This page contains a Flash digital edition of a book.
34 praktijk


de sporters aan beter te zouden hebben gepresteerd als hun mondgezondheid goed op orde zou zijn geweest.


Orale afweer Het bedrijven van topsport kan een behoorlijke wissel trekken op de mondgezondheid. Het kan onder meer leiden tot een dentaal trauma, iets dat geregeld voor- komt bij contactsporten als hockey, handbal, basketbal, voetbal en waterpolo. Daarom besloot de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond om vanaf 1 juli dit jaar het dragen van een mondbeschermer of bitje te verplichten bij officiële hockeywedstrijden. Ook full-contactsporten waarbij het de bedoeling is om de tegenstander te raken, zoals boksen, kickboksen en karate, kunnen dentale trauma’s veroorzaken, net als sporten waarbij sprake is van een combinatie van hoge snelheid met een kans op botsingen en valpartijen. Denk daarbij aan wielrennen en moutainbiken, maar ook aan turnen. Een ander effect van topsport is dat de mond kan uit- drogen omdat een sporter tijdens het sporten door de mond ademt en minder drinkt. Ook werken de speek- selklieren minder snel omdat ze tijdens het presteren vocht vasthouden. Dit geldt met name voor duurspor- ten als wielrennen, hardlopen en schaatsen. Door uit- droging vermindert de orale afweer en is er meer kans op ontstekingen in de mond. Ook de bufferende wer- king van speeksel om zuur te neutraliseren is dan min-


der aanwezig. Zure drankjes of zuur door reflux worden zo minder geneutraliseerd. Dit kan leiden tot erosie, ze- ker als de sporter in de spanning van de wedstrijd meer knarst en klemt waardoor het glazuur slijt. Daarnaast geeſt intensief sporten ook een grotere kans op cariës. Een duursporter – zoals een triatleet of wiel- renner – gebruikt drankjes en voedingsgels, die in een te droge mond op de tanden blijven plakken, waardoor het cariësproces wordt bevorderd. Ook het drinken van kleine slokjes sportdrank vergroot de kans op cariës en erosie. Als een normale mondhygiëne wordt toegepast, is er niets aan de hand, maar dat schiet er nogal eens in bij sporters die intensief bezig zijn met hun training of een wedstrijd. Andersom geldt ook dat een suboptimale, matige of zelfs slechte mondgezondheid een topsportprestatie nadelig kan beïnvloeden. In de topsport gaat het om details, alles rond de voorbereiding moet kloppen: de trainingen, de voeding, de algehele gezondheid en de mondgezondheid. Zo kan een topsportprestatie gehin- derd worden door bijvoorbeeld sluimerende kiespijn.


Effecten topsport


Het bedrijven van topsport kan effect hebben op het gebit en de mond. Dit blijkt uit een systematic review door het UCL Eastman Dental Institute in Londen. De uitkomsten werden onlangs gepubliceerd in het British Journal of Sports Medicine. Voor dit onderzoek werden de resultaten van 34 wetenschappelijke studies geana- lyseerd. Hieruit kwam naar voren dat, afhankelijk van de sport, 14 tot 47 procent van de sporters een dentaal trauma heeft. Ook komt cariës voor bij 15 tot 75 procent van de sporters, erosie bij 36 tot 85 procent en parodon- tale aandoeningen bij 15 procent van de sporters. Verder gaf tussen de 5 en 18 procent van de sporters aan last te hebben gehad van hun mond bij de sportprestatie. Conclusie van de onderzoekers is dan ook dat de orale gezondheid van topsporters slecht is. Ashley P, et al, Br J Sports Med 2015;49: 14-19


Preventief In Nederland heeſt een aantal tandartsen zich toe- gelegd op topsport en mondgezondheid. Michiel Lieshout, werkzaam bij ProRoterdam, is er één van. Hij biedt topsporters een gebitscheck aan. Daarnaast verzorgt hij regelmatig voorlichtingsavonden bij sport- clubs over sport en mondgezondheid. Hij bekijkt een topsporter door een andere bril. Als er bij een sporter iets met het gebit aan de hand is, kan dat veel impact hebben. “Er zijn legio voorbeelden van sporters die vanwege gebitsklachten bij een wedstrijd moesten afaken.” Lieshout pleit voor een preventief controle- systeem, waarbij de topsporters in vier categorieën van mondgezondheid worden ingedeeld: - de sporter heeſt een gezond gebit en een goede mondgezondheid;


- er moet iets gebeuren in de mond, maar de sport- prestatie leidt er niet onder;


- er moet zeker iets gebeuren, anders gaat de prestatie er onder leiden en


- de relatie tussen gebit/mond en prestatie is onbe- kend.


De benodigde tandheelkundige begeleiding is afanke- lijk van de categorie waarin de sporter valt. Als iemand een goede gebitssituatie heeſt, is het wellicht vol- doende om hem eenmaal per jaar te zien. Is die situatie dramatisch slecht, dan is een intensievere controle ge- wenst, bijvoorbeeld eens per drie maanden.


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 25 september 2015 NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 25 september 2015


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52