search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Landbouwinkomens Noord-Europa meest gedaald


Verschil inkomen 2018 t.o.v. 2017, in % (landbouwinkomen per arbeidsjaar van betaald en onbetaalde arbeid) -60 -40 -20 0 20 40


-8,9 -10,8 -18 -22,3 9,7 -52,6


Nederland hoort wat landbouwinkomen per arbeidskracht betreft bij de sterke dalers in 2018. In zes landen daalde het inkomen harder dan in Nederland; die liggen allemaal in Noord-Europa. In Slovenië steeg het landbouwinkomen met 24% het hardst. Frankrijk noteert een plus van bijna 10%.


Bron: CBS en Eurostat


tievelijk 17% en 6%. Deze twee sectoren zijn goed voor ongeveer de helft van de productiewaarde in de land- en tuinbouw. De volumedalingen bij plantaardige pro- ducten zijn niet volledig goedgemaakt door hogere prijzen. Een soortgelijke ontwikke- ling was te zien bij onze buurlanden België en Duitsland.


Meer wijn en fruit


In veel zuidelijke lidstaten is het inko- men per arbeidskracht gestegen. Het gaat om landen als Slovenië, Frankrijk, Italië, Spanje, Roemenië en Portugal. De stijging van het inkomen in deze landen werd voor een belangrijk deel veroorzaakt door een deels fors hogere wijn- en fruitproductie. Die sector is in deze landen goed voor een belangrijk aandeel in de totale productie.


In Nederland zorgt de relatief grote glas- tuinbouwsector voor een dempend effect op schommelingen van de gemiddelde inkomens.


Verschil met landelijke cijfers Het CBS en Wageningen Economic Re- search (WER) presenteerden in december de jaarlijkse inkomensramingen en bere- kenden een inkomensdaling van ruim 40%. Dat betreft het zogenoemde inkomen per onbetaald arbeidsjaar, ook wel inkomen per ondernemer genoemd.


In deze raming van de WER zijn alle opbrengsten en kosten meegenomen, ook de betaalde arbeidskosten, en zijn tevens heffingen en subsidies verwerkt. Een ander belangrijk verschil is dat de EU-cijfers be- trekking hebben op kalenderjaren, terwijl


BOERDERIJ 104 — no. 15 (8 januari 2019)


in de ramingen van het inkomen door WER wordt gerekend met oogstjaren. Het ver- schil in definitie en tijdvak veroorzaakt de verschillen tussen de landelijke inkomens- raming en ramingen die de EU-hanteert. In de inkomenscijfers van Eurostat wordt het inkomen berekend uit de totale opbrengsten minus aankoop van goede- ren en diensten door boeren en tuinders, minus de afschrijvingen. In de cijfers die Eurostat hanteert, wordt uitgegaan van de totale agrarische productie inclusief loon- werk. Dat resulteert uiteindelijk in de netto toegevoegde waarde, die vervolgens wordt gedeeld door het totale aantal personen die werken in de land- en tuinbouw op basis van arbeidsjaren. Dat geeft als resultaat netto toegevoegde waarde per arbeids- kracht.


15


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76