search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Met chelaten zijn stabielere cijfers van spoorelementen bij de druppelaar te ver- wachten.


geen reactie met het eveneens negatief geladen fosfaat, carbonaat of zuurstof kan plaatsvinden. “Les 1 uit de bemestingsleer is dat een plant ‘drinkt’ en niet ‘eet’”, zegt Peter de Vries, Fertigation Manager van Yara. “Want zodra een spoorelement neer- slaat, wordt het vast en kan de plant het niet meer opnemen.”


Keuze juiste chelaat Een aantal bekende chelaatvormen voor ijzer op de markt zijn (met tussen haakjes de werkzame pH-range): Fe-EDTA (1,5-6), Fe-DTPA (5-7), Fe-EDDHA (3,5-10) en Fe- HBED (3,5-11). Bin: “Omdat de pH in de voedingsoplossing en mat niet altijd opti- maal is, is de juiste chelaatkeuze belang- rijk. Want bij een te hoge of te lage pH- waarde verliest het chelaat zijn metaalion. Hetzelfde EDTA-chelaat kan ook worden gebruikt voor de bescherming van zink, koper en mangaan. Voor deze metaalche- laten geldt een maximale pH van 10, be- halve voor Fe-EDTA dat slechts stabiel is tot pH 6.” De beperkte stabiliteit van som- mige chelaten bij lage pH-waarden (pH < 3,5) limiteert het toevoegen van de hoe- veelheid zuur aan de A-bak, omdat daar normaal gesproken de chelaten worden toegevoegd.


Onderzoek In de praktijk wordt ijzer veelal als Fe-DT- PA toegediend en Zn, Mn en Cu in sulfaat- vorm. Hierdoor kan uitwisseling van het ij- zer in het DTPA-molecuul plaatsvinden door Zn, Mn, en Cu in de voedingsoplos- sing.


Stabielere cijfers


Met chelaten kan een teler stabielere cijfers van de spoorelementen bij de druppelaar verwachten. Bin: “Het sturen van de gehaltes spoorelementen zal daardoor waarschijnlijk iets makkelijker zijn. Als de pH in de mat of het druppel- water tijdelijk hoger is, dan blijft man- gaan, zink en koper in chelaatvorm beter beschikbaar. Doordat er geen op- hoping van bijvoorbeeld mangaan in de mat plaatsvindt, is er minder kans op overmaat als de pH weer zakt.” Een mat-analyse laat altijd zien hoeveel spoorelementen er in oplossing zijn, maar niet wat er eventueel is neergesla- gen. Als een teler alle spoorelementen in chelaatvorm geeft, blijven deze in oplossing, en zal een analyse dus gelijk


een vollediger beeld geven. Mocht er van een spoorelement te weinig in op- lossing zijn, dan is het geen probleem om die bij te doseren tot het gewenste niveau. Fe-chelaten zijn gevoelig voor licht, wa- terstofperoxide, uv en ozon. Om deze reden is het raadzaam om oplossingen die ijzerchelaten bevatten af te dekken, zodat direct zonlicht geen invloed heeft op de kwaliteit van het chelaat. “Houd er ook rekening mee dat het desinfecte- ren van drainwater met behulp van uv of ozon een klein percentage van de chelaten kan aantasten.” Hoge temperaturen kunnen tevens de werkzaamheid van het chelaat negatief beïnvloeden.


▶ GROENTEN & FRUIT | 26 maart 2021 33


Oriënterend laboratoriumonderzoek liet een theoretisch verlies van 30% aan ijzer zien. Als ook Zn, Mn en Cu in chelaatvorm (EDTA) worden gegeven, was er geen uit- wisseling (verlies) van Fe. Na dit laboratoriumonderzoek is een praktijkproef gestart bij proefcentrum Hoog stra ten met tomaat op steenwol met vier verschillende behandelingen: Fe-DTPA in lage (7 micromol/l) en hoge dosering (10 micromol/l) dosering; en Zn, Mn en Cu in sulfaat- of chelaatvorm. De voedings oplossing had een pH van 5,0 tot 5,5. De proefresultaten bevestigden de bevindingen van het laboratoriumonder- zoek. Daarnaast bleven de gehaltes bij de druppelaar stabieler wanneer alle spoore- lementen in chelaatvorm werden gedo- seerd. “Er waren minder fluctuaties door de tijd heen. En dat is logisch, want je hebt geen concurrentie voor ijzer in het DTPA-molecuul”, vertelt Bin. “De lage ijzerdosering in de behandeling met Zn, Mn en Cu als chelaat had zeker invloed op de plant, want we zagen een hoger bladgroengehalte en 6% hogere productie in vergelijking met spoorele- menten in sulfaatvorm. Bij de 10 micro- mol ijzerdosering was de productie 3% hoger.”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48