ONDERNEMEN ACTUEEL
Inkomen in Deense land- en tuinbouw vorig jaar 53% lager
In de hele Europese Unie daalden de inkomens met iets meer dan gemiddeld 3%. De verschillen tussen de Europese landen zijn volgens cijfers van Eurostat groot; van min 53% tot plus 24%.
Door Wim Esselink D
e landbouwinkomens per ar- beidskracht in de 28 EU-landen zijn in 2018 met gemiddeld 3,1% gedaald. Uitschieter is Dene-
marken, waar het inkomen in de land- en tuinbouw met gemiddeld 53% kelderde. In Zweden en Litouwen liep het inkomen ook fors terug, met respectievelijk 38 en 31%. Voor Nederland is een daling geraamd van 11%. Dat blijkt uit cijfers van Eurostat die zijn gebaseerd op de inkomensramingen in de EU-lidstaten.
Slechts in 11 van de 28 lidstaten steeg het inkomen. In Finland en Frankrijk met respectievelijk 4% en 10%. In Slovenië nam het landbouwinkomen met bijna een kwart toe. Het gaat om het zogenoemde factorinkomen per arbeidskracht (betaalde en onbetaalde arbeid). Dat wordt in de EU gebruikt om de inkomensontwikkeling in de EU-lidstaten te vergelijken. De daling in 2018 volgt op een stijging
Landbouw- inkomens EU
3,1% lager in 2018
van ruim 11% in 2017 in de hele EU. Door de forse daling in Denemarken ging de toename van 77% in 2017 voor een groot deel teniet.
Droogte en te veel regen De droogte in Noord-Europa is een be- langrijke oorzaak voor de daling van het inkomen. In Duitsland en België nam het inkomen met respectievelijk 22% en 18%
Inkomen Frankrijk plus 10%
De landbouwinkomens in Slove- nië zijn vorig jaar met gemiddeld 24% gestegen, maar liggen nog steeds op een zeer laag niveau. Van de grote landbouwlanden nam het inkomen in Frankrijk met bijna 10% het hardst toe. Ook Italië en Spanje noteerden een lichte stijging met respectievelijk 3,7 en 3%. De grootste achteruitgang noteerde de landbouw in Denemarken. Na een toename van ruim 77% in 2017 kelderde het gemiddelde factorinkomen per arbeidskracht vorig jaar met 53%. Ook Zweden en Litouwen noteerden een daling van meer dan 30%, na een bovengemid-
14
delde stijging twee jaar geleden. In de vergelijkende cijfers van
Eurostat worden in de eerste ramingen alleen de veranderin- gen ten opzichte van voorgaande jaren genoemd. De absolute hoogte van het zogenoemde factorinkomen per arbeidskracht was in 2017 in de hele EU gemid- deld € 17.850. De meeste Oost-Europese
lidstaten zitten daar ver on- der. In Roemenië, Slovenië en Kroatië lag het inkomen in 2017 gemiddeld rond de € 5.000 per arbeidskracht.
In Nederland lag dat in 2017 op bijna € 60.000 gemiddeld. Ook met de daling in 2018 blijft Ne-
af; nog meer dan in Nederland. Ook in deze landen kenmerkte 2018 zich door extreem weer, met eerst veel regenval en later droogte. Ook in andere landen hebben droogte, overvloedige regenval en overstromingen hun tol geëist of gaan dat nog doen. Volgens Copa Cogeca, de koepel van boe- renorganisaties en coöperaties in de EU, laten de statistieken de consequenties zien van het extreme weer in 2018 in diverse de- len van Europa. Secretaris-generaal Pekka Pesonen sprak bij de cijfers over 2018 ook zijn zorg uit over 2019: “We weten nu al dat ook 2019 een zorgelijk jaar zal worden voor sommige regio’s en gewassen. Gewassen die eind 2018 zijn ingezaaid, hebben gele- den onder extreem weer.” Voor Pesonen aanleiding om nog eens een oproep te doen aan regeringen in de lidstaten om alle middelen die ze hebben om risico’s op te vangen, te gebruiken. Ook de Commissie moet sneller en effectiever in actie komen, vindt Copa Cogeca.
Prijsdalingen in Denemarken De Deense land- en tuinbouw werd naast de droogte ook hard getroffen door prijsda- lingen voor varkens en melk met respec-
Denemarken levert winst 2017 weer in Factorinkomen per arbeidskracht, verschil met voorgaande jaar in % 2017
2018
20 40 60 80
-60 -40 -20 0
Bron: Eurostat,Wageningen Economic Research
derland het land met gemiddeld het hoogste inkomen in de land- en tuinbouw. Denemarken en het Verenigd
Koninkrijk waren in 2017 goed voor inkomens van respectie- velijk € 45.000 en € 41.000 per arbeidskracht.
BOERDERIJ 104 — no. 15 (8 januari 2019)
Denemarken Zweden Litouwen België Duitsland Nederland EU-28
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76