search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
014 Interview


farmacologen, psychologen én verpleegkun- digen. Al die expertises samen, dat versterkt elkaar enorm. In het Erasmus MC gebeurt dat hier en daar ook al wel, maar ik hoop dat we dat in de toekomst nog meer voor elkaar weten te krijgen.” Dat het een kluif zal worden, weet Van Dijk. “Nog steeds zie ik dat artsen en verpleeg- kundigen eilandjes vormen. Sommige artsen hebben niet zo veel fiducie in verpleegkundig onderzoek. Die moeten we overtuigen en ge- lukkig lukt dat steeds vaker. Wat het soms wel lastig maakt, is de houding van verpleegkundi- gen: die hebben de neiging om zich snel uit het veld te laten slaan.”


Verschil in zelfvertrouwen Van Dijk begeleidt zowel verpleegkundigen als studenten geneeskunde bij hun onderzoek en ze ervaart een groot verschil in zelfvertrouwen tussen die twee groepen. “Verpleegkundigen zijn doorgaans onzeker over hun eigen kunnen. Die komen binnen en het eerste wat ze zeggen is: ‘Ik weet niks van statistiek en ik ben slecht in Engels.’ Gechargeerd hoor, maar geneeskunde- studenten, die ook nog niet zo veel weten, zul- len dat nooit zeggen. Zij accepteren dat ze over bepaalde vaardigheden nog niet beschikken.” Verpleegkundigen moeten de schroom van


zich afgooien, stelt Van Dijk. “Als een arts kri- tiek heeft op een beoogd onderzoek, schrikken verpleegkundigen terug. Maar wanneer je als verpleegkundige overtuigd bent van je gelijk, dan mag je dat laten horen. Niet agressief, maar gezond assertief. Verpleegkundigen zijn bescheiden en niet gewend om de lead te ne- men. Maar je mag best het voortouw nemen.” Toen Van Dijk zelf in de jaren tachtig als


verpleegkundige begon, was ze ook niet asser- tief. Laat staan dat ze het voortouw nam. “In die jaren was het veel meer dan nu: mond houden en je werk doen.” Het was de tijd dat de hoofd- zuster de scepter zwaaide. In het vorige num- mer van Arts en Auto was daar een nostalgisch betoog over te lezen. De kop luidde: Mag de hoofdzuster terug? “Nee”, klinkt het stellig uit de mond van de hoogleraar. “We moeten echt niet terug naar die tijd.” Ze ziet de hoofdzuster nog langslopen om te controleren of de hand- doekjes voor de professor wel recht hangen. “Als er één scheef hing, kreeg je op je kop. Om nog maar te zwijgen over de kwaliteit van zorg. Ik weet nog dat ik als beginnend verpleegkundige ’s nachts om 3.00 uur een patiënt moest wassen. ‘Dan slaapt hij zo lekker.’ Op zo’n moment dacht ik wel: waar is de bewijslast? Maar tegen de hoofdzuster ging je niet in.” De afgelopen decennia heeft Van Dijk het vak


een enorme ontwikkeling zien doormaken. “Er zijn veel onzinnige, tijdrovende handelingen geschrapt. Het evidence based-werken is tegen-


woordig een van de pijlers van het verpleegkun- dig werk en de sociale context van patiënten is veel belangrijker geworden.” De ontwikkeling van het vak strookt alleen


niet met het imago. “Men associeert het helaas nog steeds met patiënten wassen en bedden opmaken”, merkt Van Dijk, die hoopt dat ze als hoogleraar ook een bijdrage kan leveren aan een positiever beeld van de verpleegkunde. “We moeten in de lekenpers voor het voetlicht bren- gen wat het vak werkelijk inhoudt. Over artsen zijn tal van documentaires gemaakt, maar ik kan me niet herinneren dat ik recent een do- cumentaire over verpleegkundigen heb gezien. Het verschil in aanzien tussen die beroepen is enorm. Je hangt een stethoscoop om je nek, trekt een witte jas aan en mensen kijken anders naar je. Ik merk het bij de studenten geneeskun- de: families zijn apetrots, ‘we hebben een arts in de familie’. Als je verpleegkunde gaat doen, kijkt niemand daarvan op.” Dat verschil heeft Van Dijk zelf ook ervaren


CURRICULUM VITAE


Monique van Dijk (1958) geboren in Rotterdam


1978-1981 inserviceopleiding


A-verpleegkundige, Dijkzigt ziekenhuis Rotterdam 1982-1984


opleiding B-verpleegkun- dige (psychiatrie), Dijkzigt ziekenhuis, Rotterdam 1987-1993


psychologie, afstudeerrich- ting Methoden & Technie- ken, Universiteit Leiden 2001


doctoraat, Erasmus MC 2011-2017


universitair hoofddocent, Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis 2013-heden


Honorary Associate


Professor, University of Cape Town 2017-heden


hoogleraar Verplegings- wetenschap, Erasmus MC, Rotterdam


toen zij zich na het atheneum aanmeldde voor verpleegkunde. “Mijn broer en zus gingen studeren. Dat ik voor verpleegkunde koos, vond men maar apart.” Die keuze maakte ze omdat het patiëntencontact haar trok. “In de verpleging heb je meer en langer contact met een patiënt dan een dokter heeft.”


Als een vis in het water Van Dijk deed de verpleegkundige inservice- opleidingen A en B (psychiatrie). “Dat betekende dat je na drie maanden vooropleiding in het die- pe werd gegooid. Maar daardoor wist je wel snel of het wat voor je was. Ik kwam terecht op de afdeling traumatologie in het Dijkzigt zieken- huis in Rotterdam. Ik voelde me er als een vis in het water en wist: dit is het!” Later werkte ze als verpleegkundige onder meer in de psychiatrie en in de wijk. Met name aan dat laatste bewaart ze goede herinneringen. “De wijk was fantas- tisch. Dat je te gast bent bij patiënten thuis, geeft het vak een andere dimensie. Bovendien was het werk gevarieerd, ik maakte de mooiste en gekste dingen mee.” Hoeveel ze daar ook van genoot, ze miste op


een goed moment de uitdaging. Die vond ze in een studie psychologie in Leiden, met Methoden & Technieken als afstudeerrichting. Ze ontdekte haar passie voor onderzoek en promoveerde op het onderwerp Pain unheard? Postoperative pain assessment in neonates and infants. Nog steeds is pijnmeting bij jonge kinderen een van haar onderzoekslijnen. In de loop der jaren is de verpleegkundige,


pijnexpert en psycholoog uitgegroeid tot een hardcore onderzoeker. Maar wel een die zegt: data en cijfers zijn niet altijd heilig. “Door te observeren kun je ook veel te weten komen.


<


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108  |  Page 109