ER WORDEN DRIE GROTE VOETBALSTADIONS GEVULD MET ZAND GESUPPLEERD
ling. Door stijging van de zeespiegel en daling van de bodem is de verwachting dat er meer zand nodig is voor de be- scherming van onze kust.
Onderzoeksvragen Judith Litjens-van Loon: “Wat we graag willen weten is hoeveel zand er nodig is, waar en wanneer dat zand het best ge- suppleerd kan worden en hoe we dat zo effi ciënt en duurzaam mogelijk kunnen doen. Dus ook: welke kansen en effec- ten hebben veranderende suppletiehoe- veelheden en suppletielocaties voor de ecologie?” Met de Pilotsuppletie buiten- delta Amelander Zeegat wil Rijkswater- staat meer te weten komen over mor- fologie en ecologie van zeegaten. Door monitoring en modellering wil het inzicht verkrijgen in de werking van het zeegat- systeem, de uitwisseling van zand op dieper water en andere factoren die het benodigde suppletievolume uiteindelijk mede bepalen. Met dat nieuwe inzicht kan Rijkswaterstaat in 2020 een advies opstellen voor het toekomstig kustbe- leid.
Video
Radaropname ijsgang RWS vuutoren Ameland
Zandhonger
Door de afdamming van de Lauwers- zee en de aanleg van de Afsluitdijk is de Waddenzee op zoek naar een nieuw
morfologisch evenwicht. Daarvoor heeft het Waddenzeesysteem zand nodig. Ook als er niet gesuppleerd wordt, zal de Waddenzee dat zand aantrekken. In vaktermen heet dat zandhonger. Het zand dat daarvoor nodig is, komt van- uit de Buitendelta (Noordzee) of van de eilanden. Judith Litjens-van Loon : “De theorie met de huidige kennis is, dat als de zandhonger kan worden gestild met o.a. zandsuppleties in de Buitendelta, er minder zand nodig is van de eilanden, waardoor het zandverlies van de eilan- den afneemt. Door zeespiegelstijging en daling van de bodem, ook wel relatieve zeespiegelstiiging genoemd, is de ver- wachting dat de zandhonger toe gaat nemen.
Waddenzee
Deze pilot moet ons meer kennis ople- veren over hoe het Waddenzeesysteem het zand, dat wij nabij het Amelander zeegat suppleren, gaat opnemen. De hypothese is dat het zand dat wij daar suppleren deels richting Ameland en deels richting de Waddenzee migreert. Door te monitoren kunnen we vaststel- len of onze hypothese en onze modellen kloppen. Dat moet leiden tot betrouw- bare voorspellingen voor de langere ter- mijn.” Het zeegat tussen Terschelling en
Nr.3 - 2018 OTAR OTAR Nr.3 - 2018 19
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48