Welke maatregelen voor welke emissies
Emissies van ammoniak, geur en broeikasgassen (vooral methaan) komen voor een belangrijk deel vrij uit drijfmest in de mestput. Fijn stof komt vooral vrij via opgedroogde mest en huidschilfers. Elke soort emissie vergt een eigen maatregel om uitstoot bij de bron aan te pakken. Ammoniak: Regelmatig en volledig verwijde- ren van mest uit de stal.
Drijfmest opvangen in ammoniak- vrije of zure vloeistof.
Verkleinen van emitterend opper- vlak.
Koelen van mest. Aanzuren van mest. Laag eiwitgehalte en/of verzurend voer.
Schone vloeren.
over drie tot vijf jaar opnieuw kosten maken voor emis- siemetingen voor broeikasgassen”, besluit Roelevink.
Versplintering van initiatieven
Er zijn veel initiatieven op het gebied van innovatieve emissiearme stalsystemen. Een compleet beeld van de initiatieven is er niet. De meeste activiteiten zijn echter in de provincie Noord-Brabant te vinden. Op het gebied van regelgeving om emissies bij de bron aan te pakken loopt deze provincie voorop. De provincie vindt het belangrijk dat er zo snel mogelijk innovatieve stalsyste- men op de markt komen en stimuleert innovaties op dit gebied door kennis en middelen beschikbaar te stellen. Afgelopen jaren heeft de provincie Noord-Brabant al flink geïnvesteerd in diverse projecten. Het Total Circulair Farm-concept kreeg € 4,4 miljoen subsidie en Stal van de Toekomst ontving € 2,6 miljoen. De provincie neemt ook deel aan de taskforce Toekomst- bestendige stallen, een initiatief dat de ontwikkeling van duurzame emissiearme stallen ondersteunt. De taskforce stelde begin dit jaar € 150.000 beschikbaar voor boeren die ondersteuning nodig hebben voor het schrijven van een businessplan. Veehouders kunnen bij ondernemersvereniging FME-CWM en ZLTO advies en begeleiding op maat inkopen. Een eigen bijdrage van 50% in de kosten is een voorwaarde.
Aan drie varkenshouders is inmiddels deze subsidie verleend, twee aanvragen zijn nog in behandeling en er
Landelijke subsidie
Er is veel belangstelling om innovatieve systemen te ontwikkelen en te testen. Dat blijkt uit de vele aanvragen voor de landelijke subsidieregeling Sbv. Voor de varkens- sector is er in de eerste aanvraagronde een budget van € 6,1 miljoen subsidie beschikbaar voor het ontwikkelen van duurzame stalsystemen. Dat lijkt niet veel als we dat vergelijken met de twee projecten in Brabant die geza- menlijk al € 7 miljoen subsidie kregen. Ontwikkelkosten van dergelijke systemen zijn vaak fors. Daarbij is er zicht op lagere investeringskosten wanneer de initiatieven zijn ontwikkeld en deze in de markt worden gezet. Doel is immers marktrijpe systemen. “Bij overtekening van de subsidieregeling kan er nog tussen de verschillende sectoren geschoven worden”, aldus Alfred van Lenthe, programmadirecteur van de Coalitie Vitale Varkenshou- derij (CoViVa), die aangeeft dat er goede hoop is dat er budget naar voren gehaald gaat worden. CoViVa, die als doel heeft gesteld dat er in 2030 bij 60% van de varkensstallen brongerichte emissiebeper- kende maatregelen toegepast zijn, zal de uitrol van in- novaties financieel ondersteunen. Van Lenthe: “De wijze van financiering wordt uitgewerkt, maar zal waarschijn- lijk een systeem met achtergestelde leningen worden.”
BOERDERIJ 106 — no. 5 (27 oktober 2020) 47
er een oplossing met luchtwassers gezocht moet wor- den”, vertelt Van der Sanden Yke Roelevink van Filterfloor wacht ook op toeken- ning van de Sbv-subsidie, zodat hij kan beginnen met de emissiemetingen in de proefstallen. Roelevink verwacht echter dat er een andere meetmethode komt die inte- graal en realtime emissies gaat meten. “We gaan nu niet zelf de kosten maken voor NH3
-emissiemetingen als we
is nog ruimte voor nieuwe aanvragen, aldus de woord- voerder van de provincie Noord-Brabant.
Geur: Regelmatig en volledig verwijde- ren van mest uit de stal.
Opvang in geurvrije vloeistof. Koelen van mest. Laag eiwitgehalte in voer. Schone vloeren.
Methaan: Regelmatig mest verwijderen. Aanzuren van mest. Koelen van mest.
Fijn stof: Schone vloeren. Sprayen/ionisatie.
Een aantal maatregelen levert een integrale reductie op en kan gecom- bineerd worden. Dat geldt voor: regelmatig en volledig verwijderen van mest in combinatie met schone vloeren en stofreducerende maat- regelen; opvang in ammoniak- en geurvrije of geurarme vloeistof in combinatie met schone vloeren en stofreductiemaatregelen; koelen van de mest in combinatie met schone vloeren en een specifieke stofreduc- tiemaatregel. Fijnstofreductie bij de bron zal vrijwel altijd aanvullende maatrege- len vergen.
(Bron: Brongerichte maatregelen voor beperking emissies uit bestaan- de varkensstallen. Wageningen Livestock Research)
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76