This page contains a Flash digital edition of a book.
12 interview


op vrijwillige basis uit een sociaal motief om zo iets terug te doen in het belang van de horeca. Deze gemeenschappelijkheid geven we vorm door het als team ook leuk met elkaar te hebben. Om iets voor elkaar te krijgen, moet je met elkaar kunnen lachen en in zekere zin kameraadschappelijk met elkaar kunnen omgaan. Persoonlijke belangen spelen minder een rol. Wij kijken als bestuur altijd naar het overstijgende belang van de gehele horeca. Het boegbeeld van ons bestuur is meestal de voorzit er, die zaken uitdraagt of verwoordt en bij overleggen in het stadhuis zit.”


Waarom ambieerde u de functie van voorzit er? “Ik ben drieënzestig en zit al vanaf mijn tweeëntwin- tigste in de horeca. Er komt een moment in je carrière dat je iets terug wilt doen voor de beroepsgroep. Zo ben ik bij deze functie gekomen. Veel van de bedrijfsvoe- ring van mijn zaken op het Rembrandtplein wordt momenteel door mijn tweelingbroer gedaan, samen met onze kinderen. Daardoor heb ik meer tijd om dit werk te kunnen doen. Het is een pay-back van ons bedrijf aan de beroepsgroep. We hebben in onze regio de hoogste horecadichtheid van het land met zo’n zes- honderd horecaondernemingen. Het is een onbezol- digde functie. Het is nu mijn zesde jaar als voorzit er.”


Welke ervaring heeſt u met tandartsen? “Ik heb al heel lang dezelfde tandarts. Die kent mijn mond van voor naar achter. Er is het nodige aan gesleuteld: bruggen, kronen en implantaten geplaatst. Gelukkig heb ik nog mijn eigen gebit en dat probeer ik mooi te houden. Ik heb een goed beeld van hoe het er bij de tandarts aan toe gaat.”


Binnen de KNMT is enige tijd terug nagedacht over de vraag om ook een beroepsbestuurder in het bestuur te benoemen. Wat vindt u daarvan? “Wij hebben in ons afdelingsbestuur en landelijk bestuur geen beroepsbestuurders. Ik weet ook niet wat dat kan toevoegen. Het is wel van belang om als bestuurder een goed profi el voor je eigen functie op te stellen. Toen ik zes jaar geleden deze functie aan- vaardde, heb ik een profi el opgesteld waarin ik helder heb neergezet dat de macht in de Stopera ligt. Want daar zit het democratisch gekozen stadsbestuur. Je kunt als voorzit er in de richting van zo’n stadsbestuur niet de houding aannemen dat jij de baas bent - zoals in je eigen horeca-zaak. Wel kun je op een plan van burge- meester en wethouders amendementen loslaten, waar- door het beter wordt. Daarna kun je overleggen en tot


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 9 oktober 2015


een compromis komen. Als ik op die manier met de politiek kan meepraten, dan ben ik een machtsfactor van belang. Het is wel een functie die politiek gevoel vereist. Je moet snappen hoe de politiek werkt en moet kunnen lobbyen. Ik denk dat me dat makkelijk afgaat. ”


Dan moet je dus ook de vaardigheid hebben om mensen te masseren voor een bepaald idee… “Ja, en zeker niet tegen de haren instrijken. Ik denk altijd bindend. Bij mij is het glas halfvol, dat is een karaktertypering. Met een positieve houding bereik je meer én je moet er energie in stoppen om dingen te bereiken. Dit heb ik door ervaring geleerd. Verder moet je het belang van de ander meewegen, want voor hem of haar moet het ook iets opleveren.”


Bij een grote vereniging als de KNMT kost het vaak veel tijd om tot een besluit te komen... “Dat ligt ook aan de aard van het probleem. Ik kan me voorstellen dat bijvoorbeeld op het gebied van tarieven het KNMT-bestuur enerzijds te maken heeſt met de overheid en politiek en anderzijds met de leden. Deze partijen kunnen dan tegenover elkaar komen te staan. Het vergt veel lenigheid van een bestuur om dan tot beslissingen te komen. Op enig moment moet je dan aan de leden helder voorleggen wat de haalbare opties richting Den Haag zijn en daar ook het mandaat van de leden voor vragen. Dat vraagt moed van bestuurders, die ook niet te veel aan het pluche moeten hechten. Als Den Haag vindt dat de zorg minder moet gaan kosten, dan moet je ook helder tegen de leden zeggen dat ze daarmee rekening moeten houden. Dat is de politieke werkelijkheid. In de horeca speelde een aantal jaar geleden het anti-rookbeleid dat Den Haag in de horeca wilde invoeren om personeel tegen meeroken te beschermen. Dat lag in onze branche gevoelig, omdat eigenaren van eenmanszaken stelden dat daar dus gewoon gerookt mocht worden omdat ze geen perso- neel hadden. Daar hadden we in de onderhandelingen met de minister rekening mee te houden. Zoiets vergt politiek gevoel, ook richting de leden.”


In de tandheelkunde heb je momenteel twee beroepsverenigingen. Wat moet je doen als vereniging om je leden te binden? “Nadenken over ledenvoordeel. Dat is het enige ant- woord dat ik hierop heb. Op het moment dat je leden kunt uitleggen dat het lidmaatschap een x-bedrag kost en dat je dat kunt terugverdienen door allerlei voorde- len bijvoorbeeld op het gebied van inkoop of juridische


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 9 oktober 2015


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48