085
geneeskundige genoemd) is sinds 2014 opgenomen in de Wet BIG voor een proefperiode van vijf jaar. Hierbij mag er een aantal voorbehouden hande- lingen zelfstandig verricht worden, is het tuchtrecht van toepassing en is de tijdelijke zelfstandige bevoegdheid en deskundigheid vastgelegd. In opdracht van het ministerie van VWS wordt deze tijdelijke maatregel geëvalueerd. Mede op basis van dit onderzoek zal worden besloten of de tijdelijke, zelfstandige bevoegdheid wordt omgezet in een definitieve opname in de Wet BIG. Het evaluatieonderzoek wordt uitgevoerd door onderzoekers van het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC+). De resultaten van het onderzoek wor- den in 2018 verwacht. Inbreng vanuit artsen is in dit onder- zoek gewenst. Het onderzoeksteam is nog op zoek naar artsen voor deelna- me aan een (telefonisch) interview. Heeft u zelf interesse of wilt u meer weten over het evaluatieonderzoek? Neemt u dan gerust contact op via e-mail:
onderzoek.wetbig@mumc.nl Als u meer wilt weten over dit beroep, kunt u ook contact opnemen met de Nederlandse Vereniging voor Techni- sche Geneeskunde (NVvTG) via e-mail:
info@nvvtg.nl
Martijn van Mourik, voorzitter NVvTG/ Technisch Geneeskundige AMC Maarten de Haan, onderzoeker MUMC+
Hoofdzuster Deels met een knipoog, maar vooral ook serieus, pleitte oud-verpleegkundige, auteur en (gezondheidszorg)journalist Adri van Beelen, in het zomernummer (Arts en Auto 07/08) voor de terugkeer van de ouderwetse hoofdzuster op de werkvloer.
De heer Van Beelen steekt een pleidooi af voor de terugkeer van ‘de hoofdzus- ter’. In dat kader levert hij een aantal verklaringen voor het verdwijnen van deze sleutelfiguur uit de intramurale gezondheidszorg. In zijn boeiende en aansprekende betoog mis ik echter twee zaken.
Ten eerste: we spreken over de pe- riode tot 1980, dus over hoofdzusters (en niet te vergeten hoofdbroeders) die geboren waren omstreeks 1920. Zij waren opgegroeid in de crisisjaren en de oorlog. Naar mijn overtuiging hadden de meesten van hen wel de
intellectuele capaciteiten, maar niet de sociaaleconomische mogelijkheden voor een academische studie. De inser- viceopleiding tot verpleegkundige was voor hen de beste kans om een vak te leren waarin zij konden doorgroeien tot hoofd. Hetzelfde gold mutatis mutandis voor degenen die na de kweekschool de hoofdakte haalden en zich ontwik- kelden tot de hoofdonderwijzers door wie onze generatie werd opgeleid voor het middelbaar onderwijs. Of voor de wachtmeesters die er bij de rijks- of gemeentepolitie de wind onder hadden. Vandaag de dag gaan jonge mensen met deze capaciteiten naar de univer- siteit en groeien veelal uit tot (al dan niet middelmatige) artsen, leraren bij het vwo of politie-inspecteurs. Dit is een maatschappelijke ontwikkeling waar- aan we niets kunnen veranderen, zelfs al zouden we dat willen.
Aan een tweede oorzaak voor het ver- dwijnen van de hoofdzuster of -broeder kunnen we wel wat doen. De generatie hoofden die wij als co-assistent en jong assistent leerden kennen (en vreesden), had van hun vak een carrière gemaakt. Zij waren niet alleen tevreden met hun positie, zij zagen daarin de bekro- ning van hun loopbaan. Hoe anders is het nu? De heer Van Beelen is zelf een voorbeeld van een ongetwijfeld begaafde verpleegkundige die het vak heeft ingeruild voor een bureaufunc- tie. En hij is niet de enige. Ooit zei een mannelijke verpleegkundige tegen mij dat een man die in de verpleging werkt en op z’n veertigste nog steeds aan het bed staat, het niet goed heeft gedaan. Managementfuncties binnen het zie- kenhuis, maar ook de industrie trekken competente en capabele verpleegkun- digen weg van het bed. De hoofdzus- ter (-broeder) komt pas terug als die functie weer een carrièreperspectief wordt met bijbehorende waardering en beloning. Ik vrees dat het boeketje van de heer van Beelen tegen die tijd aardig verlept is.
Hugo Heij, kinderchirurg Hoofdzuster (2)
Met belangstelling las ik het opiniestuk van Adri van Beelen in Arts en Auto, met als titel ‘Mag de hoofdzuster terug?’ Ik kan me helemaal vinden in de strekking van zijn verhaal, de ontwikkelingen in de zorg gaan al jaren de verkeerde kant op. Om zijn mening te onderschrijven
haalt Adri van Beelen een verplegings- wetenschapper van de Universiteit van Maastricht aan, die ‘enige jaren geleden in het blad Zorgvisie een lans brak voor de terugkeer van de hoofdzuster.’ Voor de volledigheid wil ik hierbij vermelden dat in een interview door Adri van Bee- len met ondergetekende (Verpleegkunde Nieuws, juli 2005), ik, in het betreffende artikel, al eerder pleitte voor de terug- keer van de hoofdzuster. De titel van het bewuste stuk was: ‘De hoofdzuster moet terugkomen.’
Gust de Wit, verpleegkundige Hoofdzuster (3)
Ja! Laat de hoofdzuster in vredesnaam terugkomen. In december 1968 begon ik in het toenmalige SAZU mijn opleiding tot A-verpleegkundige. In 2000 ben ik gestopt en ik heb de laatste tien jaar gewerkt als diabetesverpleegkundige op poliklinieken. Wat herken ik me in het verhaal van Adri van Beelen, of ik het zelf heb geschreven.
Vanaf 2010 ben ik vele keren opgeno- men geweest en geopereerd. Wat doen de mensen op de vloer hun best, maar wat worden er een fouten gemaakt. Alleen voor mijzelf kon ik opkomen en dat werd me niet altijd in dank afgeno- men. Soms dacht ik dat niemand verant- woordelijk leek te zijn voor goede zorg. Ik kan er een boek over schrijven; wat een armoe en bovendien drama voor die patiënten die geen kennis van zaken hebben en dus overgeleverd zijn. Ik zeg: de teamleiders mogen blijven, de hoofdzuster moet terug en de ma- nagers zonder verpleegkundige achter- grond moeten er gewoon uit. Dat laatste alstublieft zonder bonus. Dat geld moet naar meer handen aan het bed! Ik hoop dat er mensen zijn die zich hier heel hard voor gaan inzetten.
Verdrietig vind ik het, maar terug- draaien kan. En die hoofdzuster zal zich niet meer autoritair opstellen, maar leidinggeven met kennis van verpleegzaken. Ik heb vele, geweldig fijne hoofdzusters meegemaakt. Succes en ik hoop dat u er aandacht aan blijft besteden in uw blad.
L.J. ten Berg-Romeijn, verpleegkundige niet-praktiserend
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100 |
Page 101 |
Page 102 |
Page 103 |
Page 104 |
Page 105 |
Page 106 |
Page 107 |
Page 108 |
Page 109