COLUMN BOERENLEVEN
Respect Door Margreet Welink, redacteur boerenleven I
n mijn studententijd, lang geleden alweer, liep ik stage op een bedrijf met 500 zeugen. De eigenaar behoorde tot ‘de grote jongens’. De dieren stonden in voerligboxen, een klein deel werd nog aangebonden. Om eerlijk te zijn, vroeg ik me toen niet heel erg af hoe het zat met dierenwelzijn. Er was ook nog niet zoveel reuring over als nu, of wellicht was het me ontgaan. Maar daar, in die stallen, had ik het gevoel dat er respectvol met de levende have werd omgegaan. Alleen voor muizen was het anders. Die werden tijdens het schoonmaken subiet door de roosters gespoten. Achteraf kun je dat geen chique methode noemen maar welke manier van muizen verdelgen is dat wel? Terug naar de varkens. Wat heb ik veel geleerd. Mooie dingen en ook akelige, zoals onverdoofd couperen en castreren. De zeugen werden wel onrustig als ze kroost hoorden krijsen maar de staar- tjes en testikeltjes die ze in hun trog geworpen kregen, vraten ze evengoed smakkend op. Een varken is en blijft een varken. Maar er was ook veel mooi werk. Zeugen wassen en ontschurf- ten bijvoorbeeld. Wat een plezier was het om te zien hoe ze daar knorrend en schurkend van genoten. Stiekem heb ik de douche wel eens langer laten duren dan de bedoeling was. Van de andere medewerkers hoorde ik later dat ze hetzelfde deden. Eind vorig jaar dook weer eens een fi lmpje op dat stiekem in var- kensstallen gemaakt was. Er werden onder meer dieren geschopt. Dat heb ik ook wel eens zien gebeuren. Tijdens lessen op de prak- tijkschool, wederom in mijn studententijd, werden wij geacht het exterieur van vijf zeugen te beoordelen. Ze werden uit hun boxen gehaald en in één kleine ruimte gezet. Wat volgde was steevast een heftig gevecht om de rangorde. De jongens in mijn klas deelden schoppen uit tegen dat vechten. Ze vonden dat ergens ook wel stoer, zo’n grote zeug op haar plek zetten. Achteraf vind ik dat de docent de les anders aan had kunnen pakken. Zet niet zomaar vijf zeugen bij elkaar en moet dat toch, houd dan een drijfschotje voor hun ogen. Leer jongeren dat schoppen niet nodig is en niet stoer bovendien.
Op mijn stagebedrijf werd overigens niet geschopt. Nooit. De open wonden uit het undercoverfi lmpje herken ik ook niet. Wat ik zag op mijn stagebedrijf, was dat wondjes behandeld werden en dat zieke dieren naar een ziekenboeg gingen. Ik herinner me ook die keer dat we een wondje te laat zagen. De rest van het koppel had alle darmen al uit de patiënt getrokken. Nee, varkens zijn geen schatjes. De varkenshouder euthanaseerde het slachtoffer meteen. Ik hoor het hem nog zeggen: we moeten wél een beetje humaan blijven. Wat ik maar zeggen wil: er deugt een heleboel niet in de veehou- derij, maar er deugt ook een heleboel wel.
VOLGENS STIEKEME FILMPJES DEUGT ER NIKS, MAAR IK ZAG HET OOK ANDERS
BOERDERIJ 104 — no. 15 (8 januari 2019)
61
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76