Interview 031
CV
Lotte Prins (2005) studeert psychologie aan de Universiteit Leiden. Gedreven door een drang naar rechtvaardigheid werd ze op de middelbare school lid van de leerlingen- en medezeggenschapsraad en van de Jongerenraad van de gemeente Westland. Ze maakte een jaar deel uit van het bestuur van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS). In 2023 werd ze bestuurslid van de Nationale Jeugdraad (NJR), het grootste jongerennetwerk van Nederland, met ruim 40 deelnemende organisaties. Inmiddels is ze voorzitter van de NJR. Dezelfde functie bekleedt Lotte bij het Jongerenplatform van de SER. Daarnaast is ze het jongste lid van de Denktank Nederland 2040.
negen samenhangende thema’s in kaart gebracht wat nodig is om de komende 15 jaar het roer om te gooien. Want om de juiste keuzes te kunnen maken, moet je het héle plaatje overzien. Overigens denk ik dat zo’n integrale aanpak ook essentieel is voor de oplossing van andere maatschappelijke problemen, zoals de stijgende zorgkosten. De hedendaagse werkelijkheid is gewoon te complex voor hokjesdenken.”
Geef jongeren een stem “Afgelopen jaar hebben maar liefst 12.000 jongeren input geleverd voor de Nationale Jeugdstrategie. Daarmee is het het grootste jongerenparticipatieproject ooit. Op de festivals die we in alle provincies organiseerden, kwamen heel veel mensen af. Maar we hebben bijvoorbeeld ook scholen bezocht, en een jeugdgevangenis. Voor onze regiegroep meldden zich meer dan 900 jongeren. Via een gewogen, representatieve loting hebben we er honderd geselecteerd, uit alle hoeken en gaten van de samenleving. Het mooie aan dat proces was dat al die verschillende jongeren juist met elkaar het gesprek aan wilden gaan om tot oplossingen te komen. Van polarisatie heb ik dan ook weinig gemerkt. De belangrijkste les die ik uit dit proces meeneem: je moet
het samen doen. Niet alleen de was ophalen, maar in dialoog gezamenlijk tot een oplossing komen, met én tussen verschil- lende generaties. Daarvoor moet je jongeren dan wel tot een gelijkwaardige gesprekspartner maken, ook op beleidsniveau of in je team.”
‘Tegenover elk negatief oordeel kun je een positief feit zetten’
Luister en stel vragen “Het lijkt me goed als we als generaties wat nieuwsgieriger naar elkaar worden. Ik heb geen idee hoe het is om 30, 40 of 50 te zijn. Maar andersom kun je je als 40-jarige óók niet voor- stellen hoe het is om nu jong te zijn. Dat maakt het juist zo leuk en goed om het gesprek hierover aan te gaan. Mijn oproep is dan ook: kijk met een open, nieuwsgierige blik naar andere generaties. Ga met jongeren in gesprek, verdiep je in ons. Vraag hoe we in het leven staan, waar we ons druk over maken. En geef ons de ruimte hetzelfde richting jullie te doen. Dan hebben we een eventuele generatiekloof zo overbrugd. Organiseer een dialoog, gooi de vooroordelen op tafel, praat er open en eerlijk over. Als collega’s. Maar bijvoorbeeld ook in gesprek met patiënten, over wat zij vinden en ervaren in de zorg. Want alleen als je elkaar echt begrijpt en verstaat,
kun je in verbinding blijven — de voorwaarde om samen aan een leefbare toekomst te werken. Om de grote uitdagingen in onze maatschappij op te lossen, hebben we namelijk al die perspectieven nodig.”
Onderschat je impact niet “Het eerste hoofdstuk in de Nationale Jeugdstrategie gaat over mentale en fysieke gezondheid. De jeugdzorg schiet tekort, vinden veel jongeren. Vooral door lange wachttijden en het gebrek aan maatwerk. Een ander probleem is dat veel jonge mensen financiële drempels ervaren als het gaat om zorg en leefstijl. De tandarts en psycholoog, maar ook gezonde voeding en sport, zijn vaak duur. Dat heeft negatieve gevolgen voor de gezondheid van jongeren. Vandaar dat we in onze strategie oproepen tot meer aandacht voor preventie én meer passende zorg. Alleen zo kunnen we alle jongeren gelijke kansen bieden op een gezonde ontwikkeling. Tot zover de kritische noot. Want ik wil tot slot graag benadrukken dat zorgprofessionals een onmisbare rol spelen in het leven van veel jonge mensen. Ik hoor zo vaak mooie verhalen over hulpverleners die daadwerkelijk een verschil maken. Die ene therapeut of arts die écht luistert en de jonge patiënt of cliënt serieus neemt. Ook als het zorgsysteem soms niet meewerkt, zijn het de ménsen in dat systeem die jongeren het gevoel geven dat ze toch gezien en gehoord worden. Onderschat nooit hoeveel impact je daarmee als professional hebt.”
<
<
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100 |
Page 101 |
Page 102 |
Page 103 |
Page 104 |
Page 105 |
Page 106 |
Page 107 |
Page 108