This page contains a Flash digital edition of a book.
nieuws 9


leurstelling over het besluit van de KNMT. Zo betreurt NVOI-voorziter Inez van de Poll dat de beroepsorga- nisatie uiteindelijk niet participeert in KiMo, een insti- tuut dat ze van harte toejuicht. Volgens haar is het voor de implementatie van richtlijnen en de beeldvorming naar externe partijen van belang dat alle belangheb- bende partijen in de mondzorg participeren in een der- gelijk initiatief. De NVvP – bij monde van Fridus van der Weijden – vindt het onbegrijpelijk dat de KNMT na ruim twee jaar voorbereiding nu de handen van KiMo aſtrekt. Zeker omdat voormalig KNMT-voorziter Rob Barnasconi tijdens zijn bestuursperiode alle partijen opriep om de KiMo-statuten te ondertekenen. Volgens Van der Weijden bestaan er ook geen twee soorten richtlijnen zoals de KNMT nu bepleit. De richtlijnen die de KNMT wil maken, betitelt hij als praktische instruc- ties. Ook is het volgens Van der Weijden van belang om alle richtlijnen evidence based te ontwikkelen. Dit sluit beter aan bij de hedendaagse opleiding tandheel- kunde, meent hij. De NVT zegt nog niet op de hoogte te zijn van de plan- nen van de KNMT. Ze vindt het evident dat één richt- lijninstituut het meest duidelijk is voor de hele mond- zorg, de patiënten en de overheid.


Verwarring De ANT is verheugd met het besluit van de KNMT, om- dat dit betekent dat de richtlijnontwikkeling nu echt door tandartsen kan gaan gebeuren. In de aanvankelij- ke opzet van KiMo was de invloed van de mondhygië- nisten en tandprothetici te groot, meent ANT-voorziter Jan Willem Vaartjes. Hij hoopt dat er nu een richtlij- neninstituut voor de mondzorg kan ontstaan naar voorbeeld van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), betaald door de tandartsen zelf waardoor zo’n richtlijneninstituut echt onafankelijk is. Voorziter Marnix de Romph van de ONT vindt het een verassende ontwikkeling dat de KNMT niet meer aan KiMo wil deelnemen. Hij hoopt dat de wetenschap- pelijke verenigingen en universiteiten, die nu blijk- baar aan zet zijn, alle mondzorgverleners – dus ook mondhygiënisten en tandprothetici – voldoende bij het ontwikkelen van richtlijnen zullen betrekken. “Alleen door samenwerking komt de mondzorg sterker voor de dag”. De NVM – ook een van de oprichters van KiMo – is nog in verwarring over het ‘bijzondere’ besluit van de KNMT en deelt de mening van de ONT. Er is een nieuwe situatie ontstaan en de NVM zal de komende weken opnieuw bekijken hoe zij een rol kan spelen binnen de richtlijnenontwikkeling, zegt NVM-directeur Ellen Bol. Iets wat de komende tijd ongetwijfeld voor alle betrokken partijen zal gelden. (KG)


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 11 september 2015


Verloop oprichting KiMo


April 2012: Gezondheidsraad pleit in het rapport Mondzorg van morgen voor meer richtlijnen in de mondzorg. Eind 2012: ACTA en KNMT nemen het initiatief om een organisatie voor de ontwikkeling van kli- nische richtlijnen in de mondzorg op te zeten. Begin 2013: Wetenschappelijke verenigingen, be- roepsorganisaties en opleidingen in de mondzorg ondertekenen een intentieverklaring om samen te werken voor een landelijk orgaan voor richt- lijnontwikkeling. Februari 2014: een kwartiermakersgroep presen- teert het advies over het richtlijneninstituut KiMo aan de besturen van alle betrokken partijen. September 2014: Alle partijen in de mondzorg besluiten om in 2015 te starten met het gezamen- lijk ontwikkelen van richtlijnen. Mei 2015: Alle partijen in de mondzorg besluiten KiMo op te richten. KiMo zou de eerste jaren wor- den gefinancierd door de beroepsverenigingen die naar rato bijdragen én een startsubsidie van- uit het Ministerie van VWS. Juni 2015: Zorginstituut Nederland roept de mondzorg op vóór 1 oktober 2015 met een struc- tuur voor een richtlijneninstituut te komen. September 2015: KNMT wil scheiding tussen kli- nische praktijkrichtlijnen en praktisch richtlijnen en besluit niet meer aan het op te richten KiMo deel te nemen.


Aanvullingen en correcties


In Nt 13/2015, p. 39 is het antwoord op de toetsvraag van het Geneesmiddelenbulletin op p. 26 weggevallen. Het juiste antwoord is B. In de rubriek Uitgelezen in Nt 13 stond vermeld dat Marlies Elfrink en Janneke Krikken bij ACTA werken. Ze zijn echter lid van de onderzoeksgroep Paediatric Research Project.


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 11 september 2015


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52