This page contains a Flash digital edition of a book.
Internationaal gezien heeft Nederland geen echt grote stad. Volgens Zef Hemel, bijzonder hoog- leraar grootstedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam, gaat Amsterdam een periode van ongekende groei tegemoet. Maar hoe blijft zo’n metropool dan bereikbaar?


Tekst: Joost Zonneveld


Volgens Zef Hemel is het tijd dat we ons blikveld verleggen. We zijn volgens de hoogleraar grootstedelijke vraagstukken te veel gericht op wat in Nederland ge- beurt en te weinig op het internationale speelveld. Daarin zijn niet alleen steden – in vergelijking met landen – steeds be- langrijker geworden, maar ook de con- currentie onderling. Steden zijn van vi- taal belang voor onze economie, het zijn de broedplaatsen voor innovatie. Maar om die rol te spelen is ook massa no- dig. Om die reden pleit Hemel ervoor Amsterdam – volgens hem de Neder- landse stad met de beste kansen om uit te groeien tot een serieuze metropool – niet te beperken, maar naar een stad te groeien met minstens twee miljoen in- woners. En dat moet dan een verdich- te, compacte stad zijn omdat dat niet alleen duurzamer is, maar ook tot meer ontmoeting leidt. Dat is waar stedelin- gen volgens hem behoefte aan heb- ben, net als de bedrijven die zich daar vestigen. En dat is weer goed voor het innovatieve karakter van een stad en daarmee het aantrekken van investeer- ders. Groter, compacter, innovatiever en duurzamer dus. En daar hoort volgens de hoogleraar ook een duidelijke keu- ze voor openbaar vervoer bij. “De auto is het symbool van de twintigste-eeuw- se suburbane stad. Daar moeten we af- scheid van nemen.”


U pleit voor een Nederlandse stad van minimaal twee miljoen inwoners, waarom?


“Het is eigenlijk niet een pleidooi, het is aan het gebeuren. Steden zijn steeds populairder en dat geldt vooral voor Amsterdam. Amsterdam is zelf bezig te groeien. Ik zie steden als natuurver- schijnselen, als vulkanen. Die kunnen decennia slapen en dan ineens tot uit-


barsting komen en dat duurt dan zo’n zestig tot zeventig jaar. Zo is het nu ook, alleen heeft onze generatie, en die van onze ouders, nog nooit een Gouden Eeuw meegemaakt. In de zeventiende eeuw en in de negentiende eeuw had je die ook. Nieuwe technologische ontwik- kelingen gingen gepaard met een krach- tige stedelijke ontwikkeling. Met stads- uitbreidingen, nieuwe infrastructuur die werd aangelegd en een nieuwe econo- mie die ontstond.”


Waarom gebeurt dit met name in Amsterdam?


“Kijk naar de verhuur van zoiets als Airbnb in Nederland en dan zie je dat Amsterdam torenhoog afsteekt bij de rest. Dat verschil is enorm. Maar dat zijn alleen de toeristen. De combinatie van een hoogopgeleide bevolking, een historisch centrum, een leefbare stad en innovatie dragen allemaal bij aan de groei van Amsterdam. Maar het belang- rijkste is Schiphol.”


Waarom is Schiphol zo belangrijk? “We kijken veel te veel naar wat zich binnen Nederland afspeelt, terwijl de ontwikkeling van onze steden steeds meer internationaal bepaald wordt. Om nog even in de metafoor van vulkanen te spreken: Londen spuwt vuur, die stad ontwikkelt zich in hoog tempo met een enorme economische activiteit. Am- sterdam profiteert daar in Nederland als eerste van door Schiphol. Heathrow en Gatwick kunnen niet of nauwelijks uitbreiden, waardoor Schiphol steeds belangrijker kan worden. Amsterdam snoept daar van mee, net als Utrecht dat ook een Zuidasje bouwt. En uitein- delijk profi teren ook andere steden als Rotterdam en Den Haag.”


Hoe kan Nederland meer profi teren van die internationale ontwikkelingen?


“Door meer in te zetten op de ontwik- keling van steden. Wij zijn gewend om, wat ik ‘het nationale gezelschapsspel Randstad’ noem, te spelen. Een net- werk van steden die door de overheid klein gehouden worden en als gelijk- waardig gezien moeten worden. Maar als we daar mee door blijven gaan, dan missen we internationaal de aansluiting. Het is noodzakelijk dat Nederland snel een stad van minstens twee miljoen in- woners krijgt, en dat moet de stad wor- den met de beste kansen. Amsterdam is daarvoor de beste kandidaat. Door de aanwezigheid van Schiphol, maar ook vanwege de sociale en economische di- versiteit. Van de Brabantse brainports bijvoorbeeld wordt vaak hoog opgege- ven, maar die richten zich toch op één economisch domein en dat is veel te ri- sicovol. En de cultuur van Rotterdam sluit te weinig aan bij de nieuwe innova- tieve economie die de eenentwintigste eeuw vraagt.”


Er wordt ook veel waarde gehecht aan het groen rond de steden, verdwijnt dat dan niet? “Je ziet dat Amsterdam in inwonertal groeit, ook al is dat nog maar met zo’n tienduizend per jaar. Veel meer men- sen willen in Amsterdam wonen en wer- ken als dat zou kunnen. Ik ben er van overtuigd dat dat straks ook kan. Alleen moeten we dan ruimte aan de stad ge- ven en dat vooral doen door te verdich- ten. Er is nog veel ruimte binnen de stad en die kunnen we intensiever gebruiken waardoor je een compacte stad krijgt. Dat is ook veel duurzamer dan het mo- del van de netwerkstad. Overigens hoe- ven dat niet meteen heel hoge torens te


Nr.4 - 2016 OTAR O Nr.4 - 2016TAR 7


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48