Tekst: Roel Borstlap Beeld: Marcel Leuning
Onvergetelijk 035
Scorbuut
De ziekte scorbuut kwam eeuwen geleden veel voor op zeilschepen op de grote vaart. In 1983 kwam gepensioneerd kinderarts Roel Borstlap de ‘verdwenen’ aandoe- ning tegen bij een peutertje.
“
Josje, opgenomen met pneumonie, zag er belabberd uit. Holle ogen in een bleek gezicht keken me lusteloos aan. Het tweejarig jongetje kreeg een infuus met antibiotica en na twee dagen was hij minder ziek en waren de afwijkingen in de longen afgenomen. Wel had hij nog steeds makkelijk bloedende lippen en tandvlees en wilde hij niet zelf eten. Uit gesprekken met moeder, die er afgetobd en onverzorgd uitzag, bleek dat hij thuis vrijwel alleen melk of pap uit de fl es dronk. Als hij dat niet kreeg, ging hij gillen en dan gaf moeder toe. Door de bloedingen en eenzijdige voe-
ding dachten wij aan vitamine C-tekort, wat na röntgen- en laboratorium- onderzoek inderdaad het geval bleek. Wij hadden dus te maken met scorbuut,
oftewel scheurbuik! Het woord kende ik uit jongensboeken over zeevaarders naar Oost-Indië in de 17de eeuw! Maar nu, eind 20ste eeuw? Waarom was het zo moeilijk dit ventje aan het eten te krijgen? Josje was drie weken opgenomen toen
vader voor het eerst op bezoek kwam. Een corpulente man met vettig haar, die ‘graag een visje lustte’. Uit gesprekken met moeder én vader werd vervolgens meer duidelijk. Moeder had vijf kinderen uit een
eerder huwelijk, die ze nooit meer mocht zien. Samen had het stel drie kinderen, van wie Josje de jongste was. Zij woon- den in een klein oud huis en hadden ook nog inwoning van een vriendin met kind. Er was geen plaats voor een tafel en ze aten op de grond. De met zichzelf begane vader had al tweemaal een hart- infarct gehad en zat in de ziektewet. Hij zei niet tegen drukte te kunnen, ‘want dan kreeg hij weer een infarct’, dus moeder moest de kinderen stilhouden. Moeder, angstig vader te verliezen, gaf zodoende te snel toe als Josje het op een krijsen zette. En zo tobde moeder door en at vader tevreden zijn visje, totdat Josje scheurbuik kreeg.
Voor thuis schakelden wij een doortas- tende wijkzuster in. Zij zou een betere behuizing zoeken en vader op zijn gedrag aanpakken. Spoedig begon de opgenomen Josje te eten en toen hij te- vreden van de door moeder aangereikte lepels hapte, kon hij naar huis. Ook daar bleef het goed gaan. Bij een bezoekje na drie maanden werd ik verrast. Josje zag er blozend uit en ook moeder oogde her- boren. In plaats van het vettige piekhaar, was zij goed gekapt en had zij zelfs wat make-up op. Vader was de maand ervoor overleden.
En zo tobde moeder door en at vader tevreden zijn visje
Iedere medisch professional heeft wel een patiënt (gehad) die hij of zij nooit vergeet. Wilt u ons uw verhaal (laten) vertellen, dan nodigen wij u uit contact op te nemen via 030 247 46 64 of
wout.de.bruijne@
artsenauto.nl
”
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100 |
Page 101 |
Page 102 |
Page 103 |
Page 104 |
Page 105 |
Page 106 |
Page 107 |
Page 108 |
Page 109