This page contains a Flash digital edition of a book.
opinie 21


dat het in de tandheelkunde droevig gesteld was met richtlijnen, was het vanzelfsprekend dat de KNMT haar verantwoordelijkheid zag. Zij nam het initiatief om een richtlijneninstituut op te richten dat zich zou gaan bezighouden met het gehele terrein van de tandheelkunde. De beoogde samenwerking met uni- versiteiten, wetenschappelijke verenigingen en aanpa- lende beroepsverenigingen als ANT, NVM en ONT past daarin en is ook essentieel om tot goede richtlijnen met ruime consensus te komen. Je kunt het als be- roepsvereniging niet alleen. Nu de KNMT zich terug- trekt, dreigen richtlijnen te worden opgesteld zónder vertegenwoordiging van degenen voor wie ze be- stemd zijn. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Feite- lijk kan het ook niet. David Sackett en co stelden in 1996 expliciet vast dat ‘evidence based medicine’ in de geneeskunde tot stand moest komen op basis van een cohesie van wetenschappers (best external evi- dence), behandelaars (individual clinical expertise) en patiënten (patient values and expectations). De we- tenschap alleen kon ‘evidence based medicine’ vol- gens hen niet tot stand brengen, omdat dan de dage- lijkse praktijk en de uitvoerbaarheid bij het opstellen van de richtlijnen onvoldoende zouden worden mee- gewogen. De situatie die in de tandheelkunde nu dreigt te ontstaan, is dat de wetenschap richtlijnen oplegt aan de behandelaar, die deze dan maar lijd- zaam moet volgen. Of hij er nu achter staat of niet, of ze praktisch uitvoerbaar en gewenst zijn of niet. Dat is ongewenst. Richtlijnen opstellen zonder inbreng van algemeen practici is het paard achter de wagen span- nen. Bovendien zitten wetenschappers er ook wel eens naast! Zo constateerde Ioannidis in 2005 dat van medisch onderzoek naar alle waarschijnlijkheid min- stens de helft niet klopt. Het is dus niet verstandig er blind op te vertrouwen dat wetenschappers weten hoe je als behandelaar het beste handelt. Ook bete- kent een wetenschappelijk bewezen behandeling nog niet dat deze de expliciete richtlijn voor de algemene praktijk zou moeten zijn. Denk aan je opdracht te han- delen volgens de ‘professionele standaard’. Kortom, ik vind het niet alleen onbegrijpelijk en onverstandig van de KNMT om zich uit KiMo terug te trekken, ik vind het ook onverantwoord. Je kunt je als behande- laar niet onttrekken aan je plicht je patiënten de beste zorg te geven. En wat die zorg is, laat je niet door an- deren bepalen.


RIEN VAN WAAS emeritus hoogleraar Orale Functieleer, ACTA.


Zie voor het laatste nieuws over KiMo www.ntdigitaal.nl.


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 25 september 2015


In de rubriek Actueel in Nt 14/2015, p. 48 en op www.knmt.nl wordt een oproep gedaan voor ‘Kandidaten preventie-assistent van het jaar’. Eigenlijk wordt er naar een topper in de preventieve mondzorg gezocht; degene die het verschil kan maken in de be- wustwording van mondgezondheid en mondverzorging bij de patiënt. De winnaar is een jaar lang titeldrager en ‘ambassadeur voor preventieve mondzorg’, nadat onder andere de vice-voor- zitter van de KNMT die verantwoordelijk is voor de portefeuille kwaliteit heeft gejureerd. Deze oproep en zoektocht is onnodig. Er zijn al tig winnaars, namelijk de NVM-mondhygiënisten. Hoe kan het verkeren? Al bijna vijftig jaar bestaat er voor dergelijke toppers in de preventieve mondzorg een opleiding op hbo-ni- veau. In 2006 pleitte een hoogleraar in de preventieve tand- heelkunde voor een ‘tandarts-gedragswetenschapper’ als af- studeerrichting. En vanaf 2010 is evidence based preventieve mondzorg toegepast door een ‘mondhygiënist-gedragsweten- schapper’ niet meer weg te denken. Hoe komt het dan dat nog- al wat tandartsen de mondhygiënist hardnekkig blijven negeren? Uit wetenschappelijk onderzoek is meer dan voldoende gebleken dat een adequate preventie meer behelst dan gevraagd en onge- vraagd globale mondgezondheidsvoorlichting, adviezen en in- structies geven. Promotie van mondgezondheid en preventie bin- nen de mondzorg is een proces van bewustwording en gedragsverandering. Een complex proces dat in fasen verloopt en veelal een langdurige aanpak vergt. Bovendien is het niet ef- fectief zonder medewerking van de patiënt én zonder gedegen psychologische kennis en vaardigheden van de deskundige be- handelaar. Communicatie, motiveren en begeleiden van gedrags- verandering, het klinkt eenvoudiger dan het is. Dit is juist waar mondhygiënisten in worden opgeleid. Het is niet iets dat in een paar cursusjes aan tandartsassistenten valt te leren. De mede- werking van de patiënt is niet altijd vanzelfsprekend. Nog minder vanzelfsprekend is de erkenning van de mondhygiënist als pro- fessional binnen de preventieve mondzorg door een aanzien- lijk aantal tandartsen. Misschien moeten NVM-mondhygiënisten hun communicatieve vaardigheden aanwenden om deze tand- artsen te helpen hun attitude en gedrag te veranderen. Veel tandartsen kunnen dat kennelijk niet zelf, zoveel is nu wel duide- lijk. Sommigen willen het misschien wel, maar doen het gewoon niet. Is dit onwetendheid, koppigheid of simpelweg winstbejag? Ja, kwaliteit van de preventieve mondzorg door mondhygiënisten komt nu eenmaal niet voor niets. Echte toppers kweek je niet met een cursus van een paar dagdelen…!


Focus op kwaliteit?!


MONIQUE DE BRUIN NVM-bestuurslid portefeuille Kwaliteit DR. YVONNE BUUNK-WERKHOVEN NVM-bestuurslid Onderwijs, Scholing en Wetenschap


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 25 september 2015


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52