Het laden van zetmeelaardappelen bij akkerbouwer Adriaan Sandee. De teelt van fabriekers is belangrijk voor de Veenkoloniën. FOTO: KOOS VAN DER SPEK
boel gezond kunt houden. Dat is de voorwaarde voor een goede opbrengst. Bedrijven die zijn gegroeid, hebben vaak een heel eenvoudig bouwplan. Je kunt kijken naar een vierde gewas zoals ui of waspeen. Past het bij jou? Kun je er tegen als uien een seizoen niks waard zijn? Of zorg je ervoor dat je steeds beter wordt in wat je doet?”
Werken buiten de deur
Een andere keuze is een baan buiten de deur om vol- doende inkomen te vergaren. Niet meegaan in de vaart der volkeren, maar je eigen pad kiezen. Veel ondernemers met een omvangrijk bedrijf komen uit een warm nest en hebben niet veel financiering nodig, ziet Knollema. “Dat is een leuke basis om op te bouwen. Daarentegen worden bedrijfsovernames wel steeds lastiger. Zeker in familieverband. Er zijn steeds grotere schenkingen nodig. Als je vier kinderen hebt en eentje wil overnemen dan moeten de andere drie een tegemoetkoming krijgen. Met schaalvergroting en dure grond is dat bijna niet te doen. € 20.00 tot € 25.000 per hectare schuld vinden we wel de max. Ouders vinden het ook steeds lastiger. Dat zijn uitdagingen in de sector.”
Dynamiek in het gebied
Die nieuwe deuren in de lange gang vol fabriekers, gra- nen en bieten; betekenen die dat de regio lang achter- over heeft geleund op die drie basisgewassen? “Abso-
luut niet!”, reageert Hoekzema. “Er is altijd dynamiek geweest in het gebied. De situatie heeft boeren gedreven tot bepaalde beslissingen. Consumptieaardappelteelt blijft lastig, omdat consument denkt dat een aardappel met donkere schil niet lekker is. Geografisch zitten wij ook niet heel handig; de handel komt je spullen niet even ophalen. Bovendien zitten wij hier wat later met de teelten. Zo hebben we asperges weleens geprobeerd, maar tegen de tijd dat wij konden steken was de prijspiek al voorbij. Gelukkig hebben kli- maatverandering en veredeling die achterstand wat goedgemaakt.” Bepalend voor de toekomst is de bodem. De teruglopende condities baren de sector ook steeds meer zor- gen, merkt Hoekzema. “Onze akkers
net zo rijk doorgeven als wij ze hebben gekregen, gaat al niet lukken. Je ziet de bodem achteruitgaan.” Het tij moet keren, zegt hij. “Voor relatief lage prijzen wordt stro verkocht. Weet je wel wat je afvoert? Bij de lage graanprijzen moet zo’n gewas zich maar zien te redden. De bemesting gaat naar dure gewassen. Dat werkt een negatief saldo in de hand. Zo kom je in een vicieuze cirkel terecht met lage saldo’s. Dat kunnen we voorkomen.”
BOERDERIJ 104 — no. 4 (23 oktober 2018) 25
‘Vicieuze cirkel met lage saldo’s kunnen we voorkomen’
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76