COLUMN BOERENLEVEN
Manusje van alles Door Janna van der Meer
ls er iets kapot is, vraag ik me altijd af wie ik kan bel- len om het op te lossen. Boeren moeten niets heb- ben van deze mentaliteit: ze willen zichzelf kunnen redden, en waarschijnlijk komt het daardoor dat ze dat meestal ook kunnen. Maar nu is het zondagmid- dag en mijn man en ik zitten samen in de keuken te genieten van een glaasje Shiraz met een kaasje erbij. Straks komen de kinderen eten en daar verheugen we ons op. “Zullen we de hout- kachel aansteken?”, stel ik voor. “Daar is het nu weer de tijd voor.” Mijn man is het ermee eens . Even later zitten we bij een knispe- rend vuurtje. De vredige sfeer wordt echter al gauw verstoord, als de leidingen onheilspellend beginnen te klotsen en te rammelen. “O ja”, zegt mijn man, “in de lente heeft een monteur de over- drukbeveiliging afgesloten. Nu kan het ding zijn warmte niet kwijt. De prutser!” “Wat nu?”, vraag ik bezorgd.
A
Omdat we afgelegen wonen, hebben we geen gas. Een houtka- chel geldt als duurzaam en je kon er subsidie voor krijgen. Daarom verwarmen we het hele huis op pellets. In de kamer en de keuken staan kleine houtkacheltjes om bij te stoken en voor de sfeer. Het is een complex systeem, waarbij alle kachels en radiatoren met elkaar in verbinding staan. “Pang! ”Nu ben ik bang dat de hele boel explodeert. Snel smoren we het vuur. De keuken vult zich met rookwolken en er zit niets anders op dan de ramen te openen. Tegen de tijd dat de kinderen komen, is het koud. Met hun jassen aan scharen ze zich rond de tafel. De volgende dag wil ik de monteur bellen. Mijn boer is het er echter niet mee eens. En met de bekende woorden: “Ik kan het zelf wel”, verdwijnt hij onder de vloer. “Pas je er nog wel tussen?”, vraag ik als ik op mijn knieën bij het gat ga zitten en in het donker tuur. We hebben vorig jaar schelpen onder de vloer gekregen voor de isolatie en het vocht. Ik hoor ze knerpen, terwijl hij er op zijn buik overheen schuift. Dan wordt het stil en ik ga naar boven om aan een artikel te werken.
Dan gaat mijn mobiel: “Kun je even naar de grote kachel lopen en water bijvullen. Ik bel wel als ik het lek gevonden heb.” Ik ga naar de schuur en hoop dat ik de juiste slang bevestig en de juiste knoppen omzet. Dan draai ik de waterkraan open. Even hoor ik suizen. Gelijk gaat de telefoon: “Doe maar weer dicht.” “Is het gelukt?”, vraag ik, maar de verbinding is verbroken. Lang blijft het stil. Ik staar naar een leeg zwaluwnest. Telefoon: ”Doe maar weer open.”
“En?” Geen reactie. Maar als ik in de keuken kom, steekt mijn man net zijn hoofd uit het kruipgat. Met het haar vol spinnenwebben verkondigt hij stralend dat het probleem is opgelost: “Zie je wel: we hebben niemand nodig!”
NIKS MONTEUR, EEN BOER WIL ALLES ZELF DOEN
BOERDERIJ 104 — no. 4 (23 oktober 2018)
61
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76