search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
041


Lieke van der Scheer Hoe kan wél


met de ouders gepraat worden?


deze fase de voorwaarde te zijn waar- onder de therapie überhaupt kan lukken.


De kunst zit ’m erin dat de psycholoog samen met het meisje bepaalt hoe wél met de ouders gepraat kan worden. Het is belangrijk haar zelfstandigheid te respecteren en het voortouw bij haar te laten, maar de ouders ook niet buiten te sluiten. Bijvoorbeeld door te bespreken waarover en op welke manier er wél met de ouders gecommuniceerd kan worden. Waarbij de afspraak is haar zelfbeschadiging en zelfdodings- gedachten niet te noemen. Het uiteindelijke doel is open in


gesprek te gaan met de ouders. In die richting zal de psycholoog actief moeten werken, waarbij zij de thuis- situatie inschat en meeweegt. Uit onderzoek blijkt dat jongeren


zich vaak schamen dat ze zichzelf beschadigen en daarom niet willen dat hun ouders ervan weten. Het komt ook voor dat ze hun ouders geen pijn willen


doen. Ze realiseren zich dan niet dat ouders hun kind graag willen helpen. Als hulpverlener weet je ook dat samen- werking met ouders juist behulpzaam kan zijn. Ouders kunnen helpen door de behandeling thuis te ondersteunen en te oefenen. Als ze betrokken worden, begrijpen ouders de klachten beter en weten ze hoe ze hun kind kunnen onder- steunen. Kortom: het vertrouwen versterken


door de regie bij het meisje te laten en toch de ouders niet buitensluiten, maar ernaar toe werken dat zij uiteindelijk zelfs een positieve rol in het herstel kunnen vervullen. Dat is de kunst die hier nodig is.


Lieke van der Scheer is filosoof/ethicus


Wat nu als een GZ-psycholoog het schadelijk vindt voor (de behandeling van) de minderjarige dat de ouders bepaalde informatie niet ontvangen? In dat geval volgt uit de zorgplicht van de psycho- loog dat zij zich inspant om samen met de minderjarige voor dit dilemma een oplossing te vinden. Alleen in een situatie van een conflict van plichten, mag de GZ-psycholoog zonder toestemming van de minderjarige haar beroepsgeheim doorbreken. Dit zou zich kunnen voor- doen bij een risico op suïcide. Een GZ-psycholoog kan ook met de


tegenovergestelde situatie te maken krij- gen: de minderjarige geeft toestemming, terwijl de GZ-psycholoog het informeren van de ouders in strijd met goed hulp- verlenerschap vindt. In dat geval mag de GZ-psycholoog besluiten geen informatie te verstrekken. In deze casus is het van belang dat


de GZ-psycholoog haar cliënt onder- steuning biedt bij het nemen van de beslissing. Onder meer door haar inzicht


Annemarie Smilde


Er lijkt hier geen sprake van een


conflict van plichten


te geven in de gevolgen van het wel of niet informeren van haar ouders. Blijft het meisje bij haar beslissing, dan moet zij dit respecteren. Er lijkt hier namelijk


geen sprake te zijn van een conflict van plichten die doorbreking van het beroepsgeheim rechtvaardigt. Uiteraard zal de GZ-psycholoog in de communica- tie met de ouders over de afwijzing van hun verzoek, oog moeten hebben voor de zorgen van de ouders én het belang van hun ondersteuning van het meisje. Het is belangrijk de uitleg aan de ouders met het meisje af te stemmen, ook om- dat de GZ-psycholoog hierbij toch enige informatie over haar zal prijs geven. Tot slot een aanbeveling. Een GZ-


psycholoog doet er goed aan bij aanvang van de behandeling met de minderjarige en de ouders afspraken te maken over de terugkoppeling (wat, hoe en wanneer). Door de ouders op vaste momenten te informeren voelen zij zich betrokken én hou je zelf meer de regie.


Annemarie Smilde (voorheen VvAA) is senior consultant gezondheidsrecht bij Rechtvoordezorg rechtvoordezorg.nl


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108