Dijkdoorbraak
De beste methode zou een gecontro- leerde dijkdoorbraak, een dijkbezwijk- proef zijn, waarbij met behulp van de ontwikkelde kennis en uiterst moder- ne meetapparatuur, zoals sensoren, het ‘gedrag’ van een bestaande veendijk minutieus wordt vastgelegd wanneer deze steeds zwaarder wordt belast en uiteindelijk bezwijkt.
Leendert de Boerspolder Een uitgelezen mogelijkheid diende zich kort daarop aan toen het Hoogheem- raadschap van Rijnland aanbood daar- voor een ruim 400 jaar oud poldertje van 6 ha langs de Haarlemmerringvaart be- schikbaar te stellen. Deze Leendert de Boerspolder was eerder aangekocht om als extra waterberging in te zetten. Het voor de proef benodigde geld, nog geen 1 miljoen euro, werd vervolgens bijeen- gebracht door STOWA, een drietal pro- vincies en acht waterschappen. De TU Delft kreeg opdracht het onderzoek uit te voeren, met ondersteuning van Del- tares tijdens de praktijkproef. STOWA voerde namens de financiers de regie. De proef maakt tevens onderdeel uit van een breder (STW-) onderzoekspro- gramma naar onder meer innovatieve monitoringstechnieken, heterogeniteit van de bodemopbouw en onderzoek door de TU Delft naar de betrouwbaar- heid van dijken.
Jaar voorbereidingstijd De voorbereidingen hebben bijna een jaar in beslag genomen. Daarbij zijn ook bedrijven betrokken die tijdens de proef verschillende nieuwe monitoringstech- nieken konden testen. Allereerst werd nauwkeurig onderzoek gedaan naar de opbouw en grondmechanische eigen- schappen van de dijk rond de Leendert de Boerspolder. Op basis van deze ge- gevens zijn verschillende sensoren in
maar via camera’s die het proces heb- ben vastgelegd, konden de beelden di- rect daarna worden bekeken en de eer- ste data worden uitgelezen.
Snelheid belangrijk gegeven Henk van Hemert is deskundige op het gebied van waterkeringen bij STOWA en Rijkswaterstaat en inhoudelijk pro- jectleider van de proef in de Leendert de Boerspolder. Hij vertelt dat het afschui-
ER IS EEN BREDE BEHOEFTE OM DEZE REKENREGEL TE TESTEN OP ECHTE DIJKEN
het dijklichaam aangebracht die de be- nodigde data moesten opleveren over de waterspanningen en vervormingen van de dijk en ondergrond tijdens de testfase.
Verzadiging Vanaf het moment dat alle apparatuur in gereedheid was gebracht werd de proef in gang gezet door het betreffende 30 meter lange dijkvak langzaam maar ze- ker steeds meer met water te verzadi- gen. Tegelijkertijd werd aan de landzijde de bodem uitgegraven om de destabili- teit gecontroleerd te bevorderen.
Na enkele weken, om precies te zijn op woensdagochtend 14 oktober vorig jaar, om 6.30 uur, net even eerder dan verwacht, bezweek de dijk. Daarbij wa- ren alleen de onderzoekers aanwezig,
Bekijk hier het bezwijken van de proefdijk op woensdag 14 oktober 2015, rond 6.30 uur.
ven van de dijk opmerkelijk snel ging. “Bijna een uur nadat de eerste vervor- mingen werden gedetecteerd, ging de dijk al onderuit. Dat is op zich een be- langrijk gegeven, want het toont aan dat in werkelijkheid snel gereageerd moet worden wanneer de eerste vervormin- gen in een veendijk optreden.”
Redelijk betrouwbaar beeld Van Hemert vervolgt: “Daarentegen be- zweek de dijk vrijwel precies op het mo- ment en op de manier die wij overeen- komstig de nieuwe rekenregels hadden voorspeld. Dat geldt niet alleen voor de belasting die we erop hebben uitgeoe- fend, ook het glijvlak waarlangs de dijk afschoof kwam nauw overeen met wat wij hadden berekend.” Volgens Van He- mert kan daaruit de voorlopige con- clusie worden getrokken dat de nieu- we rekenmethode die op dit moment in ontwikkeling is, een redelijk betrouw- baar beeld over de actuele stabiliteit van veendijken geeft.”
Nog meer dijken gezocht Toch is het niet voor niets dat tijdens een in april door STOWA gehouden symposium over de eerste bevindingen van dit onderzoek (er moeten nog heel wat data worden geanalyseerd waarvan de resultaten tijdens een symposium van de TU Delft in juni bekend worden gemaakt) een oproep werd gedaan om nog meer dijkvakken te kunnen beproe- ven. Er is een brede behoefte om deze rekenregel te testen op echte dijken. Dat hoeft niet altijd gepaard te gaan met een uiteindelijke doorbraak, zo vertelde STOWA-directeur Joost Buntsma toen.
Nr.4 - 2016 OTAR O Nr.4 - 2016TAR 23
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48