search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
914 | WEEK 24-25 26 JUNI 2019


Veiligheid voorop


Veiligheid voorop en vóór alles. Mooie woor- den en een prachtig uitgangspunt. Maar om- dat de dagelijkse praktijk in de binnenvaart wel eens anders verloopt, maakt het noodza- kelijk om ‘safety first’ als beroepsmatig man- tra steeds maar weer te blijven herhalen. In deze special Veiligheid werken wij daar als Scheepvaartkrant graag aan mee.


Veilig werken en veilig varen zijn ook nooit ver uit de aandacht, getuige het recente pro- gramma van het IVR-congres in de Tsjechische hoofdstad Praag. Met een herdenking stond het Europese register voor de binnenvaart - en club van verzekeraars uit 12 landen - stond uit- gebreid stil bij het recente binnenvaartonge- val op de Donau. Middenin Budapest werd op 28 mei rondvaartboot Hableany (Zeemeermin) overvaren door een riviercruiser, wat aan 28 Koreaanse toeristen aan boord en twee Hongaarse bemanningsleden het leven kostte.


Het IVR-congresprogramma werd vervol- gens niet toevallig gevuld met een workshop


‘Ongevallen in de binnenvaart’. Uit actuele sta- tistieken van verzekeraars blijkt dat 75 procent van de ongevallen te herleiden is naar mense- lijk falen. Dit noopt tot nader onderzoek, het- geen in ons eigen land al direct is opgepakt door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De ambtenaren krabbelen zich hier ook achter de oren, met 400 vierhonderd meldin- gen van binnenlandse aanvaringen van de be- roepsvaart in een tijdsbestek van een jaar. En nog afgezien van de diep-tragische gevol- gen van het ernstige scheepvaartongeval op de Donau, kunnen calamiteiten met schepen enorme economische schade en blokkades van vaarwegen tot gevolg hebben - zoals re- centelijk op het Main-Donaukanaal - en vervol- gens leiden tot imagoschade van de binnen- vaart als betrouwbare transportpartner.


In deze special onder meer een vraaggesprek met een zogeheten gasdokter, die de tank- vaart altijd deskundig en scherp moet houden. Verder is milieuveiligheid een aandachtspunt geworden, want dat kan evengoed beschadigd


raken. Voorbeeld is de ontwikkeling van de duurzame baggerrobot, via het MKB- katalysatorfonds. En tevens is in deze special een verhaal te vinden over het varen met een flinterdun luchtlaagje op de scheepsromp. Dat scheelt brandstofverbruik, maar voorkomt bo- venal slijtage aan anti-fouling.


Een organisatie uit eigen land die de vaarvei- ligheid in eigen land zelfs als reden van be- staan heeſt, is Varen doe je Samen! Aardig om even een citaat te gebruiken uit de meest re- cente VDJS-nieuwsbrief voor de recreatievaart: “Bij het plannen van je vaartocht is allereerst van belang of je schip, bemanning en uitrus- ting voldoen aan de eisen voor het gewenste vaarwater”.


En vervolgens: “Wil je varen op een klein bin- nenwater, dan zijn de eisen totaal anders dan op groot vaarwater. Varen op de grote rivieren met drukke beroepsvaart stelt ook weer ande- re eisen aan je uitrusting dan bijvoorbeeld zei- len op een recreatieplas. Zorg er in ieder geval


voor dat je schip aan de wettelijke voorwaar- den voldoet (o.a. BPR aan boord, eventueel vaarbewijs, marifooncertificaat), je de vaarre- gels/voorrangsregels kent en je schip en veilig- heidsuitrusting in goede staat is”.


Afsluitend: “Het is raadzaam een vaarplan op te stellen. Maak dit plan voordat je gaat varen, je hebt dan alle tijd en rust om alles uit te zoe- ken. Duidelijke notities maken over de route, de te passeren sluizen en bruggen, kompas- koersen, getijden, marifoonkanalen, et cete- ra. We hebben hier de belangrijkste zaken op een rijtje gezet: vaarweginformatie checken, weerbericht checken, almanak raadplegen, VDJS-knooppunten raadplegen en navigatie voorbereiden”.


Tot zo ver Varen doe je Samen! De naam van deze organisatie geeſt al aan, dat veiligheid niet altijd even tastbaar hoeſt te zijn; het is een mindset. En met onze jaarlijkse special Veiligheid hopen we die alleen maar scherper en alerter te maken.


49


RELYON NUTEC GAAT VRIJEVAL-BOOTTRAINING GEVEN AAN HET IJ ‘Als je de kennis hebt kun je makkelijker ingrijpen’


Co Kuijpers met de vrijeval-boot op de achter- grond. “Het is echt een belevenis”. Foto’s Heere Heeresma jr.


AMSTERDAM De Amsterdamse haven heeſt er een bezienswaardigheid bij: het aan de NDSM- pier afgemeerde trainingsschip Zeus, waarop met ingang van juli onder meer oefeningen met vrijeval-boten en brandbestrijdingstrainingen worden gegeven.


HEERE HEERESMA JR.


Begin dit jaar arriveerde het trainingsschip Zeus van het in veiligheidstrainingen voor de scheepvaart en offshore gespecialiseerde be- drijf RelyOn Nutec – voorheen Falck – in de Amsterdamse haven. De Zeus is samengesteld uit een Russisch ponton en de opbouw van de Rijnsleepboot Triton en lag jarenlang als drij- vende les- en kantoorruimte bij de trainingslo- caties van RelyOn Nutec op de Rotterdamse Maasvlakte.


De constructie is naar Amsterdam overgebracht als aanvulling op de bestaande trainingslocatie aan de Tt. Melaniaweg. Op de Zeus kunnen al- lerlei scenario’s op het gebied van crisissituaties aan boord realistisch geoefend worden, inclusief het noodverlaten met een vrijeval-boot. En zee- lui komen nou eenmaal graag naar Amsterdam als ze een training moeten volgen, vertelt Co Kuijpers (1965), operations manager op de trai- ningslocatie van RelyOn Nutec in Amsterdam. En dat de Zeus een opvallende verschijning is aan het IJ, is mooi meegenomen.


Welke trainingen zullen er op de Zeus worden gegeven? Kuijpers: “Wij geven de basis- en advanced-trai- ning voor de scheepvaart. Daarbij geven wij vaak herhalingstrainingen, bijvoorbeeld een drie- combi: de basistraining in combinatie met red- dingsboten, overleven op zee en advanced fire fighting, zodat zeevarenden in een crisissituatie leren om te gaan met de inzet op het moment dat er brand is aan boord. Daarbij is er een ploeg die de teams aanstuurt, en dat wordt door ons


De Zeus op zijn ligplaats aan de NDSM-pier. “We kunnen in verschillende ruimtes brand simuleren en in andere ruimtes rook veroorzaken”.


gemonitord en waar nodig bijgestuurd. De cur- sisten kunnen van meerdere bedrijven komen, maar de voorkeur heeſt dat ze van één bedrijf af- komstig zijn. Dat is makkelijker voor het bedrijf, maar dat is niet altijd mogelijk - in verband met de omvang van de vloot of het beschikbare per- soneel dat op dat moment een training dient te volgen”.


Zijn dit soort trainingen ook nodig vanwege wet- telijke verplichtingen? “Ja, er zijn steeds meer wettelijke verplichtin- gen. Zeevarenden moeten om de vijf jaar een herhalingscursus doen. Ze moeten dat certifi- caat hebben, dat moet ook aan boord liggen”.


Wordt dat ook voor de binnenvaart steeds meer nodig?


“Dat denk ik wel. Veiligheid in de binnenvaart is goed geregeld, maar zoals in elke industrie is er ruimte voor verbetering”.


Emoties RelyOn Nutec zegt mensen ook te leren omgaan met hun emoties tijdens en na crisissituaties.


Wat kan er met iemand gebeuren als er bijvoor- beeld brand uitbreekt? “Iemand kan bevriezen of echt in paniek raken. Dat moet je zien te voorkomen, want je hebt geen brandweer in de buurt en je moet als eer- ste ingrijpen. Door mensen in dat soort situaties te brengen - wel gesimuleerd en onder contro- le - proberen we ze voor te bereiden. Vluchten kan niet altijd. De optie is dan het water in gaan, maar dat water is redelijk koud. Daarom willen we dat mensen regelmatig komen trainen. Als je kennis hebt, kun je makkelijker ingrijpen”.


Wat onderschatten mensen vaak als het op veilig- heidstraining aankomt? “Met name de frequentie van trainen. Ze den- ken dat iedereen na vier jaar alles nog onthoudt, maar je ziet dat als mensen terugkomen voor herhaling dat je weer een beetje bezig bent met de basis. Toen ik machinist was bij de marine hadden we elke week trainingen. In de industrie zijn ook wel trainingen, maar de veiligheidscul- tuur kan qua frequentie nog wel iets beter”.


Wat maken de cursisten mee op de Zeus? “Bijvoorbeeld: brand. Iedereen weet hoe vlammen eruit zien. Maar hittebelasting, hoe warm het kan worden, dat valt vaak tegen. Dat moeten mensen ervaren”.


Hoe vinden mensen het om in een vrijeval-boot te stappen? “Toen ik een kleine twintig jaar gelden begon met trainen, was er meer een machocultuur. Tegenwoordig durven mensen veel eerder toe te geven: ik ben hier bang voor. De cultuur is gelukkig een beetje omgedraaid. Ik vind dat winst. Mensen durven veel meer aan te ge- ven wat hun beperkingen zijn. Als we bijvoor- beeld zwembadoefeningen doen, dan hebben we rode helmen en blauwe helmen. De rode helm is voor als je een beetje angstig bent, zo- dat we gericht extra aandacht kunnen geven. De mensen die voor het eerst een Free Fall Life Boat in gaan, zijn een beetje huiverig. Maar als ze een keer geweest zijn, willen ze nog een keer. Het is echt een belevenis”.


Vlammendeken Mike Kabel (1973) is als meewerkend voor- man technische dienst met projectleider Rini


IJzelenberg verantwoordelijk voor het om- bouwen van de Zeus tot trainingslocatie. Mike Kabel: “Dit was oorspronkelijk een les- schip. We hebben het achterste gedeelte he- lemaal leeggehaald. In het stalen geraamte hebben we trainingsruimtes gemaakt, bijvoor- beeld een galley, een fuel treatment room en een engine room. Belangrijk is dat mensen de hittebeleving kunnen ervaren. Dus sommige compartimenten zijn extra geïsoleerd - zodat als je daar brand stookt die niet over kan slaan naar de lesruimte”.


Hoe wordt die hitte opgebouwd? “Wij stoken hoofdzakelijk met gasbrand. Een fuel spill bootsen we na, door een ringleiding met gaatjes onder water. Er ontstaan gasbel- letjes en boven het water ontsteekt het gas en daardoor heb je een vlammendeken over het water, alsof er een fuel spill is. Zo hebben we niet de verontreiniging die we zouden hebben als we echte brandstof in brand zouden ste- ken. De trainingsruimten bestaan uit compar- timenten, die door middel van deuren en gan- gen aan elkaar geschakeld zijn”.


“We kunnen in verschillende ruimten brand simuleren en in andere ruimtes rook veroor- zaken. Dat maakt het mogelijk om verschil- lende brand- en ontruimingsprocedures uit te voeren en de leerdoelen te bereiken. De rook wordt afgevangen en gezuiverd en daardoor stoten we alleen een residu van warmte en condens uit. Naast het doel om een realistisch trainingsobject te bouwen, is het bij de bouw van dit object onze prioriteit geweest om het milieu minimaal te belasten”.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60