This page contains a Flash digital edition of a book.
28 vakinhoud GENEESMIDDELENBULLETIN


HET GENEESMIDDELENBULLETIN IS EEN ZELFSTANDIG TIJDSCHRIFT MET EEN EIGEN HOOFDREDACTEUR EN REDACTIE. IN HET NT WORDT OM HET NUMMER EEN SAMENVATTING VAN DE LAATSTE UITGAVE GEPUBLICEERD. TEKST: DICK BIJL, ARTS-EPIDEMIOLOOG EN HOOFDREDACTEUR EN JACQUES BAART, MKA-CHIRURG EN LID VAN DE WETENSCHAPPELIJKE ADVIESRAAD. MET DANK AAN KENNY VAN DEVENTER, APOTHEKER-REDACTEUR.


Het julinummer van het Geneesmiddelenbulletin was gewijd aan geneesmiddelengerelateerde cariës en erosie. Geneesmiddelen kunnen indirect bijdragen aan het ontstaan van cariës en tanderosie. Bijvoorbeeld door bepaalde hulpstoffen in dranken en zuigtabletten of doordat middelen de speekselsecretie verminde- ren. In dit artikel worden geneesmiddelen besproken waarvan aanwijzingen zijn gevonden dat ze kunnen bijdragen aan cariës en tanderosie. Onderstaand een samenvatting van het tweede deel van deze publicatie, het eerste deel stond in Nt 13/2015, p. 26.


Systemische geneesmiddelen Van antidepressiva, en dan voornamelijk van de anticholi- nerg werkende antidepressiva, is bekend dat ze een ver- minderde speekselsecretie kunnen veroorzaken, waardoor het risico op cariës is vergroot. Tussen 1990 en 2000 wer- den de gegevens van patiënten ouder dan 55 jaar verzameld uit de gegevensbestanden van twee tandartsenpraktijken. Doel was om het risico op cariës in kaart te brengen bij pa- tiënten die verschillende antidepressiva gebruikten (onder andere selectieve serotonine-heropnameremmers (SSRI’s) en tricyclische antidepressiva (TCA’s) die de speeksel- secretie verminderden. Of die daadwerkelijk was vermin- derd, is niet geobjectiveerd. 915 patiënten gebruikten één of meer antidepressiva. Er werd vergeleken met twee contro- legroepen: een groep van 1.183 patiënten die geen genees- middelen gebruikten en een groep van 5.622 patiënten die geneesmiddelen gebruikten waarvan niet bekend is dat ze hyposialie kunnen veroorzaken. Het risico op een tand- heelkundige ingreep, een surrogaatmaat voor cariës, was na correctie voor de leeſtijd en het geslacht significant gro- ter bij het gebruik van antidepressiva of andere middelen in vergelijking met geen medicatie. Het risico bij het gebruik van antidepressiva of andere middelen verschilde niet-sig- nificant. Het gemiddelde jaarlijkse percentage tandheel- kundige ingrepen was daarentegen significant hoger bij ge- bruikers van antidepressiva in vergelijking met gebruikers van andere middelen (78% versus 67%). Een beperking van dit onderzoek is dat er geen rekening is gehouden met de duur van het gebruik van antidepressiva. Voorts geven de onderzoekers aan dat patiënten met een depressieve stoor- nis mogelijk een slechtere mondhygiëne kunnen hebben en dat dit van invloed kan zijn geweest op het ontstaan van cariës. Of een tandheelkundige ingreep een betrouwbare maat is voor cariës valt te betwijfelen. Tussen oktober 1997 en januari 2009 ontving Lareb acht meldingen van een toename van cariës bij het gebruik van een SSRI, waar-


van vier bij het gebruik van venlafaxine, één bij citalo- pram, één bij fluvoxamine en twee bij paroxetine. In alle gevallen was sprake van een snelle verslechtering van het gebit waarbij cariës ontstond binnen zeven maanden na het begin van de behandeling. Van de SSRI’s worden citalopram en paroxetine het frequentst gebruikt. Moge- lijk ontstaat cariës doordat SSRI’s de speekselsecretie kunnen verminderen. In een dwarsdoorsnede-onderzoek werd het effect van TCA’s (amitriptyline, imipramine of nortriptyline) op het ontstaan van cariës bij 153 kinderen (vijf tot vijſtien jaar) met enuresis nocturna onderzocht gedurende een be- handelperiode van één tot drie maanden en vergeleken met kinderen die geen TCA kregen. Deze middelen wor- den thans niet meer aanbevolen in de huisartsenpraktijk bij enuresis. Gegevens over cariës waren afomstig van de statussen van tandartsen. Cariës kwam vaker voor bij kinderen die met een TCA werden behandeld in vergelij- king met geen gebruik (gemiddeld 3,5 versus 2,5 tandop- pervlakken met cariës). Dit aantal nam toe met langduri- ger gebruik (gem. 4,7 tandoppervlakken bij gebruik >zes maanden). Bij Lareb zijn vijf tandaandoeningen, tweemaal tandero- sie en éénmaal broze tanden gemeld bij het gebruik van amitriptyline, de frequentst gebruikte TCA in Nederland In de wetenschappelijke literatuur is voorts een aantal casuïstische mededelingen gepubliceerd over het ont- staan van cariës bij het gebruik van de TCA’s amitriptyli- ne, imipramine en clomipramine bij patiënten met een depressieve stoornis. Antipsychotica kunnen door een α1


-blokkerende en anti-


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 25 september 2015


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 25 september 2015


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52