AKKERBOUW ACTUEEL
Opbrengstprognose zakt naar 13,6 ton suiker per hectare
Het moeizame groeiseizoen en het regenachtige weer laten steeds diepere sporen na in de resultaten van bietencampagne 2020. Het suikergehalte neemt verder af en het tarrapercentage wordt hoger.
D
e agrarische dienst van Cosun Beet Company stelde de prog- nose neerwaarts bij naar een opbrengst van 13,6 ton suiker
per hectare. Het meerjarig gemiddelde ligt op 14,2 ton suiker per hectare. Het weer is nu beter en de voorspellingen zijn ook iets gunstiger, dus het gehalte zal nog iets stijgen. Maar een hoog campagnegemid- delde zit er volgens Cosun niet meer in. Voorlopig rekent het met een campagne- gemiddelde van 16,25% suiker en 83,7 ton wortelopbrengst per hectare. Het suiker- gehalte is in de derde week van de campag- ne gedaald naar 15,8% De tarracijfers zijn gestegen naar 11,5%.
De combinatie van een droog voorjaar, met een slechte opkomst van de suikerbie- ten en een natte en sombere herfst zorgt voor een sterk wisselende bietenkwaliteit. De opbrengst- en kwaliteitscijfers van de bietencampagne laten forse uitschieters zien, vooral naar beneden. Deze uitschie- ters komen zowel tussen als binnen per- celen voor. Het groeiseizoen speelt daarin dit jaar een grote rol. Volgens Gert Sikken, directeur agrarische zaken bij Cosun Beet
Rooien van suikerbieten. Door het bijzondere groeiseizoen en een sombere, natte herfst valt de kwaliteit van de geoogste bieten tegen.
Company, zit er tussen vrachten van één perceel soms wel 2 procentpunt verschil in suikergehalte. “Normaal middelt dat wel uit, maar dit seizoen zijn de verschillen extreem.”
Bietenkenniscentrum IRS zet een aantal oorzaken van wisselende suikergehaltes en winbaarheidscijfers op een rij. Een laag plantaantal kan gevolgen heb- ben voor het suikergehalte. Bij een plan- tenbestand van 40.000 is het suikerge- halte ongeveer 0,4 procentpunt lager dan van percelen met 70.000 tot 80.000
Voorkom verspreiding van cercospora
Bij de oogst van de bieten verdwijnen de bladschimmels niet, waarschuwt het IRS. Ze gaan de volgende levensfase in: overleving tot een volgende bietenteelt. Het is dus belangrijk om bij de oogst op te letten wat er gebeurt met bladresten en waar de bie- tenhoop gestort wordt. Afankelijk van de manier van ontbladeren blijft het blad bo- venop de grond liggen of wordt het, zoals bij integraal ontbladeren, deels ondergewerkt. De sporen van cercospora overleven op het organische materiaal van het bietenblad.
54
Hoe sneller het loof verteert, hoe sneller de uitzieking van cercospora begint. Ondiep (5 tot 10 centimeter) onderwerken van het loof zorgt ervoor dat het verteringsproces sneller op gang komt. Ook voorkomt dit dat zich grote hoeveelheden sporen naar buurpercelen kunnen verspreiden. Let bij het rooien op dat er geen bladresten op aangrenzende percelen terechtkomen. Leg de bietenhoop niet op een perceel waar volgend jaar bieten komen, de bladresten zijn een bron van een nieuwe infectie.
planten. Op percelen en plekken met een laag plantaantal konden bieten meer stikstof op opnemen. Hierdoor is het aminostikstofgehalte hoger.
Stressfactoren zoals droogte of een nutriëntgebrek veroorzaken lagere sui- kergehaltes. Door de recente regen zijn verdroogde plekken nauwelijks zicht- baar, maar de schade is al wel gedaan.
Aantasting door rhizomanie veroorzaakt ook lage tot zeer lage suikergehalten. Rhizomanie is daarnaast te herkennen aan hoge natriumgehalten en lage ami- nostikstofgehalten.
Ook aantasting door vergelingsziekte en bladschimmels verlagen het suikerge- halte. Afhankelijk van mate en moment van aantasting kan het suikergehalte op deze plekken 1,5 tot 2 procentpunt lager liggen dan op gezonde plekken.
Interne kwaliteit
Een laag plantaantal leidt tot hoge kalium-, natrium- of aminostikstofgehalten, omdat de individuele biet dan meer nutriënten tot zijn beschikking heeft. Ook laat zaaien kan hoge K-, Na- en aminostikstofgehal- ten veroorzaken. Hergroei leidt ook tot hoge aminostikstofgehalten en een lage winbaarheid.
BOERDERIJ 106 — no. 4 (20 oktober 2020)
FOTO: HENK RISWICK
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76