ACTUEEL
RUNDVEEHOUDERIJ
In 2030 telt Nederland 33% minder melkveebedrijven
In 2030 zijn er nog 10.600 melk- veebedrijven. Een derde minder dan het aantal van 15.987 in 2018. Dat stelt Wageningen UR in een rapport gemaakt in opdracht van FrieslandCampina.
I
n het door WUR doorgerekende basisscenario houden de bedrijven in 2030 gemiddeld 139 koeien. Het totaal aantal koeien is 1,5 miljoen; iets min- der dan in 2018, maar de melkplas groeit met 3%. Dit door de stijgende productie per koe tot 9.850 kilo melk per koe (+1.100 kilo melk ten opzichte van 2018).
De economische situatie van veel bedrij- ven zal niet rooskleurig zijn, zo stelt het rapport. Rond 57% stopt door onvoldoende financieel resultaat. Van de blijvers kan slechts 27% alle nodige aflossingen en ver- vangingsinvesteringen doen. De rest stelt in meer of mindere mate vervangingsinves- teringen uit en/of kan niet alle benodigde aflossingen doen.
Naast het basisscenario zijn nog drie scenario’s doorgerekend. Deze leiden alle tot nog minder melkveebedrijven dan 10.600.
In scenario Stimulering natuurinclusief wil de maatschappij een meer natuur inclusieve melkveehouderij met specifieke eisen. Dit wordt gevormd door introductie van een
De bedrijven die overblijven, worden groter en produceren meer melk per koe. De maatschap- pij en de consument bepalen welke kant de boeren opgaan. Bulkproductie of natuurinclusief?
deelstroom natuurinclusieve melk. Deze bedrijfsvoering moet extra opbrengsten genereren en groei kan alleen grondgebon- den. In dit scenario daalt het aantal bedrij- ven tot 10.100 met gemiddeld 145 koeien. In scenario Hardcore vrije markt wil de wereld betrouwbaar, goedkoop en efficiënt geproduceerd voedsel. Eisen ten aanzien van weidegang, grondgebondenheid en biodiversiteit verdwijnen. Daar betaalt de consument niet voor. De melkprijs daalt.
Dit leidt tot gemiddeld 190 koeien op 7.500 resterende bedrijven. In scenario Meer focus op rendement stelt de melkveehouder eisen aan inkomen en rendement uit het bedrijf. Investeringen vinden ook in andere takken plaats. Een deel van de ondernemers, die het op zich financieel goed doen, stopt omdat ze elders meer kansen zien voor rendement. Er blijven 7.800 bedrijven met gemiddeld 165 koeien over.
Milieudoel haalbaar, maar onzeker ‘Waarde creëren nog relevanter’
Met de voorspelde dieraan- tallen in het basisscenario blijft de melkveehouderij ruim onder het fosfaatplafond. Een beperk- te daling van het eiwitgehalte in het rantsoen ten opzichte van 2018 houdt de sector ook onder het stikstofplafond. Met minder koeien daalt ook de methaan- en ammoniakemissie. Om een reductie van 0,8 Mton CO2
- equivalenten ten opzichte
van 2015 (klimaatakkoord) te halen, resteert dan nog een
aanvullende opgave van 0,27 Mton (3,2%). Voor ammoniakemissie lijkt de aanvullend benodigde pro- centuele daling een stuk groter maar hoeveel dat moet zijn, hangt sterk af van de beleids- makers. Voor zowel ammoniak als broeikasgassen zijn mogelijk nog diverse emissiereduceren- de maatregelen toe te passen voor 2030. De haalbaarheid en kosten hiervan en de sturing via beleid zijn echter onduidelijk.
Frans Keurentjes, voorzitter bestuur Zuivelcoöperatie Fries- landCampina, geeft aan dat het onderzoek in het basisscenario toont dat FrieslandCampina rekening moet houden met een gelijkblijvende melkplas de komende jaren. “Wordt dit afgezet tegen stijgende kosten op melkveebedrijven, dan is het helder dat de opdracht voor FrieslandCampina om waarde te creëren voor leden-melkvee- houders de komende jaren nog
relevanter wordt.” FrieslandCampina vindt het een opdracht voor alle partijen in de sector. Dat zijn de melk- veehouderijketen, wetenschap en overheid. Samen moeten zij toekomstgericht investeren in de sector. “Dit is noodzakelijk om te kunnen voldoen aan toekomstige duurzaamheidsei- sen. Gezien de economische realiteit kan de melkveehoude- rij dit niet alleen, het moet echt breed gedragen worden.”
BOERDERIJ 106 — no. 5 (27 oktober 2020) 35
FOTO: HANS BANUS
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76