Bio Base Europe Pilot Plant stelt open innovatie centraal
In deze geëmailleerde reactoren vindt groene chemie plaats
‘Maatschappij moet klaar zijn voor een toekomst
dat het op grote schaal produce- ren van cruciaal belang is om
zonder fossiele grondstoffen’
daadwerkelijk te weten of een bepaald product of proces het zal maken in de markt. “Je komt snel voor allerlei opscha- lingsproblemen te staan, en die moet je dan direct aanpakken. Biomassa is zo
Apparatuur
complex dat je niet alles wat er gebeurt van tevoren kunt
De proeffabriek omvat een aantal zones voor de volledige verwerking van grondstof tot eindproduct.
voorspellen. Je weet niet altijd vooraf of een product filtreerbaar is of hoe ver het kan worden ingedampt of wat het rendement is van een bepaald biopoly- meer. Op labschaal zijn processen veel handelbaarder en geeft het verdunnen van oplossingen al snel een gewenst resultaat dat op industriële schaal misschien helemaal niet rendabel is: daar moet je de hoeveel- heid energie die je verbruikt en de hoe- veelheid afvalwater die je produceert, minimaliseren.”
Open benadering Een open, onbevan- gen benadering is volgens Dewilde een belangrijke succes- factor bij het vinden van oplossingen voor problemen. De onafhankelijkheid van BBE ten opzichte van welk bedrijf dan ook ziet ze daarbij als een belangrijk voor- deel. “Bedrijven zijn gewend bepaalde processen en tech- nieken te gebruiken. Ze hebben geen ervaring met andere processen in andere industrieën. Wij weten niet beter.”
Fermentoren spelen een belangrijke rol bij de productie van biomaterialen
Het is volgens haar belangrijk goed te luisteren naar bedrijven die een beroep doen op de proeffabriek voor een project. “Wat is hun doelstelling en wat verwachten ze van ons? De nieuws- gierigheid van onze ingenieurs wordt geprikkeld door elk probleem dat ze krijgen voorgeschoteld. Het oplossen van technische problemen is een dagelijkse constante.” Een andere belangrijke succesfactor is een open communicatie vanaf het eerste begin van een project. Dit geldt volgens Dewilde in het bijzonder voor de aanpak van een project. “We zitten in een economisch turbulente tijd die de nodige uitdagingen met zich meebrengt. Bedrijven staan helaas op de rem als het gaat om investeringen in innovatie. Het is dan ook mooi te zien dat er inmiddels toch commerciële fabrieken voor twee- degeneratie biogebaseerde producten zijn gebouwd.” Bekende bedrijfsnamen in België zijn hierbij Oleon, Cargill, Syral, Electrawinds, Galactic en Beneo. De eerste twee zijn gevestigd in Ghent Bio- Energy Valley, waar ook de BBE Pilot Plant is gevestigd. In totaal telt deze vallei een twintigtal bedrijven die een belangrijke voorbeeldfunctie vervullen voor de verdere ontwikkeling van de biogeba- seerde economie.
Levenscyclusanalyses voor de duurzaam- heidsbeoordeling van de eindproducten beschouwt Dewilde als zinvol. “We heb- ben geleerd dat deze belangrijk zijn, om- dat we daardoor een duurzamere maat- schappij kunnen ontwikkelen dan nu het geval is.” Tegelijkertijd wijst ze erop dat er ook heel andere duurzaamheidbedrei- gingen zijn, zoals de (over)consumptie van vlees en het menselijk handelen in de moderne consumptiemaatschappij. “Desalniettemin staat voorop dat onze maatschappij klaar moet zijn voor een toekomst zonder fossiele grondstoffen.”n