This page contains a Flash digital edition of a book.
klachtenregeling 35


COMMENTAAR Mr. Bart Admiraal


Beroepswaardigheid, wat zou dat zijn?


schriſtelijke berichten van de KNMT, meent de CKC dat de tandarts zich niet bereid heeſt getoond om verantwoording af te leggen en zich transparant en toetsbaar op te stellen. De tandarts heeſt erkend dat een aantal klachten het gevolg zal zijn geweest van zijn nalatigheid, maar dat het soms ook aan de patiënt kan hebben gelegen. De CKC waardeert het dat hij die verantwoordelijkheid neemt, maar dat er geen plausibele reden voor de gedragingen is gegeven. Waar de tandarts heeſt verklaard dat hij de ontwikkelingen op het vakgebied volgt en dat hij werkt volgens richtlijnen en protocollen, weegt het voor de CKC zwaar dat in de klachtenprocedures geen patiëntendossiers zijn overgelegd, waardoor de CKC zich geen oordeel heeſt kunnen vormen over het tandheelkundig handelen. De CKC stelt vast dat de tandarts zich zodoende ook hier niet bereid heeſt getoond zich te verantwoorden en toetsbaar op te stellen, wat in strijd is met artikel 1.05 van de Gedragsregels voor Tandartsen. Voorts is het de CKC niet gebleken hoe de tandarts klachten in de toekomst zal voorkomen. Resumerend concludeert de CKC dat de tandarts de gedragsregels geschon- den heeſt. Ook is zijn wijze van communicatie richting patiënten én de vereniging en de wijze van tandheelkundig handelen zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien in strijd met de be- roepswaardigheid.


BESLISSING De CKC oordeelt dat ontzeting uit het lidmaat- schap van de KNMT met onmiddellijke ingang passend en geboden is.


In deze ernstige casus gaat het over zaken als beroepseer, profes- sional dignity, regels van moraal en fatsoen zoals het aloude ‘Wat u niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet.’ Salus aegri suprema lex: het welzijn van de patiënt is onze hoogste wet. De eed verworden tot loze folklore? De eed die iedere tandarts aflegt luidt: “Ik zweer dat ik de tand- heelkunde zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens. Ik zal zorgen voor zie- ken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten. Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbie- dig zijn opvatingen. Ik zal aan de patiënt geen schade doen. Ik luis- ter en zal hem goed inlichten. Ik zal geheim houden wat aan mij is toevertrouwd. Ik zal de tand- heelkundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen. Ik erken de grenzen van mijn mogelijkhe- den. Ik zal mij open en toetsbaar opstellen en ik ken mijn verant- woordelijkheid voor de samenle- ving. Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezond- heidszorg bevorderen. Ik maak geen misbruik van mijn medische kennis, ook niet onder druk. Ik zal zo het beroep van tandarts in ere houden.” De casus betreſt een reeks klacht- waardige incidenten met de sub- titel ‘KNMT ruimt op’. De CKC is duidelijk: niet toetsbaar opstellen, geen verweer voeren, niet op zit- tingen verschijnen, afspraken over melding bij de Monitor Mondzorg niet nakomen? Dan is de KNMT geen vereniging


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 12 juni 2015


voor u. De reactie “Ik wilde mijn lidmaatschap toch al opzeggen” stemt tot zorg over de toekomst, vanwege het ontbreken van zelf- reflectie richting een doorhaling uit het BIG-register. Tenzij de IGZ niets doet, want dan volgt er geen doorhaling. In andere beroepen komen overigens vergelijkbare zaken voor. Een uitspraak van de tuchtrechter inzake een oogarts zou zo maar op deze casus van toepassing kunnen zijn (2011/366 ECLI:NL:TGZRAMS:2012:YG2219). “Na al het voorgaande kan het college niet anders concluderen dan dat verweerder structureel en op verschillende essentiële terrei- nen tekort is geschoten in de indi- viduele gezondheidszorg voor zijn patiënten. Alleen oplegging van de zwaarste maatregel is hier pas- send. Daarvoor geldt tevens dat bij de behandeling van de verschil- lende klachtzaken niet is geble- ken dat verweerder tot het inzicht is gekomen dat hij herhaaldelijk ernstig tekort is geschoten, meer in het bijzonder dat zijn werk- zaamheden beneden de maat zijn gebleven en dat hij – voor de toe- komst - gerichte bijstand nodig heeſt om herhaling van de feiten te voorkomen. Het college heeſt onvoldoende vertrouwen dat de inhoud van deze uitspraak hem tot voldoende inzicht zal brengen” De KNMT heeſt ten tweede male in korte tijd getoond zelfreiniging niet te schuwen. Wordt het lid- maatschap weer een eer?


Mr. Bart Admiraal is jurist en tandarts. Wilt u reageren op zijn commentaar: nt@knmt.nl.


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 12 juni 2015


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44