026 Duocolumn
HELEEN SNIJDERS IS EEN JONGE GASTRO- INTESTINAAL CHIRURG IN HET GROENE HART ZIEKENHUIS IN GOUDA
SCHMITZ
RODERICK SCHMITZ IS EEN ERVAREN GASTRO- INTESTINAAL CHIRURG EN OPLEIDER IN HET GROENE HART ZIEKENHUIS IN GOUDA
Vermoeiend Heleen,
‘Stilstand is achteruitgang’ lijkt het leitmotiv in de gezondheidzorg. Krachtig leiderschap wordt verward met dingen verbeteren en speelt dan ook een prominente rol in de huidige verantwoordings- cultuur. Verbeteren lijkt altijd te moeten, ook als er eigenlijk geen – groot – probleem is. Er valt immers altijd wel ergens iets te verbeteren en bovendien, wie kan dáár nou bezwaar tegen hebben? Het vaste recept: overdrijf een probleem, onderwaardeer de huidige situatie, schets een doemscenario, bena- druk dat er snel stappen moeten worden gemaakt en neem de lead als bedenker van de oplossing. Gebruik termen als ‘anders’ en ‘slimmer organise- ren’, blijf volhouden dat ICT de hobbels onderweg gaat oplossen en oh ja, vergeet ondertussen niet tegenstanders uit de weg te ruimen door hen weg te zetten als vastgeroest in eigen parochie. Het is verleidelijk om aan ver- anderdrift alleen maar positieve effecten toe te dichten, maar dat is natuurlijk niet waar: de uitstroom van mede- werkers en de uitval door burn-outs is in de gezondheidszorg nog nooit zo hoog
geweest. Het enige lichtpuntje is wat mij betreft de constatering
dat hoe dichter je bij de werkvloer komt, hoe vaker er naar oplossin- gen mét draagkracht wordt gezocht. De invloed van een paar organisatie- slimmeriken raakt dan gelukkig op de achtergrond.
SNIJDERS Ach ja Roderick,
Veranderdrift. Een onverbeterlijke trek van mana- gers, politici, commissieleden en andere ambitieu- zerikken. Je kan het ze niet kwalijk nemen; een mens wil toch wat in het leven. Of op z’n Achter- hoeks: “Een zittend gat bedenkt zich wat.” De behoefte iets te willen veranderen is niet geheel onschuldig. Wie in een ziekenhuis werkt, krijgt het vaak genoeg voor de kiezen. Ben je net lekker aan het werk, wordt er door iemand van bovenaf besloten dat het allemaal weer anders moet. Vol- gens collega’s die al wat langer meegaan, kun je de klok erop gelijk zetten dat het over een paar jaar precies andersom moet. Ook onze wetenschap- pelijke verenigingen hebben sterk de behoefte op afstand slimme dingen te bedenken die onze zorg zogenaamd beter en veiliger moeten maken. Ook ik moet weleens de neiging onderdrukken
dingen voor anderen te gaan bedenken omdat ik meen dat iets handiger kan, of omdat het nou eenmaal leuk is om iets te bedenken. Het geeft me het gevoel dat ik iets toevoeg, en zelf ook een beetje belangrijk ben. Misschien zit daar wel de crux. Dat we moeten
proberen onszelf wat minder belangrijk te maken. Dat we moeten proberen wat minder te bedenken voor mensen, maar iets vaker te luisteren naar mensen. Misschien horen we dan wel dat er helemaal niet zo veel veranderd hoeft te worden. Dat er van alles prima gaat, omdat zorgprofessionals vanuit zichzelf graag het goede willen doen. En dat prima dan ook goed genoeg is. Ja, Rode- rick, dat lijkt me wel wat.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84