search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
RUNDVEEHOUDERIJ


Zin en onzin van FAO-getal als indicatie voor vroegrijpheid


Het FAO-getal is een belangrijke indicatie voor vroegrijpheid van maisrassen. Maar het getal is ook relatief onbekend en wordt boven- dien verschillend geïnterpreteerd.


Door Bouke Poelsma K


wekers van mais beschouwen het FAO-getal als een belangrij- ke indicatie voor vroegrijpheid. Limagrain heeft het FAO-getal standaard verwerkt in de namen van zijn maisrassen. De laatste drie cijfers in de naam van het ras staan voor het FAO-getal. “Hoe vroeger het ras, hoe lager het FAO-ge- tal”, zegt Jos Groot Koerkamp, commerci- eel manager veehouderij bij Limagrain. Het kweekbedrijf zet volop in op vroege rassen. Die worden volgens Groot Koer- kamp almaar belangrijker, zeker nu wet- en regelgeving is veranderd. “Telers op zand- of lössgrond moeten voor 1 oktober een vanggewas zaaien. Voor hen is het zaak tij- dig te oogsten.” Groot Koerkamp ziet telers in het Noorden vaak kiezen voor mais met een FAO-getal van 190/200. In overige delen van Nederland worden rassen ingezet met een FAO-getal tot 240.


Vroegrijpheid op basis van de korrel KWS hecht ook veel waarde aan het FAO-getal. Zeer vroege rassen hebben bij de kweker een FAO-getal van 170 tot 200. Bij vroege rassen is dat getal 200 tot 230. Bij middenvroege rassen gaat het om een FAO-getal van 230 tot 250. Als het gaat om de vroegrijpheid van snijmais kijkt men bij KWS naar de korrel. “De korrel bepaalt het oogstmoment. Dit is in de praktijk nog weleens verwarrend, omdat de snijmaisras- senlijst de maisrassen rangschikt op vroeg- rijpheid van de totale plant. Een vroeg ras op basis van vroegrijpheid totale plant (het totale drogestofpercentage, red.) is in de praktijk lang niet altijd vroeg in de korrel”, aldus Agro Service Manager Arjan Lassche.


Europese verschillen


In Europa wordt verschillend gedacht over het FAO-getal en de classificatie ervan. De


Maisoogst in Vlagtwedde. “Het FAO-getal zegt iets over de vroegheid van een ras. Het is een indicatief getal, dus niet erg exact”, aldus Bart Verellen van Pioneer Benelux.


‘De korrel bepaalt het oogstmoment. Dit is in de


praktijk verwarrend, omdat de snijmaisrassenlijst de maisrassen rangschikt op vroegrijpheid van de totale plant’


verschillen zitten in de te hanteren basis- temperatuur in de periode tussen zaai en bloei en het aantal dagen dat nodig is om een bepaald drogestofpercentage van de korrel te halen. Ook bij de bepaling van de vroegrijpheid van snij- en korrelmais ont- staan verschillen. In België wordt bijvoor- beeld gekeken naar het percentage droge stof van de totale plant. “Het FAO-getal zegt iets over de vroegheid van een ras. Het is


BOERDERIJ 104 — no. 11 (11 december 2018)


een indicatief getal, dus niet erg exact. Voor de boer is het FAO-getal een hulpmiddel”, zegt Bart Verellen, productmanager van Pioneer Benelux.


“Bij de gemiddelde boer is het FAO-getal nog onbekend”, stelt Walter Joosten, alge- meen directeur bij Caussade Zaden.


Risico’s: 1 oktober scherprechter Theoretisch gezien kunnen er, zeker in een jaar als 2018, door hogere omgevingstem- peraturen en meer zonnestraling latere maisrassen met een hoger FAO-getal rijp geoogst worden. In de praktijk is dat echter niet wenselijk, stelt Arjan Lassche van KWS. Hij wijst op de risico’s zoals verlate oogst en structuurschade. “Het is nog maar zeer de vraag of de komende jaren qua temperatuur net zo mooi gaan zijn als dit jaar. Ik houd het slechte najaar van 2015 nog maar even in herinnering. Volgend jaar gaat 1 oktober de scherprechter zijn, als het gaat om het wel of niet rijp zijn van mais die voor die datum geoogst is.”


41


FOTO: JAN WILLEM VAN VLIET


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92