search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
ACTUEEL


RUNDVEEHOUDERIJ Herfstgras is beter te benutten


Met de juiste aandacht kan ook na- jaarsgras nog prima geschikt zijn voor de melkkoeien. Beperk de verliezen en pak 150 VEM per kilo droge stof.


Veehouders kunnen hun maaisnede herfst- gras beter benutten door het management rondom oogst en bewaring aan te passen. Dat stelt Groeikracht op basis van eigen proeven en ervaringen.


Als het te maaien gras minder dan vijf weken op het land heeft gestaan, is een voederwaarde van 1.050 VEM of hoger gangbaar. De gemiddelde voederwaarde van kuilgras uit die periode in vorige jaren blijft echter hangen op 884 VEM met variaties van 700 tot 976 VEM. Uit eigen onderzoek blijkt dat verschillen in voeder- waarde vooral komen door verontreiniging met grond (ruw as) en inkuilverliezen, die door het lage drogestofgehalte van nature hoog zijn.


Gerard Abbink van Groeikracht: “Een te hoog ruw as komt vaak door wanhopige pogingen het gras voor te drogen, maar dat lukt bijna nooit. Iedere extra bewerking zorgt alleen voor extra verontreiniging aan het natte gras. Maai daarom direct in het zwad en schud niet.”


Een eendagskuil is te maken op een mooie dag als het gras op stam zo droog


Herfstgras kan het beste direct in het zwad gemaaid worden. Schudden in een poging tot voordrogen is volgens Groeikracht zinloos en verhoogt alleen maar het ruw as gehalte.


mogelijk is. Kuilen zonder voordrogen, tot 20% droge stof, hadden zo gemiddeld 30 VEM extra dan de kuilen die iets voorge- droogd zijn tot gemiddeld 25% droge stof. De inkuilverliezen zijn het beste te beperken met gebruik van een toevoegmid- del. “Bij dergelijke lage droge stof percen- tages is dit ook een must”, stelt Abbink. “Uit proeven van december 2018 en eind oktober 2019 blijkt dat een inoculant de verliezen gemiddeld halveert, maar ook


Zicht op ureumgehalte kan kilo’s soja sparen


Een strakke monitoring van het melkureumgehal- te en tijdig bijsturen van bijvoeding voorkomt lagere eiwitbenutting.


Agrifirm adviseert veehouders het melkureumgehalte van tankmelk nu extra scherp in de gaten te houden. Dit geldt voor- al van melk geproduceerd op bedrijven waar de koeien wei- degang krijgen of vers weide- gras op stal krijgen. Uit cijfers van de Grasmonitor blijkt dat er de laatste weken een grote variatie is in de eiwitgehalten van het weidegras. Deze waar- den lopen in de eerste week van


oktober uiteen van 192 gram tot 285 gram ruw eiwit per kilo droge stof.


De hoge ruw-eiwitwaarden in het verse gras zijn het gevolg van voldoende vocht in de bo- dem en een hoge mineralisatie. Bij een opname van 4 kilo dro- ge stof weidegras kan er tussen de laagste en hoogste waarde al een verschil zijn van eiwitopna- me van 372 gram ruw eiwit. Dat komt overeen met de eiwitaan- voer van een kilo sojaschroot, aldus Agrifirm.


Zonder tijdig bijsturen van de bijvoeding op stal kunnen de melkureumgehalten daardoor flink oplopen. Een niet op maat gesneden eiwitvoeding kan ook leiden tot een suboptimale


Melkureum nagenoeg stabiel langjarig overzicht ureumgehalte boerderijmelk, in mg per 100 g melk.


18 20 22 24 26 28


Sinds 2000 is het ureumgehalte in de melk flink omlaag gegaan, ofwel de eiwitbenutting uit het voer door het vee is verbeterd.


een laag boterzuurgehalte garandeert.” Uit de inkuilproef van Groeikracht blijkt ook dat een natte kuil nooit stabiel is en dat de verliezen aan droge stof en VEM na veertien weken al dubbel zo hoog zijn als na zes weken. Daaruit volgt ook het volgen- de advies van Groeikracht: “Wil je de hoge voederwaarde van het ingekuilde product dus benutten dan moet je het ook binnen drie maanden na inkuilen (of persen in de baal) opvoeren.”


1999 2003 2007 2011 2015 2019 Bron: Qlip


melkproductie. Een te hoog ureumgehalte wijst op onvolle- dige en dus niet efficiënte eiwit- benutting. In het algemeen is het advies te streven naar een melkureumgehalte van 20 mil-


BOERDERIJ 106 — no. 4 (20 oktober 2020)


ligram per 100 gram melk. Het gemiddelde ureum- gehalte in de sector ligt de laat- ste tien jaar (2009-’19) tussen de 22 en 23. Daarvoor lag het ureumgehalte duidelijk hoger.


31


FOTO: MICHEL ZOETER


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76