32 Toch nog een mooie kerst voor corona-moeie Klaas
Tevreden kijkt hij om zich heen, genietend van zijn uitzicht over het glanzende water. Hij ziet de heldere lichtjes in de verte en snuiſt de geur op van de verse kop koffie die hij zojuist heeſt gekregen. De stoel waarin hij zit is comforta- bel, van alle gemakken voorzien. Alhoewel deze het niet haalt bij zijn luie stoel van thuis, voor nu zit hij prima. Wie had ooit gedacht dat hij met Kerstmis op deze bijzondere plek zou belanden? Hij in ieder geval niet. Hij haalt een rimpelige hand door zijn lange, witte baard en zucht diep terwijl de donkere nacht rustig voorbij glijdt. Nog maar twee weken geleden zag zijn leventje er heel anders uit; somber en grauw en uitzichtloos. Totdat hij een mooie brief kreeg van Bas…
SANNE VERHOEFF
Twee weken eerder Somber kijkt hij om zich heen. Kerstman Klaas vindt er helemaal niets meer aan. Hij voelt zich helemaal niet oud en kwetsbaar, maar volgens alle berichten over dat rottige coro- navirus hoort hij bij de groep ‘kwetsbare ou- deren’; een risicogroep. Hij is immers ouder dan zeventig en volgens het RIVM heeſt hij dan een verhoogd risico op een ernstig verloop van een besmetting met Covid-19. Corona… hij kan het woord niet meer horen, als het nu de naam van een mooie dame was geweest… Ook al heeſt hij een mondkapje in de kleur van zijn pak, genoeg lieve mensen die bood- schappen op de stoep zetten; hij mist de ge- zelligheid om zich heen, de knuffels en het gezellige gekwetter van blije kinderen. Klaas weet maar al te goed dat hij niet mag klagen, hij is immers kerngezond en op afstand kan hij zijn werk gewoon nog doen. Toch is hij het zat, meer dan zat zelfs. Hij mag niet eens meer naar de winkelcentra toe, om daar de aller- kleinsten een handje te geven. Of om cadeau- tjes uit te delen. En dat vindt hij nu juist het allerleukst. Die stomme crisis brengt zoveel problemen met zich mee.
Voor de zoveelste keer deze week loopt hij naar de brievenbus, het enige dat hem nu nog opfleurt zijn de mooie tekeningen en brie- ven die hij dagelijks krijgt van kinderen uit het hele land. Eenmaal aangekomen bij de voor- deur ziet hij alweer een enorme stapel liggen, zijn hart maakt een klein sprongetje… ze zijn hem gelukkig nog niet vergeten. Op zijn gemak wandelt hij weer terug naar zijn werkkamer en zakt neer op zijn luie stoel, waar hij de eer- ste envelop opent. Hij haalt er een prachtige ingekleurde kleurplaat van een kerstman uit, zijn rode pak is bedolven onder een laagje glit- ters waarvan een groot deel op de grond dwar- relt. Hij houdt van glitters, maar weet ook dat de meeste ouders er een hekel aan hebben. Ze komen immers overal terecht.
Hij legt de kleurplaat naast zich neer, die geeſt hij straks een mooi plekje op zijn mega prik- bord. In de volgende envelop zit een brief van Saar, ze schrijſt dat ze het zo jammer vindt dat ze Kerstmis dit jaar niet met al haar neefjes en nichtjes kan vieren vanwege corona. Andere jaren huurden ze rond de feestdagen een groot huis, ergens in de bossen, waar ze dan met de hele familie een paar dagen waren. Ze zorgden zelfs voor een echte kerstboom, die ze mid- den in de kamer neerzetten en met zijn allen optuigden.
Dit jaar is alles anders en Saar wil graag een tip van hem, de kerstman. ‘Hoe kunnen we het nu toch gezellig maken, zonder al die familie om ons heen?’ schrijſt ze. Hmm, daar moet hij echt even over nadenken, want soms weet hij het ook even niet meer. Hij legt de brief naast zich neer en besluit hier later, tijdens een wan- delingetje, nog eens op terug te komen. Klaas neemt een slokje van zijn warme chocolade- melk met slagroom, zijn favoriete drankje. Het kleine beetje room dat in zijn snor blijſt han- gen, veegt hij weg met een zakdoekje. Daarna pakt hij weer een envelop van de stapel. Als hij hem opent, blijkt er een lange brief in te zitten van wel vier kantjes. Helemaal handgeschre- ven. ‘Groetjes van een verdrietige Bas’, staat
er helemaal onderaan. Hier gaat hij goed voor zitten.
Het verhaal van Bas Zoals bij de meeste brieven begint ook deze met de aanhef ‘Lieve Kerstman’. Daarna begint Bas over zichzelf te schrijven. Hij is tien jaar oud en de zoon van twee binnenvaartschip- pers. ‘Interessant’, denkt Klaas. Hij kent deze wereld helemaal niet zo goed. Hij ziet weleens eens schip varen tijdens zijn dagelijkse wan- delingetje om een beetje in beweging te blij- ven. Hij woont vlakbij het water en geregeld pauzeert hij even langs de kade, met een beet- je geluk is er nog een bolder vrij om op te zit- ten. Tegenwoordig is het hier behoorlijk druk, waarschijnlijk omdat de jeugd niet naar een café of restaurant kan voor een drankje. Nu ne- men ze hun flessen bier en wijn gewoon mee naar de kade en dat begrijpt Klaas best.
Het is een mooie plek en op het water is er van alles te zien. Hij ziet dan schepen in allerlei formaten voorbij varen maar hij heeſt eigen- lijk geen idee wat er in zo’n schip zit. Klaas is dan ook heel benieuwd wat deze jongen nog meer te vertellen heeſt. Bas vaart op een spits, volgens hem het kleinste schip dat op de bin- nenwateren te vinden is. Zijn ouders wonen en werken op het schip en Bas woont op door- deweekse dagen op een internaat in het zui- den van het land. In vakanties gaat hij altijd mee aan boord. Dat vindt Klaas eigenlijk best stoer; als tienjarige jongen al die dagen zonder ouders. Hij had er zelf niet aan moeten den- ken toen hij tien jaar oud was. Oei wat is dat al lang geleden, denkt hij. De spits van Bas’ ou- ders is 38,50 meter lang en 5,05 meter breed en past daarmee precies in de Franse sluizen, de meeste zijn niet breder dan 5,10 meter. Het schip vervoert vooral kunstmest of ertsen rich- ting Frankrijk.
Veel pech De afgelopen tijd hebben de ouders van Bas veel pech gehad, onder meer door dat stom- me coronavirus. ‘Ze kwamen stil te liggen in Frankrijk omdat de sluizen daar tijdens de eer- ste coronagolf veel minder werden bediend. In maart, tijdens de grote lockdown was ook een groot deel van de kleinere Franse vaarwegen gestremd. Mijn ouders konden dus helemaal niet op de plek komen waar ze moesten zijn. En ze verdienden door corona al veel minder met hun lading omdat de prijzen direct daalden’, schrijſt Bas. ‘Mijn ouders zijn er helemaal cha- grijnig van en daar word ik dan weer niet vrolijk van. Ik kan er toch ook niets aan doen? Eigenlijk kan niemand iets doen aan dat stomme virus, iedereen heeſt er last van. Nu komt de kerstva- kantie er bijna aan, en zit ik straks twee weken opgescheept met twee ongezellige ouders, kunt u ze niet een beetje opvrolijken?’
Klaas schudt zijn hoofd, die arme Bas. Hij heeſt met hem te doen. ‘PS’, staat er onderaan de brief, ‘mijn ouders weten niet dat ik u schrijf en dat wil ik graag zo houden’. Klaas lacht een beetje. Bijdehand ventje, denkt hij. Natuurlijk zou hij de ouders van Bas, en de jongen zelf, graag opvrolijken, maar dat geldt eigenlijk voor iedereen in het land. Ook Klaas zelf kan wel wat vrolijkheid gebruiken, de vraag is al- leen; hoe doe je dat? Hij besluit de brief naast zich neer te leggen en er een nachtje over te slapen, wie weet krijgt hij plots een geniaal idee. Dat gebeurt hem wel vaker, dan wordt hij wakker (soms na een gekke droom) en dan heeſt hij plots een plan in zijn hoofd. Voor nu gaat hij verder met de rest van de stapel brie- ven… Aan het eind van de middag hangt het prikbord in zijn werkkamer nog voller met tekeningen, brieven, kleurplaten en andere knutselwerken. Nog even en het is vol, dan moet hij een andere plek zoeken om al zijn post op te hangen. Moe maar voldaan verlaat Klaas zijn werkkamer, morgen weer een dag.
Rare dromen
Die nacht slaapt Klaas onrustig. Hij heeſt rare dromen, waarin alle verhalen van de brieven die hij vandaag heeſt gelezen door elkaar heen lopen. Het ene moment ziet hij lichtgevende
953 | WEEK 51 - 1 16 DECEMBER 2020
De kerstman is verkocht.
coronavirussen voorbij zweven; die ronde bol- len met uitsteeksels die vaak als illustratie ge- bruikt worden bij krantenartikelen over dit el- lendige virus. Het andere moment gaat hij op bezoek bij zijn oma, die trouwens allang niet meer leeſt. Ze wil hem steeds een knuffel ge- ven terwijl hij afstand probeert te houden, gek wordt hij ervan. Af en toe wordt hij badend in het zweet wakker, waarna het weer een tijdje duurt voordat hij in slaap valt. Opeens is hij omgeven door water, waar hij ook kijkt over- al ziet hij een donker, glanzend oppervlak dat lichtjes rimpelt. In dat glanzende oppervlak weerkaatst het licht van de maan. Al heeſt hij geen idee waar hij zich bevindt, Klaas wordt er helemaal rustig van. Dan wordt hij geroepen. “Klaas, Klaas, we zijn er bijna. We moeten hier de haven in en ergens aanmeren om onze la- ding te lossen…” Het is een jongensstem en de kerstman weet zeker dat het Bas is, maar net als hij zich wil omdraaien om te kijken bij wie die stem hoort, wordt hij wakker van een luid maar vertrouwd gepiep. Het is zijn wek- ker, die elke dag stipt om half acht afgaat. “Is het alweer zo laat”, mompelt Klaas, terwijl hij het dekbed van zich af gooit. Voor zijn gevoel heeſt hij maar een paar uur geslapen en pre- cies tijdens zijn laatste droom, waarin hij zich eindelijk rustig voelde, is het alweer tijd om op te staan.
Het plan Hij stapt in zijn sloffen, trekt zijn rode badjas aan en met zijn ogen nog half dicht loopt hij naar de badkamer. Een warme douche zal zijn ogen wel openen. Klaas ontbijt zoals elke och- tend met een kopje koffie en twee croissantjes met jam. Daarna sloſt hij op zijn gemakje weer
naar zijn werkkamer. Hij wil eerst nog een paar kaarten en brieven lezen; daarna gaat hij zijn dagelijkse wandelingetje langs het water ma- ken. Terwijl hij zich probeert te concentreren op de brief voor zich, deze keer van een meis- je van zes dat wel tien paar schoenen onder de kerstboom wil, blijſt hij terugdenken aan zijn droom. En weer ziet hij dat donkere, glan- zende oppervlak voor zich… Weer krijgt hij dat fijne, rustige gevoel. Waar was hij toch in zijn droom? Dan denkt hij terug aan die brief van Bas. Opeens weet hij waar hij was in zijn droom. Aan boord van een schip! Hij keek uit op het water vanuit de stuurhut. Langzaam borrelt er een idee bij hem op, hij moet NU naar buiten. Al wandelend krijgt zijn idee vast nog meer vorm.
Klaas trekt zijn Panama Jacks aan en knoopt ze stevig vast. Daarna pakt hij zijn jas van de kapstok. Sjaal en wanten heeſt hij niet nodig, zo koud is het nog niet. Het lijkt wel of die win- ters steeds warmer worden, heeſt allemaal te maken met de klimaatverandering natuur- lijk. De zomers worden heter en de winters warmer. Het maakt Klaas verdrietig; als er ie- mand is die van sneeuw en ijs houdt dan is hij het wel. Hij is er immers mee opgegroeid. ‘Kop op Klaas’, spreekt hij zichzelf toe. ‘Naar buiten jij, daar vrolijk je van op’. Hij heeſt ge- lijk, al na een paar minuten in de frisse buiten- lucht voelt hij zich beter. Weer denkt hij terug aan de brief van Bas en plots weet hij hoe hij zijn ouders (en zichzelf) kan opvrolijken; hij wil een paar dagen meevaren in de kerstvakantie. Misschien kan hij zelfs af en toe het stuur over- nemen, zodat Bas samen met zijn ouders kan genieten van een uitgebreid kerstdiner? Het
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92