voor proces- en kwaliteitscontrole. Hier werkt een twintigtal hoogopgeleide medewerkers.
De industriële appa- ratuur kan op modu- laire en flexibele wijze aaneengeschakeld worden tot een vol- ledige productielijn. “Het nieuwe pro- ductieproces wordt geoptimaliseerd tot de juiste productkwa- liteit en het maximale rendement”, vertelt Dewilde. “Vervolgens worden meerdere tonnen, soms zelfs honderden, van dit product gemaakt in dezelfde pilot plant, en met hetzelfde gespecialiseerde per- soneel, dat ondertus- sen voeling heeft met het product en het proces.” Deze eerste batches kunnen door
een vierde partner, of een eindgebruiker, worden getest en ingezet in de markt. Voor sommige processen in de BBEPP is de wetenschappelijke kennis gegene- reerd door het Expertisecentrum voor
Industriële Biotechnologie en Biokatalyse van de Universiteit Gent. Dat is bijvoor- beeld het geval in het met Europese subsidie opgezette project ‘Biosurfing’, waarbij biosurfactanten fermentatief geproduceerd worden door de genetisch gemodificeerd giststam Candida bombicola. De directeur van de BBE proeffabriek, prof. ir. Wim Soetaert, staat eveneens aan het hoofd van dit expertisecentrum.
Geen grenzen
In de installaties gaan de grondstoffen, de intermediaire stoffen bij de productie en de halffabricaten via de verschillende conversieprocessen regelmatig over van de ene naar de andere aggregatie- toestand. “Er zijn hier geen grenzen en dat willen we ook niet, omdat dit de product- of procesontwikkeling in onze proeffabriek zou kunnen beperken”, stelt de business development manager met betrekking tot de procesontwikkeling binnen BBEPP.
Dewilde wijst op de veelzijdigheid van de al dan niet al enigszins verwerkte grondstoffen die worden gebruikt, de uiteenlopende processen en het grote aantal verschillende eindproducten. “Als proeffabriek zijn we hier volledig op ingericht. We knutselen aan onze instal- laties, zodat we een volledige productie- lijn kunnen inrichten, afgestemd op de mogelijke grondstoffen in gas-, vloeibare
Membraaninstalla- ties scheiden vaste en vloeistoffen.
‘Het oplossen van technische problemen is een dagelijkse constante’
of vastestoffase.” Ze voegt toe dat de ontwikkeling van productieprocessen in de biogebaseerde industrie duidelijk sector- overschrijdend is. “De biogebaseerde economie doet de grenzen tussen de huidige industriële sectoren afbrokkelen”, formuleert zij. “Ik zie bijvoorbeeld dat chemische bedrijven op zoek gaan naar hernieuwbare grondstoffen voor hun van oudsher petrochemische monomeren. Daarbij komen ze voor het eerst in contact met biochemische conversietechnieken zoals biokatalyse en fermentatie.” Tegelijk merkt ze ook dat de toepassing van processen die aanvankelijk zijn ontwikkeld voor bijvoorbeeld vloeistoffen worden uitgebreid naar gassen. “Zo zijn er al heel wat ontwikkelingen waarbij de koolstofbron voor de productie van chemicaliën door micro-organismen geen suikeroplossing is, maar gasvormig
De proeffabriek beschikt over een aparte ruimte voor de voorbehandeling van biomassa en biokatalyse
CO of CO2.” Een andere mogelijkheid is dat het metaboliet dat uitgescheiden wordt door het micro-organisme als gas vrijkomt. “Vanzelfsprekend zijn onze fermentoren hiervoor uitgerust.” Volgens Dewilde is de ervaring van BBE