COLUMN BOERENLEVEN
Drijfveren Margreet Welink, redacteur boerenleven N
ogal wat boeren hebben het idee dat het vroeger allemaal makkelijker was. Maar boerzijn is nooit makkelijk geweest. Vroeger was het werk vooral lichamelijk zwaar, tegenwoordig vooral mentaal. Vroeger had je rugpijn, nu misschien vaker hoofd- pijn.
Maar als het dan altijd al een bestaan vol zorgen was, waarom was en is er bij velen dan zo’n gedrevenheid om boer of boerin te worden en vooral om het te blijven? Vroeger werd je boer omdat je de oudste was. En als je het niet leuk vond: pech gehad. Er waren er niet veel die het niet leuk vonden. Ze wilden maar al te graag.
Er zijn onderzoeken die uitwijzen dat dat inmiddels niet meer zo is. Agrarische jongeren anno nu willen net als leeftijdgenoten een leven met vakanties, vast salaris en een luxe leaseauto voor de deur. Andere onderzoeken vinden deze uitkomsten niet. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat de nadruk van ouders nog steeds, net als vroeger, ligt op de oudste. Die is in beeld als opvolger en meestal heeft hij of zij daar ook veel zin in (of die oudste daar ook de meest geschikte voor is, is een andere vraag).
Zin om in het bedrijf te stappen, het is er dus nog steeds. Ondanks lange dagen, geen lange vakanties en een hobbelig inkomen. Waarom kies je voor zo’n bestaan?
Als ik dat vraag aan de jongelui, gaan ze meestal glimmen. Ze probe- ren uit te leggen wat ze zien in een boerentoekomst. Werken in de natuur, met planten en dieren wordt veel genoemd. Voedsel produce- ren is ook een veelgenoemde reden, al geloof ik dat eerlijk gezegd niet zo. Geen boer staat ’s ochtends op met het idee om weer eens fi jn een dagje voedsel te gaan produceren. Ze vinden het werk gewoon leuk: lekker maaien, kuilen, rooien en voeren. De kick is dan om het zo goed mogelijk te doen, om er met alle kunde en kennis die je hebt, uit te halen wat erin zit. Ook als de overheid halverwege de rit obstakels opwerpt. Rijden over een weg met hindernissen is een uitdaging die velen nog steeds, vrijwillig, aan willen gaan.
Dat is niet uniek voor de landbouw, het is iets van familiebedrij- ven in het algemeen. De passie en de drive om er vol voor te gaan, is enorm. Maar er zijn ook valkuilen. In deze Boerderij vertellen twee opvolgers van een familiebedrijf in de agribusiness hoe het proces bij hen ging en waar zij tegenaan liepen. Samen met nog vijf andere bedrijven willen ze hun kennis er ervaringen gaan delen. Wat een goed initiatief. Leren van elkaar, van je successen en je missers, dat gebeurt nog te weinig. Vaak is er angst om je kwetsbaar op te stellen. De gedachte is: als ik een fout maak, vinden ze me vast een slechte ondernemer. Niets is minder waar. Bij deze leen ik een uitspraak van Nelson Mandela: ‘De grootste roem in het leven ligt niet in nooit vallen, maar in telkens weer opstaan.’
DE DRIVE OM BOER TE WORDEN
BOERDERIJ 106 — no. 5 (27 oktober 2020)
61
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76