This page contains a Flash digital edition of a book.
klachtenregeling 37


daarmee aanvankelijk de verkeerde handeling heeſt gedeclareerd. De tandarts heeſt deze fout hersteld nadat hij daarop tot tweemaal toe door klaagster was gewezen. De eerste keer stelde hij zich op het standpunt dat wel juist was gedeclareerd. Uiteinde- lijk is de juiste code f812a gedeclareerd. Het college is van oordeel dat de tandarts hier een verwijt kan worden gemaakt. Van hem mag worden verwacht dat hij de juiste coderingen kent en ook toepast. Tijdens de ziting heeſt de tandarts verklaard dat hij regelmatig een losgeraakte spalk repareert. Ook daarom had hij de juiste code moeten kennen. Ook met betrekking tot code C28 maakt het RTG hem een verwijt. Het gebruik hiervan ziet enkel op de werk- zaamheden die daadwerkelijk ten behoeve van een te maken behandelplan worden uitgevoerd. Gesteld noch gebleken is dat een dergelijk behandelplan zou moeten worden opgesteld. Het gebruik van C28 was derhalve niet aan de orde. Wat betreſt de commu- nicatie met klaagster vindt het RTG dat de tandarts zijn visie in deze ongelukkig heeſt geformuleerd. Het college kan zich voorstellen dat klaagster de door de tandarts gebruikte formuleringen als kwetsend heeſt ervaren. Toch vindt het RTG de for- muleringen niet zodanig kwetsend dat dit gekwa- lificeerd kan worden als tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Zoals al aangegeven is het niet op juiste wijze declareren aan te merken als tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Het is van groot belang dat patiënt en derden erop kunnen vertrouwen dat dit correct gebeurt. In beginsel is daarom een maatregel gerechtvaardigd. Het college vindt echter dat hier daadwerkelijk sprake is geweest van een onhan- dige omissie die door de tandarts is gecorrigeerd. Voorts heeſt de tandarts meerdere malen pogingen ondernomen om tot een oplossing met klaagster te komen en heeſt hij tijdens de ziting laten blijken lering te hebben getrokken. Daarom oordeelt het RTG dat geen maatregel hoeſt te worden opgelegd.


UITSPRAAK Het RTG verklaart de klacht deels gegrond, maar legt geen maatregel op.


COMMENTAAR


met veel stress opzadelen”


Mr. dr. Wolter Brands “De tandarts


Om de lezer een herhaling te besparen ga ik niet in op de declaratieperikelen, maar op de wederzijdse bejegening. Laten we voorop stellen, het optreden van verweerder verdient geen schoonheidsprijs. Maar afgaande op de feiten ging het al mis voor- dat klager en tandarts elkaar ont- moet hadden. Misschien de eer- ste les die uit deze casus getrok- ken kan worden. Een tandarts is in principe niet verplicht iemand in te schrijven, dus regel eerst een (gratis) kennismakingsbezoek en communiceer duidelijk naar de patiënt dat pas na dit bezoek eventueel inschrijving volgt. Dan iets over klagers in het algemeen. In de literatuur worden klagers opgevoerd met zeer nobele motie- ven. De meest belangrijke is: ik wil niet dat anderen hetzelfde overkomt. Daarna: ik wil serieus genomen worden. Er zijn ech- ter ook andere motieven. Bijvoor- beeld: ik zal hoe dan ook gelijk krijgen. We zien bijvoorbeeld pa- tiënten die een klacht indienen omdat de begroting een paar tien- tjes verschilt met de rekening en die geen begrip op kunnen bren- gen voor een verklaring voor dit verschil. Ook zien we klachten waarvan niemand weet wat hij er mee moet. Bijvoorbeeld de klacht van een aantal jaar geleden dat de tandarts elektronica in een vulling heeſt gestopt. Dit soort klachten worden wel onge- grond verklaard, maar de tand- arts heeſt er ondertussen wel


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 9 oktober 2015


veel tijd en energie aan moeten besteden, zeker als de patiënt ook nog eens in beroep gaat. In het verlengde hiervan ligt de aan- wezigheid van de klager op de ziting. Als de tandarts niet ver- schijnt wordt dit doorgaans als een minachting van de tuchtpro- cedure beschouwd en een weige- ring om zich toetsbaar op te stel- len. In mijn database van tucht- zaken houd ik ook bij of klager en tandarts ter ziting zijn versche- nen. En dan blijkt dat klagers her- haaldelijk wel een klacht indienen en daarmee de tandarts met veel stress opzadelen, maar vervolgens niet op een ziting komen opda- gen. Soms is daar een goede reden voor, maar vaak laat een klager gewoon helemaal niets meer van zich horen. Op zich is diens aan- wezigheid geen vereiste, want bij tuchtzaken fungeert een kla- ger meer als een tipgever en staat niet zozeer diens belang centraal, maar de kwaliteit van de beroeps- groep. Dat neemt niet weg dat bij de beroepsgroep wel eens de indruk kan ontstaan dat van tand- artsen verwacht wordt dat zij zich als halve heiligen gedragen, terwijl van de patiënt (bijna) alles gepikt lijkt te moeten worden.


Wolter Brands is jurist en tandarts. Wilt u regeren op zijn commentaar: nt@knmt.nl.


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 9 oktober 2015


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48