Op diverse dieptes worden temperaturen gemeten en wordt de afdoding bepaald van ingegraven ziekteverwekkers.
juist door de grond vooraf even droger te houden.” Collega Jolijn Bonnet: “We doen momenteel proeven met 12 en 15% vocht, omdat dit dichter bij het optimum lijkt te liggen dan de hogere vochtgehal- tes waarbij we eerdere proeven uitge- voerd hebben.”
Modellen ontwikkelen Tijdens de praktijkproeven wordt de wer- king van de Agritron onder diverse bo- demcondities getest. Daarvoor worden sleuven gegraven, die gevuld worden met een bepaalde grondsamenstelling, waar- bij verschillende hoeveelheden zouten en/of water worden bijgemengd. Met di- verse sensoren (waarvan de elektronica bestand is tegen de stralingsgolven) wordt dan het gedrag van de microgolven in kaart gebracht. Zo wordt in grondlagen op 10, 30 en 50 centimeter diepte bijvoor- beeld de temperatuur gemeten. Die kun- nen in de bovenste grondlagen op of te- gen de 100 graden uitkomen. Uiteindelijk moeten er fysische modellen uitkomen, waarmee effectieve behandel- methodes ontwikkeld kunnen worden voor verschillende bodemomstandighe- den. Daarbij wordt niet alleen naar de ef-
fectiviteit gekeken, maar ook naar de eco- nomische optimalisatie. Guido Sturm van de TU Delft: “Als je langzaam rijdt met de Agritron, en op vol vermogen, dan heb je een sterke werking. Maar je stopt dan wel een hele hoop energie in de grond. Het wordt zoeken naar waar het optimale evenwicht ligt, waarbij je sneller en met minder vermogen kunt rijden, dus ener- giezuiniger, en toch voldoende afdoding realiseert.” En indien er enige flexibiliteit zou zijn in de periode waarbinnen de be- handeling uitgevoerd kan worden, kan uiteindelijk zelfs slim ontsmet worden op momenten dat stroom het goedkoopst van het elektriciteitsnet te trekken is, of als bijdrage aan stabilisatie van het net bij grote productiepieken van zon- en wind- energie.
Bodemorganismen
Om het fysische gedrag van de microgol- ven te kunnen koppelen aan het effect op schadelijke bodemorganismen, worden – in goed afgesloten bakjes of zakjes met grond – aaltjes, schimmels en insecten in- gegraven op verschillende dieptes, om de mate van afdoding te bepalen. Denk aan Fusarium, Pythium, twee soorten aaltjes
en bodemmijten. Al worden er daarbij ook enkele soorten gebruikt die onscha- delijk zijn voor teelten, maar wel nauw verwant met de gangbare ziektes. Dit om problemen bij eventuele ontsmetting te voorkomen op de testbedrijven. Hierbij wordt naast directe afdoding ook gekeken naar de mate van verlate afdo- ding die optreedt in de dagen na de be- handeling. Ook wordt nader onderzocht in hoeverre niet-afgedode aaltjes uit die- pere grondlagen misschien toch vol- doen de schade van de ontsmetting on- dervinden om planten niet langer aan te kunnen tasten. Vanuit de wetenschappe- lijke literatuur zijn ook hier aanwijzingen voor.
Bij een andere praktijkproef zal het aspect van de nawerking vooral aandacht krij- gen. Dit wordt uitgevoerd op een biolo- gisch teeltbedrijf, waar ook behoud van de bodemweerbaarheid een heel belang- rijke rol speelt. Die is bij de ondiepere Agritron-ontsmetting gunstiger dan bij grondstomen. Er zal onder andere met behulp van nieuwe DNA-technieken wor- den gekeken naar die terugkeer en over- leving van gunstig bodemleven, zoals ge- wenste bacteriën en schimmels.
▶GROENTEN & FRUIT | 20 november 2020 25
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48