FOTO: HENK RISWICK
Door Klaas van der Horst
Het ‘on the way to PlanetProof-schema voor de melkveehouderij bewijst zich niet als gemaakt om lekker mee te ondernemen. De praktijk blijkt weerbarstig. Correcties op eisen houden het heel.
D
e route naar PlanetProof-zuivel is een experi- mentele, zo leert de ervaring met het duur- zaamheidsconcept. In de twee jaren dat wordt gewerkt met ‘on the way to PlanetProof’-zui- vel, moest telkens een correctie worden toegepast op de eerder vastgestelde normen. Het vervolg belooft niet veel anders. De natuurlijke omstandigheden houden zich niet aan de bedachte randvoorwaarden. Het tekent de kwetsbare punten van het programma. Anders dan bijvoorbeeld het Albert Heijn-huismerk- programma, kent PlanetProof geen vaste, robuuste eisen. Integendeel, er moet worden gewerkt met telkens wisselende omstandigheden en gedetailleerde presta- tievoorschriften, waarbij ook nog eens extra vaak wordt gecontroleerd. Toch is er sinds de start in begin 2019 al een fors volu- me PlanetProof melk en ook kaas naar de Nederlandse consument gegaan. Andere melksoorten moesten daar- voor plaats maken in het schap, want FrieslandCampina zette er fors op in, via het eigen Campinamerk en via huismerken. Ook joint-venture Farm Dairy ging groten- deels aan de PlanetProof melk. Het lijkt deels ten koste te zijn gegaan van marge. Onlangs bood FrieslandCam- pina de melk zelfs aan de concurrentie aan. Die heeft nog niet gehapt, maar het aanbod was dan ook weer niet zó aantrekkelijk voor hen. Naar verluid wordt voor de melk tussen de 5 en 6 cent bovenop de garantieprijs ge- vraagd. Of er veel aan de concurrentie wordt verkocht of niet, doet er misschien ook niet toe, FrieslandCampina wil graag de dominante partij blijven op de Nederlandse markt voor verse zuivel, maar dat zonder dat ze het ver- wijt kan krijgen dat ze de concurrentie beperkt.
Productie blijft een worsteling
Ondertussen blijft de productie van de melk een worste- ling. Op een aantal belangrijke onderdelen blijven melk- veehouders moeite houden om aan de eisen voldoen. Die werden in 2019 verlicht vanwege langdurige droogte in referentiejaar 2018. Daardoor kon te weinig ruwvoer van het land worden gehaald en bleven onder meer te veel voedingsstoffen onbenut in de grond zitten. In 2019 leek het op het eerste gezicht mee te vallen met de droogte, maar traden op regionaal niveau toch behoorlijke problemen op, die vergelijkbaar waren met die in 2018. Daardoor werd in juni van dit jaar opnieuw een derogatie doorgevoerd. Naast droogte, minder gewasopbrengst en meer stikstof in de bodem hadden diverse bedrijven vorig jaar op lokaal niveau te maken met forse schade aan de grasmat door muizenvraat. Voor beide problemen zijn achteraf correctiefactoren vastge- steld (zie kaders). Dit gebeurde door het college van des- kundigen, dat voor haar besluiten steeds onderbouwing ontving van Wageningen UR.
Het is belangrijk om zorgvuldig om te gaan met het duurzaamheidsprogramma, stelt eigenaar Stichting Millieukeur (SMK), omdat het gaat om de geloofwaar- digheid van de melkveehouderij. Er wordt een bijdrage mee geleverd aan een milieuvriendelijker productiesys- teem en zo’n 700 melkveehouders zich er aan hebben verbonden.
Het mooiste was natuurlijk als eenmaal vastgestelde criteria onverkort konden worden gehandhaafd, stelt Herman Docters van Leeuwen van SMK, de organisa- tie die alle duurzaamheidscriteria vaststelt. Niet alle factoren kunnen echter in de hand worden gehouden,
Calamiteitenregeling direct nodig in startjaar 2019
Vorig jaar, in het eerste praktijkjaar van PlanetProof melk, moest het College van Deskundigen AgroFood Dierlijk van SMK meteen al een calamiteitenregeling vaststel- len, met een correctie op drie criteria. Door het extreem droge weer in basisjaar 2018 waren de prestaties van de melkveehouderij op de droogtegevoelige criteria (% eiwit van eigen land, stikstof odemoverschot, broeikasgase- missie) duidelijk afwijkend van andere jaren. Het College is overtuigd dat de aangepaste regeling belangrijk is ‘om melkveehouders voldoende vertrouwen te geven in het certifi catiesysteem, en om zo de ingezette verduurzaming
voort te zetten’, zo heet het. On the way to PlanetProof kent strenge criteria. Dit maakt het keurmerk ambitieus en selectief; circa 10% van de Nederlandse melkveehouders kan eraan voldoen. Toch was het droge 2018 ook voor hen lastig. Daarom besloot het College om landelijk op drie onderdelen soepeler eisen toe te staan. Zo werd de score voor eiwit van eigen land met 10% verhoogd, mocht het stikstof odemoverschot met 35 kilo per hectare worden verlaagd en mochten de emissies uitgerekend in CO2
-equivalenten per kilo melk met 25 gram worden verlaagd. BOERDERIJ 106 — no. 4 (20 oktober 2020) 25
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76