TEELT ▶▶▶ ONDERZOEK ▶▶▶ BIOSTIMULANTEN
Biostimulanten doen soms wat, soms niets
Het idee van biostimulanten is dat ze gewassen bij stress een steuntje in de rug geven. Weliswaar is het lastig het effect van biostimulanten goed te meten, maar internationaal onderzoek wijst er niet op dat biostimulanten de hun toegedichte steun altijd leveren.
VAK | door Joost Stallen H
ebben biostimulanten wél of juist géén toegevoegde waarde? Dat is op zich geen rare vraag. Wel kenmerkend is dat hij ge-
steld werd aan het einde van een webinar over biostimulanten. In deze onlangs ge- houden online bijeenkomst werden diver- se proeven met biostimulanten in diverse gewassen besproken. De conclusies naar aanleiding van de bevindingen varieerden van ‘de biostimulant toont geen enkel be- trouwbaar effect, tot – in een enkel geval – ‘de biostimulant voorkomt dat een ver- laagde water- en nutriëntgift, leidt tot een lagere productie’. Ronkende resultaten met biostimulanten bleven echter uit. “Aantonen dat een biostimulant werking heeft, is lastig”, concludeerde de voorzitter van het webinar dan ook enigszins gela- ten. “Het vraagt tijd te ontdekken hoe je proeven met biostimulanten moet opzet- ten en wat ze werkelijk doen.” Toch is die twijfel voor de praktijk geen reden biosti- mulanten links te laten liggen. In 2016 werd in de EU € 580 miljoen aan biostimu- lanten uitgegeven, en daar komt jaarlijks ruim 11% bij. Wereldwijd is deze trend niet anders.
Logische vraag Of biostimulanten zinvol zijn om de pro- ductie te verbeteren, was vier jaren gele- den één van de hoofdvragen voor het EU-Interregprogramma Bio4safe. In de
34
zoektocht naar het antwoord werden bin- nen dit internationale project verschillen- de werkpakketten opgezet, waaronder ‘de demonstratie, implementatie en accepta- tie van biostimulanten en sensoren in de tuinbouw’. Met proeven in Nederland, Bel- gië, Frankrijk en het VK was het doel met de inzet van sensoren en biostimulanten de input van water en meststoffen aan- toonbaar te verlagen. Concreet wilden de onderzoekers naar een 20% lager water- verbruik in vergelijking met de praktijk, en naar 10% minder input van meststoffen. Sensoren zouden daarbij kunnen helpen, om de watergift zo precies mogelijk af te stemmen op de gewasbehoefte. Dat moet voorkomen dat het gewas door waterte- kort in de stress schiet, en daardoor inle-
vert op productievermogen en kwaliteit, en moet voorkomen dat er meer water gegeven wordt dan nodig. Biostimulanten kunnen onder andere hel- pen het gewas te wapenen tegen a-bioti- sche stresscondities. Dat zijn zaken als hit- te, droogte, te veel zout in de grond of in het vocht, of harde wind. Biostimulanten dienen dus niet als schild tegen organis- men als insecten, aaltjes of schimmels. Als een middel die werking wel heeft, is het geen biostimulant, maar een gewasbe- schermingsmiddel. Dat volgt uit EU-regel- geving.
Op basis van zeewier Googlen op ‘biostimulant kopen’ levert een lange lijst producten: op basis van hu- mus- en fulvozuren, chitinine- en bioply- meerproducten, bacteriën en schimmels, allerlei anorganische componenten, op basis van plantextracten en – vooral – van zeewier. Om enigszins de bomen in het bos te blijven zien, werd binnen Bio4safe gekozen voor enkele biostimulanten op
Bij tomaat gaven biostimulanten wat variatie in de wateropname. Soms leken de vruchten wat groter, mogelijk is dat toeval.
▶ GROENTEN & FRUIT | 26 maart 2021
FOTO: JUNIA, FRANKRIJK FOTO: VERTIFY, NEDERLAND
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48