This page contains a Flash digital edition of a book.
praktijk 33


Duitse markt is met 26.000 tandartsen een stuk groter dan die in. Nederland. Daarom liggen de prijzen bij ons lager.” Opvallend is dat Minilu in de algemene voor- waarden met geen woord rept over de Nederlandse wetgeving. De Nederlandse tandarts kan volgens Gärt- ner zonder gevaar via zijn website inkopen. “Wanneer iemand vanuit Nederland onze website bezoekt, her- kent onze site aan het IP-adres dat het om een buiten- landse klant gaat. Het aanbod wordt daarop aangepast. Alles wat voor deze klant dan nog zichtbaar is op de site, kan gewoon worden besteld.” Maar volgens Kolsteeg klopt dit niet. “Er zijn vanuit Nederland wel degelijk middelen op die site zichtbaar die volgens onze wetgeving echt alleen maar via een Nederlandse apotheek geleverd mogen worden, zoals anesthesievloeistoffen en fluoridegels”, zegt hij. “En we zien Nederlandstalige folders van Minilu voorbij komen, waarin anesthesievloeistof wordt aangeboden. Het bedrijf is daarmee volgens de Duitse wet niet in overtreding. Maar een Nederlandse tandarts die deze medicatie via Minilu koopt, is dat wel. Er zit dan geen Nederlandse apotheek tussen.”


Risico’s Producten als fluoridegels en anesthesievloeistoffen over de grens kopen, brengt volgens Kolsteeg dan ook flinke risico’s met zich mee. Hij benadrukt wel dat hij niet gelooſt dat veel Nederlandse tandartsen bewust de wet overtreden. “De besparing loopt op tot maximaal tweehonderd euro, geen enkele tandarts zal bewust een risico lopen voor zo’n bedrag.” Kolsteeg is vooral bang dat niet alle tandartsen goed op de hoogte zijn van de regels. “Ze kopen hun materialen over de grens en bestellen meteen ook wat anesthesievloeistof, er- van uitgaande dat die producten hetzelfde zijn als in Nederland. Maar als de inspectie langskomt, heb je een probleem. Je hebt illegaal geïmporteerd en bovendien misschien een in Nederland illegaal geneesmiddel ge- bruikt.”


RVG-nummer Dit laatste heeſt te maken met het feit dat geneesmid- delen in Nederland moeten zijn voorzien van een Nederlands verpakkings- en registratienummer, een zogeheten RVG-nummer. Zonder dat nummer mogen geneesmiddelen niet worden geïmporteerd, verkocht, gebruikt of toegediend. Als koper ben je daar met een buitenlandse leverancier niet zonder meer zeker van. Overigens, ook de registratie van desinfectiemiddelen als handalcohol is in Nederland aan regels gebonden. Deze moeten een N-nummer hebben, eveneens een registratienummer dat alleen in Nederland wordt ge- bruikt. Voor deze productgroep geldt dat dental depots ze nog wel zelf mogen uitleveren, zonder tussenkomst van een apotheker. Hoewel producten online vaak


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 12 juni 2015


Te streng


Secretaris Ed Kolsteeg van de VGT vindt de Nederlandse wetgeving met betrekking tot in de tandheelkunde gebruikte medicatie te streng. “Ook de VGT vindt dat de farmaceutische verantwoordelijkheid bij de apotheker ligt. Maar we zouden graag zien dat de distributie wel gewoon door de groothandel kan gebeuren. De nieuwe regels spreken over het ‘ter hand stellen’ van medicatie. Volgens de inspectie moeten de producten daarom fysiek over de toonbank van de apotheek gaan. Logisch dat de prijzen omhoog gaan, die apotheker werkt niet voor niets. Wij zien dat anders, die kosten zijn totaal onnodig.” De VGT vocht dit interpretatieverschil op 14 april bij de bestuursrechter aan. De uitspraak is op het moment van publicatie van dit artikel nog niet bekend


precies hetzelfde lijken als producten van Nederlandse Dental Depots is het nooit met zekerheid te zeggen of het ook precies hetzelfde ís. De RVG- en N-nummers zijn dus essentieel.


Niet alleen de tandarts loopt een risico. Als medicatie niet is voorzien van een RVG-nummer, kan dat ook gevolgen hebben voor de patiëntveiligheid. De over- heidscontrole omvat de hele keten, van fabrikant tot gebruiker. Bij de beslissing of een middel op de markt wordt toegelaten, kijkt het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen onder meer naar de verhouding tus- sen de werkzaamheid en eventuele schadelijkheid en naar de kwaliteit. De inspectie houdt toezicht op de naleving van de GMW en kijkt dus ook of de medicatie is betrokken via een Nederlandse apotheek. Bij over- treding volgt een sanctie. Maar de gevolgen kunnen nog veel ernstiger zijn. Bij het toedienen van medica- tie kunnen complicaties optreden, variërend van een lichte bijwerking, tot in het ergste geval, overlijden van de patiënt. Dat laatste is een calamiteit, en calamiteiten moet de tandarts bij de IGZ melden. De aard van de melding kan voor de IGZ ook aanleiding zijn om zelf een onderzoek in te stellen. Als wordt vastgesteld dat de tandarts een niet geregistreerd middel heeſt toege- diend, heeſt dat zware tuchtrechtelijke consequenties. De tandarts kan bovendien civiel- en strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld.


De kans op complicaties mag dan klein zijn, de ge- volgen bij een calamiteit zijn voor de tandarts niet te overzien, zegt Kolsteeg: “Als er ook maar iets fout gaat met middelen waarvan de afomst niet duidelijk is, is de tandarts behoorlijk de klos.”


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 12 juni 2015


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44