, zodat het in januari 2024 minder tijd kost.”
Huurverhoging praktijkruimte
VvAA Legal krijgt de laatste tijd geregeld vragen van zorgprofessionals die een praktijkruimte huren. Zij worden geconfronteerd met flinke huurverhogingen en vragen zich af of hier juridisch iets tegen te doen is. “Meestal niet”, laat Sander de Grunt, juridisch adviseur bij VvAA, weten. “In de meeste huurovereenkomsten voor praktijkruimten is een zoge- heten huurindexeringsclausule opgenomen. De algemene bepalingen beschrijven vervolgens dat bij het wijzigen van de huurprijs aansluiting wordt gezocht bij de consumentenprijsindex van het CBS, die is gekop- peld aan de Nederlandse inflatiecijfers. Bij hoge inflatie zoals nu zal de huurprijs dus ook harder stijgen.” Voor de volledige uitleg van juridisch adviseurs Sander de Grunt en Jan Willem Winter en voor advies gaat u naar
vvaa.nl/huurverhoging.
Elma van Vulpen is financial planner bij VvAA Ongelijke schenking
Recent had ik een gesprek met een huisarts. Hij had zijn zoon een hoge schenking gedaan, met de intentie om zijn dochter een vergelijkbare schenking te doen. Door omstandigheden zag hij daartoe op dit moment geen mogelijkheid. Hij maakte zich daarbij zorgen, omdat zijn dochter hierdoor misschien zou worden benadeeld. In dit geval kon ik hem gerust stellen, want er is een
redelijk eenvoudige oplossing. Deze huisarts kan er namelijk voor kiezen de schenking die zijn zoon heeft ontvangen, te laten inbrengen in de nalatenschap. Omdat de schenking al had plaatsgevonden, kan hij dit nu alleen nog regelen door dit middels een bepaling in zijn testament op te nemen. Een andere optie was geweest dit al in een schenkingsovereenkomst te regelen. Door de schenking in te brengen, neemt de grootte van
de nalatenschap toe. Ieder kind krijgt een gelijk deel, maar omdat de schenking daarmee wordt verrekend, krijgt de zoon iets minder en de dochter iets meer. Een vereenvou- digd voorbeeld ter verduidelijking: de nalatenschap van vader bedraagt € 300.000,-. De zoon heeft al een schen- king ontvangen van € 100.000,-. Door de inbrengverplich- ting bedraagt de fictieve nalatenschap € 400.000,-. Het erfdeel per kind bedraagt dan € 200.000,-. Op het erfdeel van de zoon wordt vervolgens de ontvangen schenking in mindering gebracht, zodat zijn erfdeel € 100.000,- bedraagt en dat van de dochter € 200.000,-.
De zoon krijgt iets minder en de dochter iets meer
Sinds 2003 hoeven schenkingen wettelijk gezien niet meer te worden ingebracht. Tot 2003 was dit juist andersom. Wilt u afwijken van de wettelijke regeling, dan moet u dit dus expliciet opnemen in de schenkings- overeenkomst of testament. Belangrijk om te weten is dat wanneer een kind bij de schenking expliciet is vrij- gesteld van inbreng, dit later niet via een testament kan worden hersteld. Het omgekeerde is wel mogelijk: een schenker kan een bij de schenking opgelegde inbreng- verplichting in zijn testament wel ongedaan maken.
Elma.van.Vulpen@
vvaa.nl
Column 027
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84