67 melkkoeien
33 hectare grasland
10,5
daarvan is lage veen- grond
30
‘De boel onder water zetten voor natuur en natte teelten gaat niet grootschalig gebeuren’, zegt melkveehouder Walter Pieterse.
centimeter ontwatering onder maaiveld
‘Melkvee heeft hier zeker toekomst’
Walter Pieterse en zijn zoon Peter boeren bij Aarlanderveen op 33 hectare grasland, waarvan een- derde ‘echt veen’ laag ligt met een ontwatering van 30 centimeter.
land) en voorzitter van natuurvereniging Water, Land en Dijken. De vereniging doet onder meer onderzoek naar natte teelten als lisdodde en azolla (eiwitrijk eenden- kroos) en naar drukdrainage.
“Ook met andere politieke verhoudingen is ons pro- bleem niet weg”, zegt Hoogendoorn. “Het aanpassen van peilen bij bodemdaling is eindig. We moeten er mee aan de slag. Het gaat er alleen om in welk tempo we dingen doen en dat waterschappen en provincie dat mét de boeren doen.”
Passief vernatten
Nu komt de verandering in het westelijk veenweide- gebied niet zozeer in de vorm van hogere waterpeilen, maar geleidelijker via wat men noemt ‘passieve ver- natting’, door het waterpeil niet, of gedeeltelijk, aan te passen bij bodemdaling. Peilbesluiten liggen voor tien jaar vast. In die periode kan de bodem 5 tot 10 centime- ter verder dalen, zodat het water in de sloot geleidelijk evenveel hoger komt. Ook als -40 centimeter de norm is, hebben boeren in het westelijk veenweidegebied in de praktijk dus soms te maken met een -35 of -30 centimeter. Dat is zo’n beetje de grens waarbij er volgens melkveehouders en deskundigen nog net enigszins eco- nomisch koeien zijn te houden en te weiden. Totnogtoe werd het waterpeil in een nieuw peilbesluit bij de bodemdaling aangepast. De waterschappen die nog maar 70% aanpassen, vinden dat dat nu kan, omdat melkveehouders de overblijvende gevolgen kunnen op- vangen met investeringen in onderwaterdrainage. Hoog-
De andere grond is veen met een laag rivierklei. “Met veen moet je leren boeren. Het is leren leven met een minder goed grasbestand, maar in de zomer groeit er veel gras en in droge zomers redt het veen je”, zegt Pieterse. Als het nat is lopen de koei- en het zwart, maar het herstelt zich weer en dat is op klei wel anders. Je kunt het ook beter niet over de kop halen voor inzaai. “Dan zak je ineens een stuk extra.” De serrestal hebben ze recent met
twee kappen verbreed en ze groeien daar geleidelijk in naar 75 koeien. Vorig jaar kochten ze zes hectare grond, waarvan drie hectare ook laag ligt. Vertrouwen in de toekomst van het bedrijf hebben ze wel. Peter wil er straks een volledig inkomen mee
kunnen verdienen zonder bijbaan. “De boel onder water zetten voor natuur en natte teelten, gaat niet op grote schaal gebeuren”, zegt Pieter- se. “Dan moeten ze boeren uitkopen en verandert het van een landschap waar geld uitkomt naar een land- schap waar veel beheergeld in moet. Bovendien zorgen we nu voor een mooi landschap met melkvee, dat hoog wordt gewaardeerd. De mees- te veehouders hier maken zich geen grote zorgen.” Pieterse vindt wel dat waterschap en landbouw aan de bak moeten met onderwaterdrainage. “Daarmee hou je het veen echt nat in de zomer en ik vind dat we dan ook snel iets moeten doen, want elke centimeter bodem- daling krijg je niet meer terug. Het waterschap is welwillend om mee te investeren. Maar de provincie is me veel te traag. Die moeten de leiden- de rol nemen en aanleg stimuleren met subsidie. Een investering van € 2.000 per hectare is veel geld.”
heemraadschap De Stichtse Rijnlanden is de eerste die dit systeem op grote schaal meefinanciert en in polders uitrolt als oplossing voor boer en waterbeheerder.
Ander waterbeheer
Drainagebuizen ónder het slootpeil om water in het perceel te krijgen, in plaats van eruit: de techniek van onderwaterdrainage lijkt inmiddels de heilige graal om maatschappelijke belangen en boerenbelangen beide te
BOERDERIJ 104 — no. 31 (30 april 2019) 27
FOTO: HERBERT WIGGERMAN
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84