COLUMN AKKERBOUW
Weer geen weer B
eginnend aan deze column, rijden alle aard- appelrooiers hier in de omgeving nog ‘gewoon’ rond. Zo ook die van ons. Af en toe dringt het spook van oogst 2019 zich alweer aan mij op. Dit voorjaar konden we een normaal jaar direct op onze buik schrijven. Lange perioden van extreme droogte en nattigheid volgden elkaar op. Bij veel rassen bleef het onderwatergewicht lang te laag, waardoor we lang moesten wachten met doodspuiten met de toch al trager werkende middelen die we tegenwoordig ter beschikking hebben. Met als gevolg dat we nu met oogstomstandigheden zitten die veel weg hebben van die van het memorabele 2019. Het ziet er hier buiten dan nog niet zo nat uit, toch heeft de bodem het dus- danig zwaar te verduren gehad, dat de grond zich amper meer laat zeven. Nu heb ik het wel over de zware klei die we hier in de omgeving hebben.
De ziel is uit de grond, zoals we dat in deze tijd van het jaar noemen. Een strenge winter is zeer welkom voor de structuur van de grond. Veel telers hebben de extremiteiten ook dit seizoen aan de hand gehad. Beregenen voor het poten, bere- genen om zaad- en plantgoed bovengronds te krijgen, beregenen om de gewassen aan de gang te houden, beregenen voor het rooien van de vroege aardappelen. Gelukkig is gebleken dat ook onder droge en hete om- standigheden een goede kwaliteit aardappelen gerooid
HOE GRAAG MOET JE BOER ZIJN OM DIT TE DOEN? Leen Ampt, akkerbouwer in Zuid-Beijerland (Z.-H.)
kan worden. Waar waren we gebleven: beregenen om... oh nee, toen ging het regenen. Op sommige plekken hield het na weken pas weer op. Met als gevolg dat de rooiers nu net zo over het land kruipen als vorig jaar. Deze twee alinea’s geschreven hebbende, zijn we inmiddels een dag en een nacht rooien verder. De lol is er eerlijk gezegd wel een beetje af bij de oogstwerkzaam- heden. Op de zware grond is het moeizaam rooien het- geen wederom het nodige van de machines vraagt. Heb je een vracht vol, dan haalt oom agent je nog even van de weg om te kijken of alles in orde is. Regelmatig vluchten met een volle vracht voor de regen en de stortbak met gang leeg draaien, voordat er weer een hoop prut de cel in gaat. Echt alle mogelijke factoren lijken de boel te vertragen dit jaar.
Ik ben een positief mens, maar het spookt wel eens door m’n hoofd hoe graag je wel boer moet willen zijn om dit allemaal te blijven doen. Niet alleen vanwege de weersomstandigheden, maar ook door de politieke veranderingen die ons te wachten staan, markttechni- sche ontwikkeling door onder andere corona, maat- schappelijk, noem maar op. Ondanks alles blijf ik dit de mooiste manier van leven vinden die er bestaat. Want een beroep kunnen we het niet meer noemen toch? Ik maak me wel eens zorgen of de volgende generatie de drive nog kan vinden om deze manier van leven voort te zetten. Ik hoop het echt.
BOERDERIJ 106 — no. 5 (27 oktober 2020)
31
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76